De Standaard maakt vandaag melding van het feit dat er momenteel slechts één halftijdse medewerker van de antiterreureenheid speurt naar radicale boodschappen. Tot op vandaag hebben we nog nooit iets vernomen van deze dienst terwijl we zeer goed weten dat de online rekrutering gewoon verder loopt. Deze  halftijdse werknemer symboliseert de holle belofte van de federale en Vlaamse overheid inzake deradicaliseringsbeleid en illustreert het structurele gebrek aan samenwerking tussen de verschillende overheden.  Zolang ons land er niet in slaagt om met alle veiligheidsactoren samen een vuist te maken tegen deze gruwel, lopen we onnodige risico’s.

Momenteel lopen verschillende rechtszaken tegen “ex-Syriëstrijders”. Uit deze rechtszaken blijkt opnieuw het grote belang dat online communicatie speelde bij het rekruteren van deze jongeren. Ook vandaag nog bereiken heel wat boodschappen uit Syrië Vlaamse jongeren om hen te overtuigen om hun verantwoordelijkheid te nemen. Het interviewincident van de VRT, waarbij de deelname aan de strijd van IS gelegitimeerd werd, maakt maatregelen tegen dergelijke rekrutering nog prangender.

De voorbije jaren beloofden heel wat ministers (Milquet, Geens, Jambon, Homans) een efficiënte aanpak van online radicalisering:

- Milquet (cdH) verklaarde in september 2013 dat ze vanaf januari 2014 radicalisering online zou aanpakken met een speciaal daartoe opgerichte cel bestaande uit 4 à 5 personen. Dit is nooit gebeurd.
- Jambon (N-VA) liet eind 2014 weten dat België deelneemt aan een Europees contrapropaganda project tegen online radicalisering. Hier is nadien nooit meer over gecommuniceerd. Wat gebeurt er in de praktijk, en waar gaat de verzamelde expertise naartoe?
- Geens (CD&V) verklaarde in januari 2015 dat hij ook online mensen wil monitoren, onder andere door online gesprekken af te tappen. Nu blijkt dat er maar 1 persoon zich deeltijds met online monitoring bezighoudt.
- Homans (N-VA) spreekt in haar actieplan over een preventief aanbod van jeugdhulp en welzijn dat ook online zou ingezet worden. De voorziene startdatum hiervoor was medio 2015. Hier is nadien nooit meer over gecommuniceerd. Welk aanbod wordt geboden, en aan welke doelgroep?
- Homans spreekt ook nog over afstemming rond internet en sociale media met de federale overheid. Ook op resultaten hiervan is het nog wachten.

Dit doet bij ons heel wat bedenkingen rijzen:

- Iedereen wil iets doen rond online radicalisering, maar niemand doet effectief iets.
- De voorzichtige pogingen worden onvoldoende efficiënt aangepakt. Zo is het begrijpelijk dat projecten rond online radicalisering best discreet plaatsvinden. Maar zonder voldoende afstemming tussen de verschillende actoren, gaat de voeling met de realiteit verloren. Wij weten uit onze lokale ervaringen dat er niets zo belangrijk is als nabijheid. Daarmee bijvoorbeeld dat onze lokale politie zo’n sterke beeldvorming heeft en dat onze preventiemedewerkers zo vroeg kunnen ingrijpen. Hoe kunnen deze bovenlokale initiatieven een dergelijke nabijheid garanderen, zonder afstemming met het lokale?
- De belangrijkste factor in deradicalisering blijft bovendien nog altijd menselijke, één-op-één interactie. Verschillende onderzoeken en experts wijzen hierop. Ook dit gegeven moet meegenomen worden binnen initiatieven rond online radicalisering.
- Een gevaar van online projecten rond radicalisering (denk ook aan de vele onderzoekers die valse profielen aanmaken) is dat iedereen mekaar wat zit bezig te houden, zonder effectief de doelgroep te bereiken. Dit zou een jammerlijke verkwisting van de toch al zo schaarse middelen zijn.
- Wie waakt er over uitwisseling van expertise, zodat her warm water niet opnieuw moet uitgevonden worden bij een nieuw project?

Daarom hameren we opnieuw op de nood om effectief en snel iets te doen tegen online rekrutering en radicalisering, maar enkel indien deze maatregelen deel uitmaken van een integraal plan, waarin er gezorgd wordt voor de coördinatie tussen de verschillende bevoegdheidsniveaus. Ons pleidooi om een federale staatssecretaris anti-radicalisme en anti-terrorismebeleid aan te duiden die als taak heeft om alle overheden – de diverse federale veiligheidsdiensten, de regio’s en het lokale niveau – te doen samenwerken rond integrale veiligheid is actueler dan ooit. Zolang ons land er niet in slaagt om alle veiligheidsactoren samen een vuist te doen maken tegen deze gruwel, lopen we onnodige risico’s.