Tax shift betekent letterlijk belastingverschuiving. Bij een tax shift worden bepaalde belastingen verlaagd, en andere belastingen verhoogd. De minister van Financiën kondigde anderhalf jaar geleden een tax shift aan waarbij de belasting op arbeid zou dalen en waarbij belastingen op consumptie en kapitaal die daling zouden financieren. De premier maakte zich zelfs sterk dat geen enkele regering zoveel belastinginkomsten haalt bij kapitaal als de zijne. Maatregelen zoals de kaaimantaks zouden daarvoor zorgen. Daar blijkt niets van in huis te komen. Uit de meest recente projecties van de Nationale Bank blijkt nu immers dat kapitaal helemaal niets bijdraagt tot de tax shift, integendeel. De inkomens die het meest geconcentreerd zijn bij de allerrijksten, worden dus helemaal ontzien. Daardoor is het gat in de tax shift nog een stuk groter dan algemeen wordt aangenomen. En het gedeelte van de tax shift dat geen ongedekte cheque is, wordt uitsluitend gedekt door belastingen op consumptie. Dat komt neer op een vestzak-broekzakoperatie voor veel mensen, je consumeert immers met je inkomen.   

Evaluatie tax shift scenario

Als we het tax shift scenario van de regering (zie tabel 3) naast de laatste projecties van de Nationale Bank (zie tabel 4) leggen, dan blijkt dat kapitaal helemaal niets bijdraagt tot de tax shift. Daardoor is het gat in de tax shift nog een stuk groter dan tot nu toe werd aangenomen. En het gedeelte van de tax shift dat geen ongedekte cheque is, wordt uitsluitend gedekt door belastingen op consumptie.

Tabel 1. Evaluatie tax shift scenario op basis van nieuwe economische projecties NBB


Tax shift scenario (% BBP)
Nieuwe projectie NBB (% BBP)
Kapitaal
+0,44
-0,1
Consumptie
+0,56
+0,6
Tekort financiering
-1,14%
-1,5%

 

Het niet realiseren van de compensaties inzake belastingen op kapitaal zorgt ervoor dat de tax shift alleen al daardoor voor 2 miljard euro extra ondergefinancierd is in vergelijking met de analyse van de NBB in november 2015[1]. Langs de andere kant is de belastingvermindering op arbeid van 1,9% BBP in 2019 kleiner dan de voorziene 10.146 mio euro (2,2% BBP) in het oorspronkelijke tax shift-scenario.

De ‘onderfinanciering’ van de tax shift bedraagt op basis van de laatste cijfers van de NBB dus 1,5% BBP in 2019, wat beduidend meer is dan de inschatting die de NBB vorig jaar maakte inzake de onderfinanciering van de tax shift voor 2019 (1,14%). Dat verschil komt neer op meer dan 1,5 miljard euro.  

Tax shift op papier

De minister van Financiën verwoordde het als volgt: “Wij zeggen eerlijk dat de lastenverlagingen op arbeid inderdaad elders gecompenseerd moeten worden. Dat is eerlijk en transparant."[2] Vanaf het begin oordeelden wij dat de tax shift een ongedekte cheque was. De minister van Financiën ontkende echter de onvolledige financiering van de tax shift: "Er is geen sprake van een gat in de taxshift", beweerde Johan Van Overtveldt.”[3] Even later gaven de Nationale Bank, het Rekenhof en de Europese Commissie hem ongelijk.[4] Het niet gefinancierde deel van de tax shift in 2019 werd door de NBB op het moment van invoering geschat op 5.441 miljoen euro, of iets meer dan de helft van de voorziene belastingverlaging van 10.146 mio euro in 2019[5].

Tabel 2. (Onder)financiering Tax Shift – scenario van de regering[6]


2019
% totaal
% BBP[6]
Belastingverlaging
10.146
100%
2,13%
Compensaties
4.705
46,4%
0,99%
Niet gefinancierd
5.441
53,6%
1,14%

 

De regering stelde een tax shift voor waarbij de belastingen op arbeid dalen, en de belastingen op consumptie en kapitaal verhogen (zie onder voor overzicht). Premier Michel benadrukte in zijn state of the union van oktober 2015: “Nog nooit haalde regering zoveel inkomsten uit kapitaal als deze regering".

Tabel 3. Financiering Tax Shift – scenario van de regering[7]

compensatie in 2019 (in mio euro)
% totaal
% BBP
Kapitaal
2.045
43,5%
0,44%
Consumptie
2.580
54,8%
0,56%
Andere
80
1,7%
0,02%

4.705
100%
1,02%

 

Grosso modo was de tax shift dus 50/50 verdeeld over consumptie en kapitaal, met dat begrip dat de helft van de tax shift niet gefinancierd was. In die zin is de verdeling tussen consumptie/kapitaal/andere ruwweg 25/25/50. Voor het ongefinancierde deel van de tax shift rekende de regering dus op terugverdieneffecten en besparingen.

Nieuwe economische projecties van de NBB  

Onlangs publiceerde de NBB haar economische projecties tot en met 2019.[8] Voor de periode 2015-2019 zien we onderstaande evolutie van de overheidsontvangsten. 

Tabel 4. Resultaat tax shift volgens de economische projectie van de NBB


2015 - 2019
Fiscale en parafiscale ontvangsten
-1,5%
Arbeid
-1,9%
Personenbelasting
-1,1%
Sociale bijdragen
-0,8%
Consumptie
+0,6%
Vermogen
=
Vennootschappen
-0,1%

 

Wat de tax shift betreft, kunnen we uit de projectie van de NBB vaststellen dat de belastingverlaging alleen gecompenseerd wordt door een toename van de belasting op consumptie. Er is geen bijdrage van de belastingen op kapitaal en vermogen, integendeel. Als we de besparingen mee in rekening brengen, stellen we vast dat de daling van de belastingen (1,9% op arbeid en 0,1% op kapitaal) voor 80% gecompenseerd door extra consumptiebelastingen (0,6%) en de besparing op de rente (1%). De rest komt van de  besparing op de primaire uitgaven. Het tekort verbetert amper 0,2% en blijft op -2,3% steken in 2019.

Tabel 5. Compensaties buiten de tax shift de economische projectie van de NBB


2015 - 2019
Fiscale en parafiscale ontvangsten
-1,5%
Besparingen op primaire uitgaven
+0,8%
Besparingen op rente
+1%
Verbetering saldo
+0,2%

 

 

[1] De NBB raamde de onderfinanciering van de taks shift toen op 5441 mio euro in 2019

[2] http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/politiek/1.2481082

[3] http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/politiek/1.2481082. De minister nam 2018 als horizon, maar ook in 2018 is de tax shift volgens de NBB ondergefinancierd voor 3.498 mio euro.

[4] http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.2511302

[5] ‘Macro-economische impact op de Belgische economie van het door de Regering uitgewerkte taxshiftscenario’, NBB, november 2011

[6] NBB (2011)

[7] BBP 2020 lopende prijzen: 476.625 (planbureau – economische vooruitzichten 2016 - 2021)

[8] https://www.nbb.be/doc/ts/publications/economicreview/2016/ecotijdiii2016_h1.pdf