Bij de begrotingscontrole van maart heeft de minister van financiën nagelaten een negatieve budgettaire impact van 338 miljoen euro mee te nemen in de begroting. Het betreft de impact van de afschaffing van de fairnesstax, de uitbreiding van de DBI-aftrek, de vernietigde btw op online gokspelen en de belastingverlaging voor bedrijfsleiders die gratis in een woning van hun vennootschap wonen. Dit is op zijn minst bijzonder onzorgvuldig van de minister. Een minimum aan ernst vereist een aanpassing van recente begrotingscontrole. 

 

in mio euro

fairnesstax

65

btw online gokspelen

59

DBI-aftrek

81

VAA bedrijfsleiders

133

Totaal 

338


De begrotingscontrole van maart was een schijnvertoning. Niet de begroting werd aangepast maar wel het rapport van het monitoringcomité, het rapport over de toestand van de begroting opgemaakt door topambtenaren die de begroting opvolgen. Volgens het monitoringcomité was een inspanning van 1,4 miljard euro nodig om de begroting op koers te houden[1]. Via vooral ‘technische correcties’ langs de inkomstenzijde werd dat tekort plotsklaps teruggebracht naar nul. Kort samengevat: volgens het monitoringcomité  structurele minderinkomsten werden door de regering als eenmalig aangemerkt en eenmalige meerinkomsten werden door de regering als structureel beschouwd[2]. De meevallers vielen zo als manna uit de hemel. 

Een verdere analyse van de de begrotingscontrole wijst bovendien uit dat aan de ontvangstzijde geen rekening gehouden met de afschaffing van de fairnesstax, de verhoging van de DBI-aftrek, de btw op online gokspelen en de belastingverlaging voor bedrijfsleiders die gratis in een woning van hun vennootschap wonen. Nochtans is hier duidelijk sprake van een negatieve impact op de ontvangsten in vergelijking met de opgemaakte begroting voor 2018, en stond dit al vast op het moment van de begrotingscontrole. Dat hier geen rekening mee werd gehouden is op zijn minst erg onzorgvuldig. Een minimum aan ernst vereist een aanpassing van recente begrotingscontrole. 


BTW online gokken

Sinds 1 juli 2016 worden elektronisch verrichte kans- en geldspelen belast in de btw. De regering schreef daarvoor 78 miljoen euro als jaarlijkse opbrengst in de begroting. Het Grondwettelijk Hof heeft op 22 maart 2018 echter een arrest uitgevaardigd dat de btw op online gokspelen vernietigt[3]. Hieruit volgt dat elektronisch verrichte kans- en geldspelen opnieuw vrijgesteld worden van btw vanaf de dag van de publicatie van het arrest. 

Op 28 maart verklaarde de minister in het parlement dat hij niet precies wist vanaf welk tijdstip het arrest werkelijk uitwerking zou hebben op de btw-ontvangsten en dat er bijgevolg “geen precieze budgettaire impact worden berekend die uitgaat van dat arrest op de btw-ontvangsten voor het begrotingsjaar 2018”[4]. De minister verklaarde tevens dat zijn administratie zou onderzoeken “of en in welke mate aan de gevolgen van het arrest kan worden geremedieerd”[5]. 

Aangezien het Grondwettelijk hof de wetsartikelen mbt de btw op online gokspelen heeft vernietigd, is wetgevend ingrijpen vereist. Dat kan de administratie niet voor de minister oplossen. De eerste vaststelling is dat de regering in kader van de begrotingscontrole niet heeft beslist een nieuw wetsontwerp in te dienen om aan de gevolgen van het arrest van het Hof te remediëren. De tweede vaststelling is dat er een zekere negatieve budgettaire impact is. Een voorzichtige inschatting van de impact voor 2018 bedraagt 58,5 miljoen euro, ofwel 9/12den van de jaarlijks voorziene opbrengst. 

Niettegenstaande de regering op de hoogte was van het arrest van het Hof voorafgaand aan het goedkeuren van de begrotingscontrole op de ministerraad van 30 maart, werd deze minderopbrengst niet meegenomen in de begrotingscontrole. 


Voordeel alle aard bedrijfsleiders

Op 8 maart 2018 kondigde de minister in De Tijd aan dat hij de belasting verlaagde voor bedrijfsleiders die gratis in een woning van hun vennootschap wonen[6]. “Daardoor worden bedrijfsleiders weer op een realistisch voordeel belast en niet op een doorgaans veel te hoog voordeel”, liet de minister optekenen. Die aankondiging deed de minister in navolging van een uitspraak van het hof van beroep in Gent van februari 2018. Het hof ziet in de bestaande regeling discriminatie omdat het voordeel alle aard verschilt naargelang de woning ter beschikking wordt gesteld door een natuurlijke persoon dan wel een vennootschap.

In de begrotingscontrole is evenwel geen budgettaire impact voorzien. Nochtans bevestigde de minister in het parlement dat een negatieve impact op de begroting vaststaat: “het voordeel van alle aard bij de terbeschikkingstelling van een woning kan op dit moment in alle gevallen alleen maar worden berekend op basis van 100/60  van het geïndexeerd kadastraal inkomen”[7]. Dat betekent dat de berekening van het voordeel voor bedrijfsleiders 3,8 keer lager ligt dan voor het arrest .  

De verantwoording van de minister om hiermee geen rekening te houden tijdens de begrotingscontrole was dat de administratie een juridisch en budgettair onderzoek voert en dat de minister op basis daarvan een voorstel zal indienen bij de regering[8]. Er is met andere woorden een zekere minderopbrengst die zich vandaag al manifesteert, terwijl het onduidelijk is of en wanneer er een rechtzetting komt. 

Op basis van de voorziene opbrengst van de verhoging doorgevoerd in 2012, kunnen we de impact voor een volledig jaar schatten op 256 miljoen euro[9]. Dat ligt in lijn met de schattingen vanuit financiën zelf[10]. Voorzichtigheidshalve zou voor 2018 minstens rekening gehouden kunnen worden met de helft van dat bedrag. 


Fairnesstax en DBI-aftrek

De regering besliste eind 2017, na de indiening van de begroting, om de fairnesstax af te schaffen. Dat blijkt uit het voorontwerp ‘houdende diverse bepalingen inzake inkomstenbelastingen’ dat op de laatste ministerraad voor kerstmis werd goedgekeurd[11]. De afschaffing van de fairnesstax maakte geen deel uit van de hervorming van de vennootschapsbelasting zoals ingediend in het parlement en wordt niet vermeld in de budgettaire tabel bij die hervorming[12]. De afschaffing van de fairnesstax zit evenmin begrepen in de begrotingscontrole van maart. Uit het antwoord van de minister op een parlementaire vraag[13] over de opbrengst van de fairnesstax - 67 mio voor 2015 en 64 mio voor 2016 - kan de impact in 2018 van de afschaffing redelijkerwijs op 65 mio euro geschat worden.

Ook de verhoging van de DBI-aftrek - van 95% naar 100% - werd beslist na het indienen van de begroting 2018. De DBI-aftrek zit niet vervat in de budgettaire tabel bij de hervorming van de vennootschapsbelasting. De maatregel werd wel opgenomen in het wetsontwerp en reeds doorgevoerd. Aan het parlement werd de budgettaire impact verantwoord via een aparte fiche, en de kost voor 2018 bedraagt volgens de minister 81 mio euro. Die kost zat dus niet in de initiële begroting vervat, en bij de begrotingscontrole wordt daar evenmin rekening mee gehouden.



BRONNEN

[1] https://bosa.belgium.be/sites/default/files/content/documents/rapport_monitoringcomite-2017-2018.pdf 

[2] http://www.premier.be/sites/default/files/articles/PPWT%20Begrostingscontrole%20maart%202018.pdf 

[3] http://www.const-court.be/public/n/2018/2018-034n.pdf 

[4] http://www.dekamer.be/doc/CCRI/pdf/54/ic858.pdf 

[5] http://www.dekamer.be/doc/CCRI/pdf/54/ic858.pdf 

[6] https://www.tijd.be/nieuws/archief/di-rupo-s-hogere-belastingen-voor-woningen-teruggedraaid/9989918.html 

[7] http://www.dekamer.be/doc/CCRI/pdf/54/ic878.pdf 

[8] http://www.dekamer.be/doc/CCRI/pdf/54/ic878.pdf 

[9] De verhogingsfactor voor het berekenen van het VAA met betrekking tot een woning terbeschikking gesteld door vennootschap werd door de regering Di Rupo opgetrokken van 2 naar 3,8. Dat resulteerde in een budgettaire meeropbrengst van 170 mio euro. Indien de verhogingsfactor wordt afgeschaft dan resulteert dat een minderopbrengst van 265 mio euro. 

[10] http://www.knack.be/nieuws/belgie/van-overtveldt-geeft-bedrijfsleiders-een-cadeau-van-300-miljoen/article-normal-982763.html  

[11] http://www.fiscoloog.be/fiscoloog/text.aspx?l=NL&id=21238

[12] Zie tabel op pagina 181 van het verslag van de bespreking van de begroting, http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/54/2689/54K2689004.pdf  

[13] Antwoord op parlementaire vraag n°25059 van Peter Vanvelthoven aan de minister van financiën