Elk podium heeft zijn discours en de ervaren politicus wisselt van woordenschat met elk nieuw publiek. Hoe ver die podia uiteen kunnen liggen, bleek deze week in het spoor van Caroline Gennez. Van een debat voor het ACW naar de woonkamer vol Turkse vrouwen, de persoonlijke taalstrijd van de politicus op campagne.

Dinsdagavond, Brussel. In de Aeropolis, hoofdkwartier van de christelijke arbeidersbeweging, verzamelen een tweehonderd ACW'ers voor een debat onder kopstukken van de klassieke partijen. In wisselende panels van drie, de CD&V'er van dienst telkens mooi in het midden, wordt over de eisen van het ACW gediscussieerd. Dit is een publiek van specialisten: ze kennen de decreten van naam en voorgeschiedenis en ze weten ook perfect welke onderdelen hen niet aanstaan. Hier mag je al eens een woord gebruiken dat in een dertien-seconden-quote in het journaal als een communicatieve doodzonde gezien wordt.

Gennez is zo goed als de enige spreker die geen Vlaams minister is of geweest is. Dat blijkt een probleem. Gennez beheerst het cijfergedreven lingo dat de Vlaamse bestuurders bezigen, niet volledig. Bovendien richt CD&V-minister Veerle Heeren al haar pijlen op de sp.a-voorzitster. Liberaal Guy Vanhengel negeert ze straal en dat heeft zijn reden: zelfs als die opmerkt dat de verpleegsters beter betaald moeten worden, krijgt hij bij dit publiek de handen niet op elkaar. De politieke concurrent van Heeren staat links en Gennez zal het geweten hebben.

Gennez is niet de politica die dan een versnelling hoger schakelt. Heeren bijt, Gennez lacht even. Heeren bijt nog eens en Gennez schudt het hoofd. Achteraf zegt ze dat Heeren onzin aan het verkopen was. Dat punt maakte ze echter niet in het debat. En ze lijkt ook niet van plan zich daar veel van aan te trekken. Ondergetekende was de enige journalist in de zaal en potentiële kiezers zaten er ook al niet. Maar toch, Vanhengel weet de zaal in de mate van het mogelijke te charmeren, Frank Vandenbroucke krijgt ze zelfs even aan het lachen, met de belofte dat hij een specifiek probleem "in vijf minuten kan regelen". Zij kunnen het, verloren strijd of niet, blijkbaar toch niet laten.

Kindergeld in Turkije
Woensdagavond, Antwerpen. Een twintigtal vrouwen van Turkse afkomst hebben zich in zetels en op stoelen genesteld om de voorzitster te horen en Antwerps kandidate Guler Turan. Met politiek is geen van hen echt bezig. En toch. Kinderopvang en de kleuterschool vinden ze belangrijk, onder meer om taalachterstand bij de kinderen te vermijden. Er wordt een boom opgezet over Mega Mindy (en dus Vlaamse tv-zenders in Turkse huiskamers) als belangrijk deel van de opvoeding - "Samson is helemaal out", zo blijkt. En zelfs de Turkse sociale zekerheid passeert de revue. "Kindergeld in Turkije? Had gij dat ooit gedacht?"

Dit podium, de hoek van de sofa midden tussen de jonge vrouwen, ligt Gennez stukken beter. Maar makkelijk is het ook hier niet. "Wat verwachten jullie van de politiek?" is een evidente vraag om het debat op gang te trekken. Ze komt razendsnel terug. "Wat kan de politiek ons bieden?" Vreemd genoeg begint Gennez dan over twee jaar federale immobiliteit en zelfs over "bevoegdheden die teveel verspreid zijn". Het durfplan van sp.a is ook al nooit ver weg, termen als "jobcreatie" vallen. Nochtans hebben de vrouwen zelf de toon perfect gezet: "Jobs, jobs, jobs", echoën ze de voorzitster in koor.

De setting maakt dat ze haar publiek toch bij zich houdt. Turan helpt ook bij de vertaling van politiek Nederlands naar het Nederlands van alledag. En, een opsteker, het duurt een hele tijd voor het hoofddoekenverbod en Patrick Janssens ter sprake komen. Het zit een paar dames hoog: "Hij laat ons, vrouwen, alleen betogen op de kaaien. We stonden daar tegen de vissen te roepen!" Er wordt gediscussieerd, het Frans en het Angelsaksisch samenlevingsmodel wordt vanavond voor het gemak het Antwerps (Janssens, zonder hoofddoek) en het Mechels (Gennez, met hoofddoek) model. En op het eind van de avond is de meest kritische onder de dames geëvolueerd van "Ge zult mij moeten overtuigen" naar "Gij hebt mijn stem, momenteel. Maar Janssens niet."

Een politicus zoekt permanent de juiste woorden, de juiste toon. Een toppoliticus vindt ze. Gennez zoekt nog en vindt soms.