Samengevat
Een betere inning van de Griekse belastingen is een essentieel onderdeel van de oplossing voor het Griekse probleem. In een eerdere blog hebben we kritiek geuit op de dubbele tong van de trojka, die wil dat Griekenland een maatregel tegen belastingontduiking door multinationals opheft. In deze blogpost doen we een constructieve bijdrage aan het debat. Ons voorstel leidt op korte termijn tot minder belastingontduiking in Griekenland. België en de andere Europese landen moeten daarbij wel de handen uit de mouwen steken en de internationale fiscale samenwerking versneld versterken. Dat is zowel in het belang van de Grieken zelf, als van de internationale schuldeisers.

Belastingontduiking en kapitaalvlucht

28 miljard euro, dat is volgens een recente studie (1) het bedrag aan niet aangegeven inkomsten in Griekenland. Prof. Schneider (2) schat dat de Griekse zwarte economie (als percentage van het BBP) een kwart groter is dan het Europees gemiddelde. Het vermogen dat Griekse belastingplichtigen in belastingparadijzen (zoals Zwitserland en Luxemburg) hebben ondergebracht, bedraagt volgens de ramingen van Gabriel Zucman (3) zo’n 120 miljard euro. Dat is evenveel als de Belgen in belastingparadijzen hebben geparkeerd, terwijl het totaal financieel vermogen van de Grieken slechts een kwart bedraagt van dat van de Belgen. Het totale financiële vermogen van de Grieken dat buiten Griekenland ondergebracht is, ramen (4) we op minstens 170 miljard euro. Door de kapitaalvlucht die daar de afgelopen jaren plaatsvond, is dit wellicht een voorzichtige schatting. Sinds 2010 werd immers meer dan 80 miljard euro van de depositorekeningen gehaald en (gedeeltelijk) bij buitenlandse banken ondergebracht.

Bron: Bank of Greece

 

Automatische uitwisseling van financiële inlichtingen

Vanaf 2017 zullen financiële instellingen alle financiële gegevens (lees: vermogensinkomsten) van buitenlandse klanten moeten meedelen aan de fiscale administratie van het land waar de bank gevestigd is. De administratie geeft die gegevens vervolgens door aan de administratie van het land waar die klanten belastingplichtig zijn. Een spaarrichtlijn zonder gaten zeg maar. Dat systeem is reeds beslist op niveau van de G20/OESO (5) en werd ook omgezet in een Europese Richtlijn (6).
Alle betrokken landen zullen zowel de stand van de rekeningen (deposito’s en effectenrekeningen) als alle financiële inkomsten (rente en dividenden) van het buitenlands vermogen van hun belastingsplichtigen kennen. Niet-aangegeven buitenlandse vermogens en vermogensinkomsten komen zo boven water. Inkomsten kunnen dan worden belast. Bovendien kunnen belastingsdiensten nagaan of die vermogens op een legitieme manier werden opgebouwd.
Eenzelfde systeem bestaat al tussen onder meer de Europese landen en de VS dank zij de Foreign Tax Compliance Act (FATCA) (7). De uitwisseling van inlichtingen via dit verdrag gaat reeds dit jaar in september van start. België zal dus dit jaar al financiële inlichtingen over Amerikaanse staatsburgers aan de IRS bezorgen. De andere Europese landen moeten hetzelfde doen.

Versnelde invoering voor Griekenland

België zou kunnen pleiten voor een versnelde invoering van de automatische uitwisseling van financiële gegevens tussen Europese landen en Griekenland. Wat voor de VS vanaf dit jaar kan, moet ook voor Griekenland kunnen. België kan ook zelf het goede voorbeeld geven. Een update van dubbelbelastingverdrag van België met Griekenland werd vorige week door de commissie Financiën goedgekeurd. Dat vernieuwde verdrag laat de automatische doorstroming toe van inlichtingen over Griekse vermogens in België naar Griekenland. Als België dit aanbiedt aan Griekenland en er bij Europa op aandringt hetzelfde te doen, dan kan dit element mee een doorbraak mogelijk maken in de huidige onderhandelingen.

Mogelijke opbrengst voor Griekenland: tot 1 miljard euro én fiscale beleidsmarge

Als we voorzichtig uitgaan van 170 miljard euro aan buitenlands vermogen, een verondersteld rendement van 1 à 3 procent en een roerende voorheffing van 20%, komen we aan een opbrengst tussen 340 miljoen euro en 1 miljard euro. Dat bedrag is realistisch als alle landen (versneld) de automatische uitwisseling met Griekenland opstarten.

Dat bedrag kan bovendien oplopen wanneer Griekenland belastingen int op buitenlandse vermogens die werden opgebouwd met niet-aangegeven inkomsten.
Bij wijze van kanttekening stippen we aan dat de Belgische Federale regering alleen al voor de Kaaimantaks op meer dan 400 miljoen euro rekent, en dat Oostenrijk voor de afschaffing van het (internationale) bankgeheim 600 miljoen euro aan bijkomende inkomsten verwacht.
 

Conclusie

De versnelde invoering van automatische uitwisseling van financiële inlichtingen zal een boost geven aan de strijd tegen de fiscale fraude en de zwarte economie in Griekenland. Dat stelt Griekenland in staat om de belastingen beter en efficiënter te innen. Daarbij is de Europese bereidheid om die uitwisseling versneld in te voeren noodzakelijk.