Omdat ook de waarheid haar rechten heeft, heb ik deze namiddag (13 april 2018) dit perscommuniqué verstuurd als reactie op de uitlatingen van de auteur van het boek 'De illegale Ghelamco Arena':


In een bijdrage op de website doorbraak.be vandaag reageert de auteur van het boek ‘De illegale Ghelamco Arena’ op de dagvaarding n.a.v. mijn klacht omwille van laster en eerroof.


De auteur schermt met het recht op vrije meningsuiting. Ik heb daar respect voor, ook ik draag dat recht hoog in het vaandel. Maar dat recht is niet absoluut: de wet legt wel degelijk de nodige beperkingen op, onder andere om personen te beschermen tegen onterechte aantijgingen en laster. Als men iemand publiekelijk beschuldigt van een misdrijf (in casu: schriftvervalsing) met als doel die persoon te raken door zijn reputatie te beschadigen, dan is het nodig daarop te reageren. De auteur is overigens zeer selectief in zijn bijdrage: hij vermeldt met opzet niét dat hij in het weekblad Humo op 16 januari 2018 letterlijk zei: “Termont heeft een vorm van schriftvervalsing gepleegd.” Qua beschuldiging kan dat tellen en dat kan ik niet laten passeren want er is niks van aan.


Het oordeel is nu aan de rechter.


Mocht de 10.000 euro worden toegekend, dan schenk ik die met veel plezier aan het Kinderkankerfonds. Het gaat mij immers niet om geld, het gaat om mijn recht op reageren als ik valselijk wordt beschuldigd van een misdrijf.