De verzekeraars klagen over de hoge gewaarborgde rendementen, maar ze moeten gewoon doen waar ze rijkelijk voor worden betaald in commissielonen: slim beleggen op de lange termijn.

 
 

De verzekeringsmaatschappijen klagen al jaren over de hoge gewaarborgde rendementen in de aanvullende pensioenen en proberen alle truken uit om ervan af te geraken. Zo kwamen in 2012 zeven CEO's van Belgische verzekeringsmaatschappijen onder leiding van Bart De Smet (Ageas) op bezoek bij minister van Economie Johan Vande Lanotte. Ze wilden de failliete verzekeringsmaatschappij Apra Leven wel over- nemen, als de minister dat wou. Maar kon de minister dan ook het minimumrendement op de groepsverzekeringen verlagen? De minister keek de CEO's aan en zei: 'Voor mij moeten jullie Apra Leven niet overnemen.' En de vergadering was afgelopen. Aan de wettelijke rente veranderde er niets.

De verzekeraars wilden toen het minimumrendement van 3,75 procent - opgelegd om de sector tegen cowboys te beschermen - onder het niveau brengen van het gewaarborgd rendement van de wet aanvullende pensioenen (WAP). Zo zouden ze zich wettelijk beschermen tegen de druk van werkgevers en werknemers om dat rendement aan te bieden voor hun groepsverzekeringen. Het zijn niet de verzekeraars die het gewaarborgd rendement moeten garanderen, maar de werkgevers. Nu proberen ze het opnieuw, dit keer door rechtstreeks het gewaarborgd rendement te willen verlagen door een koppeling aan de rente op een korf obligaties.

Maar kunnen de verzekeraars het gewaarborgde rendement wel nog halen? Ja, want de pensioenfondsen kunnen het wel. Zij haalden over de laatste 30 jaar een gemiddeld rendement van 7 procent. Vroeger konden de verzekeraars het trouwens ook: Assuralia beweerde zelf in 2009 in haar publicatie 'De groepsverzekering: een must, ook voor kmo's', dat de door verzekeraars belegde pensioenbijdragen over de laatste 20 jaar een gemiddeld rendement opleverden van 6 procent. Uit de kerncijfers van Assuralia 2013 blijkt dat het rendement op de voorzieningen voor groepsverzekeringen sinds 2008, dus crisis inbegrepen, gemiddeld 3,8 procent bedraagt. Krap, maar nog steeds hoger dan het gewaarborgd rendement.

De verzekeraars voeren aan dat in 2012 de rente op Belgische overheidsobligaties nog 4,3 procent bedroeg, maar nu is gezakt tot 0,6 procent. De logische conclusie voor een belegger zou zijn om minder in obligaties en meer in aandelen te investeren. En daar knelt het schoentje. De verzekeringsmaatschappijen hebben het omgekeerde gedaan en gedesinvesteerd in aandelen ten voordele van obligaties, vooral omdat de kapitaalvereisten lager zijn onder de geldende prudentiële regels. Het percentage obligaties in hun beleggingen piekte in 2012 op 80 procent, 10 procent meer dan in 2005.

De interessante vraag is: waarom toch niet meer investeren in aandelen? Verzekeraars wijzen op de regels die hen naar obligaties drijven, wegens de kapitaalvereisten. Maar dat is maar de helft van het verhaal: aandelen geven ook betere rendementen. Sinds 2012 steeg de Bel20 met 74 procent. Waarom dan toch wat meer winst reserveren om als buffer voor beleggingen aan te houden? Want er waren wel degelijk winsten. Zelfs rekening houdend met de verliezen in de financiële crisis, hield de sector sinds 2006 7,1 miljard te bestemmen winst over; gemiddeld 4 procent per jaar.

En waar is dat geld dan wel naartoe? Mijn gok: naar de banken. Pensioenfondsen hebben hun winsten gekapitaliseerd. Pensioenverzekeraars hebben ze afgeroomd en overgedragen aan hun noodlijdende zusterbanken of eigen bankproducten zoals First-rekeningen. De winsten van de goede jaren zijn weg. Nu de slechte jaren aanbreken, moet de overheid helpen. Waar hebben we dat nog gehoord?

Vooraleer de factuur naar de werkgevers en werknemers te sturen, biedt de sector beter eerst wat transparantie over wat er met hun winsten is gebeurd. Verzekeraars moeten doen waar ze royaal voor worden betaald in commissielonen: verstandig beleggen op de lange termijn. Kunnen ze dat niet, dan zetten ze hun bestaansreden en het hele systeem van de aanvullende pensioenen op het spel. Want als het uitgesteld loon dient om overheidsobligaties te laten kopen door een verzekeraar, kunnen werknemers niet beter meteen het loon cashen en er zelf wat obligaties mee kopen?

 

Dit opiniestuk verscheen in De Tijd (26/02)