Margaret Thatcher, de eerste vrouwelijke premier van Engeland, zei eens dat armoede ‘een fundamenteel karaktergebrek’ is. Dat de oplossing vooral bij het individu moet worden gezocht, is al lang geen uitzonderlijk standpunt meer. Deze Vlaamse regering lijkt de internationale trend te volgen: de overtuiging heerst dat mensen in de eerste plaats zichzelf uit armoede moeten helpen. En wie écht het hoofd niet boven water houdt, kan altijd in een sociaal restaurant aanschuiven voor een 1 euro-maaltijd.

Met efficiënte projecten kan een overheid kinderen uit kwetsbare gezinnen én hun ouders dus helpen hun talenten te ontwikkelen en ten volle te participeren aan de samenleving.

Nochtans was armoedebestrijding een topprioriteit, zo lazen we nu bijna een jaar terug in het Vlaamse regeerakkoord. Midden januari nog maakte minister van Armoedebestrijding Liesbeth Homans zich sterk: “Ik ben ervan overtuigd dat we aan het einde van deze legislatuur door structurele maatregelen belangrijke stappen hebben gezet om de spiraal te helpen ombuigen (sic)”. Vanuit haar bevoegdheid legde ze zelfs uit hoe ze wil bijdragen aan het Vlaamse Actieplan van de vorige regering om tegen 2020 kinderarmoede te reduceren tot 5%. Vandaag stellen we vast dat ze dat liever doet door symptomen te bestrijden op een stiefmoederlijke manier, in plaats van te geloven in projecten en structurele maatregelen die écht helpen.

Wie armoede ernstig neemt, kan niet anders dan ernstig ingrijpen: aan de wortel. Diezelfde symptomen dwingen ons allen tot stilte én schaamte. Zo leven 700.000 Vlamingen onder de armoededrempel en wordt meer dan 1 kind op 10 vandaag nog altijd in een arm gezin geboren (In Antwerpen zelfs 1 kind op 7). Behalve dat zulke cijfers totaal onaanvaardbaar zijn voor een welvarende regio als de onze, leggen ze ook een hypotheek op onze samenleving. The Economist – geen links magazine – bevestigde vorig jaar in een uitgebreide artikelenreeks de zin van projecten en intensieve ondersteuningsprogramma’s voor gezinnen in nood, aangeboden op vrijwillige basis en met regelmatig huisbezoek. Gezinnen zijn immers het alfa en het omega voor de ontwikkeling van het kind. De slotsom was dat ze niet alleen effectief zijn, maar ook efficiënt: elke geïnvesteerde dollar leverde de samenleving op lange termijn een veelvoud op. De betrokken kinderen krijgen immers een duwtje opwaarts op de sociale ladder door betere schoolresultaten en jobkansen. De onderzoekers kwamen ook tot de conclusie dat de steun het beste gebeurt wanneer de kinderen nog zeer jong zijn. Ja, zelfs enkele maanden vóór de geboorte.

Met efficiënte projecten kan een overheid kinderen uit kwetsbare gezinnen én hun ouders dus helpen hun talenten te ontwikkelen en ten volle te participeren aan de samenleving. Vanuit die visie hebben de voorbije jaren verschillende organisaties uit heel Vlaanderen dan ook initiatieven opgestart. Met precies als doel kansarme kinderen kansrijker te maken, hun ouders te betrekken bij het schoolgebeuren en diezelfde ouders te ondersteunen bij hun eerste stap naar activering. Deze gezinsondersteuning is een belangrijke bouwsteen om op een wetenschappelijke maar ook erg ‘maatschappelijke’ manier mee te helpen aan de ambitie van de Vlaamse Regering om de kinderarmoede tegen 2020 met de helft te reduceren. Het gaat om initiatieven die op het terrein écht een verschil maken voor deze gezinnen en hun kinderen. Het was dan ook een goede zaak dat 11 van deze projecten structureel verankerd en erkend werden tijdens de vorige legislatuur. Gezien het domeinoverschrijdend karakter werd er een klaverbladfinanciering opgezet tussen Armoede, Welzijn, Onderwijs en Sociale Economie.

Deze Vlaamse regering is echter een andere mening toegedaan en vult armoedebestrijding in als lippendienst. Meer nog, minister Homans verwijt ons dat in het verleden alleen in projecten en structuren is geïnvesteerd en “geen cent tot bij de mensen kwam”. Behalve dat die visie regelrecht ingaat tegen elke wetenschappelijke conclusie, gaat ze ook voorbij aan de realiteit op het werkterrein. De gevolgen zijn navenant. Zo moesten die 11 projecten ter versterking en uitbreiding van integrale en preventieve gezinsondersteuning - met bruggen naar onderwijs en activering - in een brief (!) lezen dat één derde van hun oorspronkelijk totaalbudget voor 2015 geschrapt werd. Dat betekent niet alleen dat ze pas na een half jaar te horen kregen dat ze het met 33,3% minder moeten doen (terwijl ze wel al 6 maand loon uitbetaalden), maar bovenal dat nu 1300 kwetsbare gezinnen plots in de kou dreigen te komen.

Beste Vlaamse regering, er zijn zinlozere thema’s dan armoedebestrijding om van mening te verschillen. Armoede is écht wel een debat waard. Met het werkveld, over de partijgrenzen heen. En dat doen we best vooraf, voor het te laat is. Het siert grote politici om terug te komen op beslissingen wanneer ze de impact ervan hebben onderschat. Dat bespaart u meteen ook een hoop ‘sociale correcties’ waar kwetsbare gezinnen al een jaar tevergeefs op wachten.