Na het communautaire luik van de onderhandelingen komt de begroting op tafel. Dat wordt geen wandeling in het park. De bankencrisis van 2008 en de daaruitvolgende economische crisis heeft de openbare financiën stevig onder druk gezet. Daardoor staan we voor de grootste saneringsoperatie in decennia.

Saneren zal niet alleen de openbare financiën beïnvloeden, maar ook die van de gezinnen en van de vennootschappen. Recent IMF-onderzoek van 173 begrotingssaneringen door rijke landen in de afgelopen 30 jaar heeft uitgewezen dat saneringen een negatieve impact hebben op economische groei en dat die de inkomsten van de werkende bevolking drie keer harder treft dan de kapitaalwinsten. Uit het onderzoek blijkt ook dat de winsten de relatief kleine terugslag snel weer te boven komen, terwijl het inkomensverlies van de werkende bevolking verschillende jaren voortduurt. De ongelijke verdeling van de te verwachten economische terugslag ligt in lijn met de ongelijke verdeling van de economische groei in het decennium voorafgaand aan de crisis. De vennootschapswinsten zijn verdubbeld, het werkelijk betaalde belastingtarief halveerde zowat tot 12 procent. En als we kijken naar de inkomensverdeling van de vennootschappen, dan stellen we vast dat de groei van de dividenduitkeringen meer dan drie keer hoger lag die van de verloning van werknemers.

Het opdelen van de ‘economische taart' in lonen en kapitaalwinsten is relevant. Het klopt dat werknemers ook aandeelhouder kunnen zijn. Feit is evenwel dat het financieel vermogen erg ongelijk is verdeeld.  De 10% hoogste inkomens bezitten meer dan 60 procent van de aandelen. Hetzelfde geldt ongetwijfeld ook voor de ontvangen dividenden en gerealiseerde meerwaarden. Een hogere fiscale bijdrage op kapitaalinkomsten zal dan ook slechts in (zeer) beperkte mate de lage en middeninkomens treffen, en vooral worden betaald door de hoogste inkomens. Dat is voor de meeste andere (besparings)maatregelen niet het geval. De besparingsvoorstellen die rechtse partijen, werkgeversorganisaties en andere geallieerden de revue laten passeren, zoals besparingen in de gezondheidszorg, in de sociale zekerheid, in de openbare diensten, verdubbeling inschrijvingsgeld aan de universiteit, besparingen door ambtenaren te ontslaan, door het brugpensioen af te schaffen ... zijn alvast niet van die aard dat zij de hogere inkomens treffen. Integendeel, het zijn opnieuw mensen met een laag of middeninkomen die daar de gevolgen van dragen. Er kan ongetwijfeld bespaard worden door de overheid efficiënter te laten werken. En het is onze plicht daarvoor te zorgen, niet alleen in budgettair moeilijke tijden overigens.  Maar deze ‘efficiëntiewinsten' zijn alleen mogelijk met doordachte hervormingen, hebben doorgaans tijd nodig om zich te manifesteren en zullen verre van volstaan om de begroting op korte termijn in evenwicht te brengen. Er liggen geen miljarden pijnloos weg te snijden ‘overtollig overheidsvet' voor het grijpen. Net zomin als je een belasting kan invoeren zonder dat iemand die moet betalen, kan je geen miljarden besparen zonder dat iemand daar de gevolgen moet van dragen.

Met het intussen belegen credo ‘belastingen zijn slecht, besparingen zijn goed' worden Vlamingen wijs gemaakt dat elke belastingmaatregel hen hard zal treffen, terwijl voor de besparingen steevast iemand anders zal opdraaien. Vertrekkende van dat uitgangspunt wordt het begrotingsdebat herleid tot de verhouding tussen besparingen en belastingen. Dat is misleidend en verbergt de fundamentele politieke keuzes die moeten worden gemaakt: aan wie wordt welke inspanning gevraagd. Die vraag stelt zich zowel aan de kant van de te schrappen uitgaven als aan de kant van de nieuwe inkomsten. Aangezien de economische terugslag die onvermijdelijk volgt op een saneringsoperatie vooral de werkende bevolking treft, pleit ik ervoor er extra over te waken dat de impact van de saneringsmaatregelen zelf niet ook nog eens op de nek van de werkende bevolking, van de lage en de middeninkomens, valt.

Dat de werkgevers (DS, 23/9/2011) en sommige politieke partijen pleiten voor 80 procent besparingen en 20 procent nieuwe inkomsten hoeft niet te verbazen. Wetende dat zij zelfs de strijd tegen fiscale fraude als belastingverhoging rekenen, is er wat hen betreft wel erg weinig rek aan de inkomstenzijde. Daarmee worden grote vennootschappen en hun aandeelhouders uit de wind gezet. Besparingen zullen hen niet treffen, en als de kapitaalwinsten buiten schot blijven dan slagen ze erin de volledige begrotingsinspanning af te wentelen op de rest van de bevolking. Elk voorstel dat tot een eerlijke bijdrage van die kapitaalwinsten zou leiden, wordt voorgesteld als een tsunami aan belastingen waarbij de kleine spaarder hard wordt getroffen en het investeringsklimaat onherstelbare schade wordt berokkend. Zo werd ook de nota van de formateur afgebrand. Dat is wel heel kort door de bocht.

Het fiscale luik van de nota viseert beleggingsinkomsten en de grootste vermogens.  Wie beweert dat  de doorsnee gezinnen hiervoor opdraaien ijlt. Het eerste waar een gezin in investeert, is zijn woning. Aan de fiscale aftrek voor hypothecaire leningen wordt niet geraakt. Daarnaast plaatsen gezinnen hun geld op een spaarboekje en doen ze aan pensioensparen. Vandaag kun je als koppel tot 140.000 euro op zo'n boekje plaatsen vooraleer je belastingen moet betalen op de intresten. Aan die vrijstelling wordt in de formateursnota niet geraakt, aan de fiscale aftrek voor pensioensparen al evenmin. ‘Wie daarnaast nog kan beleggen is geen kleine spaarder'. Het zijn de woorden van liberaal en minister van Financiën Didier Reynders (DS, 14/10/2005). ‘Is het te veel gevraagd is dat die mensen een stukje mee betalen', vroeg hij zich af,  ‘Nee, integendeel, het is een goede zaak dat zij een inspanning doen.' Didier Reynders kent het spaar- en beleggingspatroon van de Vlaamse gezinnen blijkbaar beter dan Bart De Wever. Wat de vennootschappen betreft worden in de formateursnota enkele buitensporige gunstmaatregelen zoals de notionele intrestaftrek en de totale meerwaardevrijstelling beperkt. Alleen grote vennootschappen gaan hier iets van voelen. Voor KMO's wordt de investeringsaftrek opnieuw ingevoerd. Net zoals het gemiddelde gezin voor de kar van de grote vermogens wordt gespannen, worden de KMO's voor de kar van de multinationals gespannen.

De nota van de formateur is ook op fiscaal vlak verre van perfect, maar ze geeft wel de juiste richting aan: ook de grote vennootschappen en hun aandeelhouders zullen een bijdrage moeten leveren aan het terugdringen van het begrotingstekort. Het zijn immers die inkomsten en winsten die in de jaren voor de crisis het sterkst zijn toegenomen en fiscaal het voordeligst zijn behandeld, zowel in vergelijking met andere inkomsten als in vergelijking met het EU-gemiddelde. Van die kapitaalinkomsten een fiscale bijdrage vragen die in lijn is met de rest van Europa zal niet leiden tot de economische rampspoed waar sommigen mee dreigen. 's Werelds bekendste en rijkste investeerder Warren Buffet zegt dat het een misverstand is dat hogere belastingen banengroei en investeringen in de weg staan: "Ik heb zestig jaar met investeerders samengewerkt en ik ben niemand tegengekomen die afziet van een serieuze investering wegens de belastingvoet op de potentiële winst. Mensen investeren om geld te verdienen, en potentiële belastingen schrikken hen niet af." Het zorgt er wel voor dat de begrotingsinspanning evenwichtig en eerlijk wordt verdeeld. Diegenen die nu spreken over tsunamis en  lawines aan belastingverhogingen die het doorsnee gezin en de KMO's hard treffen, belazeren de boel. Zij proberen de indruk te wekken dat ze het voor dat doorsnee gezin en die KMO opnemen, terwijl ze in de feiten alleen de belangen van de meest gepriviligeerden behartigen.

 

Dirk Van der Maelen