Het voorstel van Johan Van Overtveldt om de belasting op vennootschapswinst te verlagen naar 20% is geen tax shift, maar wel een belastingverlaging van minstens 2 miljard euro op financieel vermogen. Immers, alle mogelijke compensatiemaatregelen samengenomen (zoals berekend door de Hoge Raad van Financiën) zijn amper goed voor 65% van de financiering van de tariefverlaging in 2020 (1). En dat is dan nog onder de meest gunstige hypotheses. Bij een vennootschapsbelasting van 14 miljard euro kost een tariefverlaging naar 20% meer 5,5 miljard euro. In de meest gunstige omstandigheden slaat de minister van Financiën met zijn voorstel dus een bijkomend gat in de begroting van minstens 2 miljard euro. Een realistischere inschatting komt neer op 3 miljard euro. Dat tekort komt bovenop het, volgens de Nationale Bank, nog te financieren deel van de eerder besliste tax shift van meer dan 6 miljard euro tegen 2020 (2).

Een hervorming van de vennootschapsbelasting is nodig, laat dat duidelijk zijn. Een verbreding van de basis en het tegengaan van ontwijking door multinationals kan budgettaire ruimte opleveren voor een hervorming op maat van KMO’s. Daar is iedereen het over eens. Zeker sinds de gewijzigde internationale context waarbij fiscale niches, gelukkig maar, steeds meer onder druk komen te staan. Maar dat is niet wat onze minister van Financiën voorstelt. Hij wil het tarief van de vennootschapsbelasting verlagen tot 20% tegen 2020. Als compensatie wil hij naar eigen zeggen alle aftrekken afschaffen en de roerende voorheffing op dividenden verhogen van 27% naar 30%.

Eind vorige maand publiceerde de Hoge Raad van Financiën (HRF) haar rapport met berekeningen van alle mogelijke compensatiemaatregelen. Daarin gaat ze uit van de meest gunstige hypothesen. Alle mogelijke compensatiemaatregelen samengenomen zijn amper goed voor 65% van de financiering van de voorgestelde tariefverlaging. Hieronder vind je het overzicht van die berekeningen. We kunnen veronderstellen dat jaar 4 overeenkomt met 2020.

Merk op dat de HRF uitgaat van een verhoging van de roerende voorheffing (RV) naar 38% en niet naar 30%. Dat geeft een overschatting van de compensatie van zowat 500 miljoen euro. De stijging van de RV compenseert dan nog slechts voor zowat 5% de kost van de tariefverlaging. De HRF rekent ook op de invoering van een algemene meerwaardebelasting wat politiek bijzonder moeilijk ligt in deze meerderheid. Nochtans was tot voor kort de consensus dat een meerwaardebelasting op aandelen moest dienen om de belasting op arbeid te verlagen. Er wordt in bovenstaande tabel ook uitgegaan van de afschaffing van de octrooiaftrek (patent box). Die moet de tariefverlaging voor 5% compenseren. Nochtans besliste de regering eerder dat een nieuwe patent box zal worden ingevoerd voor het einde van dit jaar. Tenslotte gaat de HRF ervan uit dat de belastbare basis van alle financieringsvennootschappen ongewijzigd blijft bij de afschaffing van de notionele intrestaftrek. Dat is behoorlijk onwaarschijnlijk. Zelfs in een post-BEPS context.

Als we rekening houden met bovenstaande opmerkingen dan moeten we het compensatiepercentage neerwaarts bijstellen met bijna 20%-punten tot 45% in 2020. Het bijkomend gat in de begroting komt dan neer op zowat 3 miljard euro.

UPDATE
Intussen heeft de minister van Financiën de verhoging van de roerende voorheffing en de invoering van een meerwaardebelasting afgeschoten. Daarmee vallen nog meer compenserende maatregelen weg. Daardoor wordt tegen 2020 nog slechts 36% van de kost van de tariefverlaging gecompenseerd. De budgettaire krater van het voorstel wordt elke dag groter. Hoe zou het intussen met de begroting zijn?



(1) Advies 'De vennootschapsbelasting in een "Post-BEPS"-omgeving' (PDF, 429.56 KB) (juli 2016), HOGE RAAD VAN FINANCIEN, Afdeling "Fiscaliteit en Parafiscaliteit".

(2) NBB, Macro-economische impact op de Belgische economie van het door de Regering uitgewerkte taxshiftscenario, november 2015