“In Gent zijn er heel wat straten met fiets- en voetpaden en de daarbij horende infrastructuur. Dit zijn vaak straten waar veel huizen staan en veel mensen wonen."

In landelijke gebieden, zoals de Raapstraat en de Varendriesstraat, is dit niet het geval.

Dit komt meestal omdat dit historisch zo gegroeid is, omdat er onvoldoende ruimte is of omdat er minder mensen wonen. In de Raapstraat en Varendriesstraat werd er ondertussen echter heel wat bijgebouwd en dus verplaatsen meer inwoners - en vooral kinderen- zich er steeds meer ook te voet en/of per fiets”, zo situeerde sp.a-gemeenteraadslid Guy Reynebeau een concrete vraag van omwonenden i.v.m. de verkeerssituatie op de hoek van de Raapstraat/Varendriesstraat te Drongen. Hij benadrukte de wens van de buurtbewoners om er een veilig voet- en fietspad aan te leggen. Tegelijk vraagt men of éénrichtingsverkeer mogelijk zou zijn.

De schepen van mobiliteit Filip Watteeuw verwoordde wat wel en niet mogelijk is: “Op langere termijn staat de heraanleg van een groot deel van de Raapstraat geregistreerd in functie van een rioleringsproject. Het kan goed zijn, en zelfs logisch, dat het kruispunt met de Varendriesstraat hier nog in opgenomen wordt om de veiligheid te verhogen op dit kruispunt. Een eventuele opstart van het ontwerp kan echter maar starten als er meer duidelijkheid komt over de plannen van AWV voor de vernieuwing van het op- en afrittencomplex Baarle Drongen. Op kortere termijn wordt aan het Mobiliteitsbedrijf gevraagd na te gaan of dit kruispunt veiliger en leefbaarder kan gemaakt worden voor alle weggebruikers. De suggestie van de bewoners om enkelrichtingsverkeer in deze straten in te voeren is iets waar zeer omzichtig mee omgesprongen moet worden en best in een ruimer perspectief bekeken wordt. Gezien deze weg één van de weinige wegen is in het gebiedverkeer  die dienst doen als ontsluiting naar de achterliggende wijken, zal het installeren van een enkele richting, de verkeersstromen, die nu gebruik maken van de tegenrichting, mogelijks verschuiven of concentreren naar andere wegen en daar dus de intensiteit verhogen. Voor dit concreet geval, en op het eerste zicht, lijkt een spreiding van het verkeer wat het Mobiliteitsbedrijf tot op vandaag voorstelt een motiveerbare situatie”.