Het is zomer. Eindelijk!

Hopelijk kan je genieten van veel zon en misschien een deugddoende vakantie. Zelf ga ik met volle teugen genieten van Oostende. De zomermaanden geven ook wat ruimte en tijd om afstand te nemen. Daarom zal ik je de komende vijf weken elke week een brief schrijven. Vijf brieven over thema’s die ons allemaal raken of waar ik het afgelopen jaar vaak over werd aangesproken. Neen, geen dagjespolitiek en geen uithalen naar andere politici of partijen. Maar positieve brieven die proberen een aantal zaken in perspectief te plaatsen. Om als samenleving op termijn beter te doen.

Aarzel niet om mij te laten weten wat je ervan denkt.

Hartelijk,John

Eerste zomerbrief: Veiligheid en zekerheid voor de lange termijn

Beste,

Sinds anderhalf jaar is niets nog vanzelfsprekend. Op de metro, in de winkel, of gewoon als we samen plezier maken. Mensen zijn bang en maken zich zorgen. Ze vragen zich af of ze nog wel veilig zijn. Net zoals bij de vorige laffe terreurdaden hebben we ook na de aanslag in Nice woorden van troost gelezen en gebaren van verbinding gezien.Maar de hamvraag blijft: wat nu? Hoe moet het nu verder? Groot én klein willen hun veiligheid terug om opnieuw onbezorgder samen te leven. Op zo een moment is het aan ons, politici, om over partijgrenzen heen naar oplossingen te zoeken die werken.

De afgelopen maanden voerde ik talloze gesprekken met politie- en veiligheidsmensen, met terreurexperten, met specialisten in radicalisering, met zorg-en hulpverleners, met welzijnswerkers, met leerkrachten, met collega’s, met buren en vrienden, met Vlamingen en Brusselaars met en zonder migratie-achtergrond. Met heel veel mensen dus. Op basis van al die gesprekken is het voor mij duidelijker wat nu moet gebeuren om mensen in ons land de nodige veiligheid en zekerheid te bieden. Deze brief is niet tegen iets of iemand gericht. Ik wil ideeën aanreiken waar we allemaal mee vooruit kunnen.

Is er een groot probleem van radicalisering? Ja, zeker in een aantal steden. Experten hebben mij verschillende keren op het hart gedrukt dat in onze steden een voedingsbodem aanwezig is voor radicalisering, dat het fenomeen groter is dan we dachten en dat dit op termijn kan uitmonden in terreur. Helaas hebben we dat op 22 maart in Brussel ook meegemaakt. Tegelijkertijd zien we een gevaarlijke tegenreactie. Want door de mix van radicalisering en terreur neemt het rauwe racisme in onze samenleving zienderogen toe. Het “wij-zij”-verhaal wordt na elke aanslag verder aangescherpt. En uiteindelijk komt zo onze manier van leven, van samen leven, écht in het gedrang.

Maar uit al die getuigenissen haalde ik ook hoop. We kunnen dit aan! En dan is daarvoor NU actie nodig. Anders worden de problemen nog groter. Wat kunnen we dan concreet doen om de strijd tegen radicalisering in onze samenleving te winnen en onze veiligheid te vergroten? Ik trek vijf conclusies uit al die gesprekken. En ik benadruk het graag nog eens, want het is belangrijk: dit is niet tegen iets of tegen iemand, maar simpelweg conclusies om het beter te maken.

  1. Allereerst is het erg belangrijk dat we de verzameling van informatie en de uitwisseling van inlichtingen professioneler aanpakken. Ik pleit ervoor om - los van de vraag over structuren - onmiddellijk meer mensen in te zetten op het terrein. Zij moeten cruciale informatie - onder andere op het internet - verzamelen, en ervoor zorgen dat die informatie snel en efficiënt wordt uitgewisseld. Het doel moet zijn om veel sneller te ontdekken wanneer iemand radicaliseert en neigt tot extremisme. Die experten aantrekken en vele anderen opleiden moet nu gebeuren, zodat we over twee à drie jaar op kruissnelheid draaien. Wachten op de uitkomst van de onderzoekscommissie over de aanslagen in Brussel kan even lang duren als het aanwerven en opleiden van die experten. Die tijd hebben we niet.

  2. De voorbije twintig maanden is erg veel gevraagd van onze politiemensen. Maar ze worden nog te weinig op de juiste plaats en op het juiste moment ingezet. Om dreiging en gevaar te voorkomen moeten onze politiemensen, in nauwe samenwerking met de sociale diensten van een stad én met scholen, tot een werking komen die de nodige knowhow opbouwt om signalen van radicalisering te herkennen. Om er daarna gepast op in te spelen, in nauw overleg ook met familie en vrienden. Want alleen contact én aanwezigheid op het terrein zullen op lange termijn dé sleutel vormen tot een succesvolle aanpak. Dat zijn we in april 2015 trouwens overeengekomen in het Vlaams parlement, over de partijgrenzen heen.Die maatregelen hebben we toen samen genomen en die moeten we nu ook samen uitvoeren.

  3. Drie, een sluitende aanpak van terugkeerders. We moeten ervan uitgaan dat een deel van het extremisme onomkeerbaar is. Een nauwgezette opvolging die sluitend én van lange duur is, is cruciaal voor onze veiligheid. Als extremisme er niet meer uitgaat bij iemand, staat er geen datum op het moment dat hij iets verkeerds doet en onschuldigen kan doden. Dat houdt ook in dat we meer zicht moeten krijgen op de aan- en herkomst van niet-begeleide minderjarige vluchtelingen. Hoe zijn ze tot bij ons gekomen? Wat was hun route en met wie? Waar komen ze terecht en hoe begeleiden we hen het best om ook hen toekomst te bieden? Hans Bonte wijst er al jaren op dat die sluitende opvolging cruciaal is.

  4. We moeten de financiering van extremisme of van de context waarin extremisme gedijt, veel duidelijker in kaart brengen en hard aanpakken. Dat betekent ook elke mogelijke geldstroom dichtdraaien. Zo is er de afgelopen maanden al meermaals gevraagd om in te grijpen tegen de financiering van het wahabisme (extreem conservatieve interpretatie van de Islam) in ons land door Saoedi-Arabië.

  5. Tot slot merk ik dat er steeds meer bijval is voor mijn oproep van december 2015 om alle veiligheids- en intelligentiediensten te centraliseren onder 1 bevel. Ik noem het een Homeland Security, die actief haar tentakels uitspreidt in onze steden. 

Mensen zeggen me dan soms:“Ja, oké John. Allemaal goed en wel, maar we kunnen toch nooit alles vermijden?” Dat is zo, maar is zoveel mogelijk vermijden dan niet een even logische doelstelling? Zo is er vier maanden na de aanslagen in Brussel nog altijd geen gedetailleerde analyse, en ook geen punctueel voorstel van aanpak. Dat is geen vingerwijzing, maar een vaststelling. Het kan nog maanden duren om alles tot in detail uit te pluizen, maar die maanden hebben we gewoonweg niet.

Honderden miljoenen uittrekken voor onze buitenlandse veiligheid - zoals voor NAVO-operaties - en dat niet doen voor onze binnenlandse veiligheid is geen goed idee. We moeten nu dringend investeren in onze eigen inlichtingendiensten en expertise, samen met een ruimer politiekorps dat van preventie - door aanwezigheid op het terrein - een prioriteit maakt. Vandaag zijn politiemannen- en vrouwen, sociale diensten en welzijnswerkers dag en nacht in de weer, maar blijven ze te veel op individueel niveau werken. Ze doen dat met veel overgave én succes. Maar als dat geen systeem wordt, helpt het altijd te weinig.

Bescherming tegen terreur is cruciaal. Ook voor ons, socialisten. Want als er terreur is, zijn mensen bang en vertrouwen ze elkaar niet. Zonder bescherming en veiligheid, is er ook geen vertrouwen en geen solidariteit. Zo simpel is het. In deze moeilijke tijden moet het mogelijk zijn om zonder taboes te praten over wat nodig is om maximale veiligheid te bieden. En die maatregelen ook invoeren. Precies om uit dat doemdenken te raken dat het niet anders zal zijn in de toekomst, of “dat we er maar mee moeten leven”.

Om iedereen in dit land - zonder onderscheid - zekerheid, hoop én perspectief te bieden.

Warme groet, John Crombez