In januari 2014 diende ik daarom een klacht in tegen een West-Vlaamse vrederechter. Tegen het belang in van zij die hulp nodig hadden, duidde hij slechte bewindvoerders aan. Mensen met dementie, Alzheimer of een handicap werden zo op een schaamteloze wijze beroofd. Ze hadden de situatie zonder enige schroom misbruikt. En de rechter? Die liet begaan. Ik heb er maar één woord voor: wraakroepend. Helaas is dit geen alleenstaand geval. Eerder deze maand kreeg ik opnieuw een schrijnende mail van een man wiens zieke vader op dezelfde manier opgelicht werd.

Niet alleen bij professionele bewindvoerders loopt het soms fout. Even wraakroepend vind ik de manier waarop klokkenluiders behandeld worden. Zo zijn er de afgelopen jaren heel wat moedige mannen en vrouwen geweest die grote fraude van grootbanken bekendmaakten. Hun beloning? Ontslag en een gevangenisstraf erbovenop omdat ze geheime informatie lekten. En de grootbanken die ons allemaal miljarden hebben gekost met hun wilde avonturen gaan intussen vrijuit. De wereld op zijn kop! Hoe lang aanvaarden we dit nog?

Onrecht bestrijden is altijd mijn grootste drijfveer geweest. Het is de reden waarom ik als monitor leiding gaf op zomerkampen voor kinderen met een handicap. Omdat ook zij recht hebben op vertier en plezier in juli en augustus. Het is de reden waarom ik me als student al engageerde bij onze partij. Het is tot slot dé reden waarom ik nu elke dag aan politiek doe. Helaas blijf ik nog altijd te veel mails krijgen met verhalen waar het onrecht vanaf spat. Wanneer mensen in nood een politicus aanschrijven, is dat vaak omdat we de laatste reddingsboei zijn. Omdat ze hopen dat wij iets kunnen veranderen aan de systemen die de onrechtvaardigheid in stand houden. Ik schrijf dit dan ook niet om mijn klacht van destijds te herhalen, maar om aan te klagen dat er na heel die tijd nog altijd niks bekend is over de stand van het onderzoek, laat staan een uitspraak. Wat gebeurt er als het gerecht zijn werk niet doet binnen een redelijke termijn of tout court zijn werk niet doet? Hoe kunnen mensen dan nog vertrouwen hebben in onze instellingen? Hoe kunnen ze er nog op vertrouwen dat recht zal geschieden?

Wanneer onrecht geschiedt, moeten rechtbanken en rechters er alles aan doen om uit te zoeken hoe dat kan en dat rechtzetten. Zeker wanneer het over de eigen werking gaat. Hetzelfde geldt voor de politiek. Daarvoor bestaat het systeem van de parlementaire onderzoekscommissie. “Er zijn er zo veel intussen, John”, hoor ik vaak. En dan? Als de samenleving vraagt om de waarheid en niks anders dan de waarheid, dan moeten politici er gewoon alles aan doen om de onderste steen boven te halen. De onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart toont dat het wel degelijk kan. Meryame Kitir levert samen met haar collega’s uit meerderheid én oppositie sterk werk.

Maar wanneer het over financiële belangen gaat, zien we helaas een ander beeld. Zo wordt bij het onderzoek naar de beruchte ‘Panama Papers’ regelmatig op de rem gestaan. Telkens weer zijn er beperkingen of worden essentiële documenten pas na lang aandringen bovengehaald. Even vaak worden vragen op een hoop gegooid en maar deels beantwoord. Nochtans toonden journalisten zwart op wit aan dat 732 van de rijkste Belgen door allerlei constructies in Panama hun geld verstopten om belastingen in België te ontwijken. Artikel 56 van onze grondwet - dat het speelveld van een onderzoekscommissie omschrijft - geeft onze politici nochtans enorme mogelijkheden. Laten we daar dan ook voor de volle 100% gebruik van maken. Dat geldt ook voor de zogenoemde Optima-commissie. Samen met Peter Vanvelthoven zal ik er nauwlettend op toezien dat ook daar de waarheid naar boven komt. Wie het ook is: los van partijbelang, ongebonden, enkel en alleen de waarheid. Ook die commissie moet al haar bevoegdheden ten volle benutten.

Boosheid of verontwaardiging zonder actie volstaat niet. Een eerlijke wereld bouwen we niet in één dag, maar met eenvoudige ingrepen kunnen we al heel wat veranderen. Meteen zelfs. Alleen heldere regels die voor iedereen van toepassing zijn, beschermen tegen onrechtvaardigheid. En wanneer het toch misloopt, moet het tot op het bot worden onderzocht. Wie in de fout ging, moet op de blaren zitten. Zo simpel is het. We moeten mensen weer doen geloven in de zuiverheid van het gerecht, in de zuiverheid van onze instellingen, en uiteindelijk ook in de zuiverheid van onze democratie. Dat kan alleen als we alle instrumenten die we hebben om de integriteit te verzekeren, ten volle benutten.




Warme groet, John