Het is het gesprek van 2014 dat me het meest zal bijblijven. Een jong koppel kwam op een ochtend in (maand) naar mijn spreekuur en vroeg me “Wanneer is een kind een kind?”. Ik begreep niet meteen wat ze bedoelden. De vrouw vertelde daarna met trillende stem dat ze enkele weken voordien het droeve nieuws hadden gekregen dat het kindje dat ze samen verwachtten gestorven was tijdens de zwangerschap. Alleen was dat kind voor de wet nog geen kindje. Want de wet erkent een levenloos geboren baby niet als een kind. Dat gebrek aan erkenning maakte de verwerking van het verlies niet makkelijker.

Na jarenlange vruchteloze discussie is de tijd, ook maatschappelijk, rijp om eindelijk werk te maken van een aangepaste regeling voor doodgeboren kinderen

Die ochtend heb ik kunnen zien en voelen dat ouders wiens kind levenloos geboren wordt eenzelfde lawine van verdriet over zich heen krijgen als ouders die kort na de bevalling hun kind verliezen. Het ene moment zijn ze in blije verwachting, het andere moment moeten ze bruusk afscheid nemen. Want ook hun kind heeft al geleefd, zij het dan enkel in de buik van de moeder. De jonge ouders hebben zich al gehecht aan hun baby, in zekere zin maakte die al deel uit van het gezin.

Vandaag voorziet onze wetgeving enkel dat een levenloos geboren kind wordt ingeschreven in het overlijdensregister, en dan nog met enkel de vermelding van de voornamen. Dat kan trouwens alleen als de geboorte minstens zes maanden (180 dagen) na de verwekking heeft plaatsgevonden. Daarnaast bestaat er voor de ouders het recht om hun levenloos geboren kindje, na een zwangerschap van tenminste 12 weken te laten begraven of cremeren.

Dat jonge koppel heeft me ervan overtuigd dat we die steriele wettelijke benadering moeten aanpassen. Want vandaag komt die beperkte erkenning vaak extra hard aan bij de ouders en hun omgeving. Waarom geen familienaam? Waarom alleen vermelding in het overlijdensregister en geen opname in het geboorteregister? Waarom pas een zekere erkenning vanaf 180 dagen, terwijl hun kindje al zo goed voelbaar was? Allemaal vragen die vandaag zonder antwoord blijven. In essentie komt dit neer op die ene centrale vraag: vanaf wanneer is een kind een kind?

Organisaties zoals de vereniging van Ouders van een Overleden Kind of de zelfhulpgroep Met Lege Handen ijveren al langer voor méér erkenning van het verdriet van deze ouders. De voorbije tien jaar werden in het parlement diverse voorstellen neergelegd om de wetgeving menselijker en meer eigentijds te maken. Ook het regeerakkoord stelt dat “een nieuwe wetgeving zal worden uitgewerkt rond de naam en de registratie van levenloos geboren kinderen”. Alleen blijft alles voorlopig erg vaag en blijken de oudere wetsvoorstellen niet ver genoeg te gaan.

Daarom heb ik zelf een wetsvoorstel ingediend, gebaseerd op drie essentiële elementen, die ook de pijlers vormen van mijn wetsvoorstel:

1.De grens van 180 dagen als minimumperiode van de zwangerschap is totaal achterhaald. Ze dateert trouwens van 1848. Sinds een halve eeuw is de geneeskunde zodanig geëvolueerd dat ondermeer de Wereldgezondheidsorganisatie de zwangerschapsgrens naar onder heeft bijgesteld, op de 140ste dag na de verwekking. Het spreekt daarom voor zich dat de wettelijke grens dient te worden verlaagd van 180 dagen naar 140 dagen.

2.We moeten ouders de kans geven om meer dan alleen een voornaam aan het kind te geven. Hun kindje maakt immers vanaf zijn eerste bewegingen deel uit van het gezin. Ouders moeten daarom ook hun familienaam kunnen meegeven aan hun levenloos geboren kindje door dat te laten registeren.

3.Het laatste punt is het meest controversiële maar tegelijk van groot belang. Alle andere neergelegde wetsvoorstellen pleiten voor de registratie van het levenloos geboren kind in een apart register bij de ambtenaar van de burgerlijke stand. Dat blijft voor mij een onbegrijpelijke piste. Wanneer een levenloos geboren kindje in het overlijdensregister moet worden ingeschreven, laat ons dan zo consequent zijn om te accepteren dat dat kindje ook een geboorte heeft gekend en dus kan ingeschreven worden in het geboorteregister.

Na jarenlange vruchteloze discussie is de tijd, ook maatschappelijk, rijp om eindelijk werk te maken van een aangepaste regeling. Een regeling, waarbij een levenloos geboren kind vanaf 140 dagen zwangerschap, zowel in het geboorteregister (met alle gegevens, o.a. geboortedatum, geslacht, naam en voornamen …) als in het overlijdensregister wordt ingeschreven. Een volwaardige erkenning van de zwangerschap en het bestaan van het kind zal ouders ongetwijfeld helpen in hun moeilijke rouwproces.