Amper 21 maanden nadat teelbalkanker een streep door zijn carrière dreigde te trekken, behaalde de 25-jarige Thomas Van der Plaetsen goud op het EK atletiek. De jonge tienkamper werd beloond voor zijn harde trainingswerk op de weg terug naar de top. In de dagen die volgden werd zijn levensloop uitvoerig in de kranten belicht. Thomas had als kind een onbegrensde voorraad energie, en kreeg net geen ADHD-etiket opgeplakt. Maar het scheelde niet veel. Thomas’ vader, een psychiater, pakte het anders aan. In plaats van een etiket op zijn zoon te kleven en naar de rilatine te grijpen kocht hij een grote trampoline. Uren aan een stuk heeft de kleine Thomas erop gesprongen, aangemoedigd door zijn broers en zussen. Het was een gouden zet.

Het verhaal van Thomas staat in schril contrast tot de cijfers in onze jeugd- en welzijnszorg. Vlaanderen doet het niet goed. Te snel en te veel grijpen we naar de pillen, ook voor onze kinderen. Dat terwijl de roep om gespecialiseerde opvang soms helemaal onbeantwoord blijft. Al te vaak worden problemen niet ernstig genomen tot ze uiteindelijk in een crisis uitmonden. En dan is het te laat. Veel jongeren en hun ouders weten niet waar eerst aankloppen, vinden niet de juiste hulp, of zoeken opvang die er niet is bij gebrek aan plaats. Het blijft een opvallende vaststelling: Vlaanderen is één van de meest welvarende regio’s in de wereld en toch blijven we tekortschieten als onze jongeren schreeuwen om hulp. Nochtans, mocht je vandaag op straat vragen of zorg voor onze kinderen niet het allerbelangrijkste is, zou het antwoord massaal “ja, natuurlijk” zijn. Waarom gebeurt dat dan niet?

Uit vele gesprekken met jongvolwassenen valt me telkens op hoe zeer ze worstelen met de gang van het leven. “Veel te veel druk”, zijn vier woorden die ik vaak hoor. De druk om te studeren, om een diploma te halen, om een goeie partner te vinden, om gezin en werk te combineren, of om een deftig loon te hebben waarmee ze een dak boven hun hoofd kunnen betalen. Is het dan nog verbazend te noemen dat het aantal 40-jarigen dat uitvalt met een burn-out exponentieel gestegen is de laatste jaren? Is het dan nog verbazend dat diezelfde groep intussen één derde van alle langdurig zieken uitmaakt?

De meest extreme uiting van een slechte geestelijke gezondheid is zelfdoding. Ook dat komt jammerlijk vaak voor bij onze jongeren. In 2014 werden witte zerkjes neergezet in de Broeken van Merkem. Geen Groote Oorlog daar, maar slachtoffers van de stille oorlog. In de eerste 15 jaar van de jaren 2000 pleegden meer dan 400 mensen onder de 30 jaar zelfdoding in West-Vlaanderen alleen. Auteur David Van Reybrouck maakte er niet zo lang geleden een aangrijpende tentoonstelling over in Brugge. Hij interviewde nabestaanden, maar ook psychotherapeuten, hulpverleners en een priester. Hij verzamelde getuigenissen en afscheidsbrieven.

In tegenstelling tot de ons omringende landen zijn we er niet in geslaagd om toegenomen welvaart te vertalen in meer welbevinden. De zelfdodingscijfers zijn daar een schrijnend bewijs van. Overal daalden de cijfers sterk behalve bij ons. Hoe komt dat toch? Is er dan geen zorg? Jawel, maar dan vooral in crisisgevallen. Met andere woorden, vaak als het te laat is. Gepaste hulp bieden in een vroeg stadium blijft een probleem in Vlaanderen. Voor een kind dat wat uit de pas loopt is er in Vlaanderen zelden een trampoline. Geen plaats om zichzelf te zijn, te spelen, te ontspannen. Weg van de druk die soms te veel dreigt te worden. Slaap -en kalmeringsmiddelen daarentegen dienen we onze kinderen massaal toe. We behoren dan ook tot de grootgebruikers in Europa.

Psychische aandoeningen - bij jong én ouder - zijn vandaag te wijdverspreid in onze samenleving om het probleem te minimaliseren of weg te zetten als “Kom op, doe eens normaal”. Als het welbevinden van zo’n groot aantal mensen zo fout zit en ons zorgmodel dermate tekortschiet, moet het een prioriteit zijn voor elke overheid om dat manco bij te stellen. Dat betekent dat we ons dringend moeten bevrijden van het taboe, dat we zulke aandoeningen ernstig moeten nemen van bij het begin en dat er een goeie en betaalbare zorg voor iedereen moet zijn. Ook voor zij die het thuis niet breed hebben. Want als we er op dezelfde manier mee blijven omgaan, dan sluiten we een steeds grotere groep uit. Is dat de bedoeling? Neen toch! Waarom is het teveel gevraagd om daar de nodige investeringen voor te doen? Waarom wachten tot de kloof niet meer te overzien is en daarna te moeten dweilen met de kraan open?

Alleen als we nieuwe krijtlijnen uittekenen voor een moderne geestelijke gezondheidszorg - met nadruk op preventie en weg van de pillen - zetten we een stap vooruit. Dan kan goede geestelijke verzorging de spreekwoordelijke trampoline zijn voor vele jonge Vlamingen die nu worstelen met hun problemen tot het vaak te laat is. Het zou onze samenleving niet alleen veel ellende besparen, maar vooral veel bijkomend welbevinden opleveren voor de groep die ons het meeste dierbaar is: onze kinderen en kleinkinderen.

Misschien zal dat ons land geen enkele olympisch kampioen meer opleveren. Maar dat hoeft ook niet: als ze maar gelukkig zijn. En als volgende week woensdag Thomas Van der Plaetsen de tienkamp bestrijdt voor ons land, zal ik toch met bijzonder warme aandacht aan de buis gekluisterd zijn.

Succes Thomas!

Warme groet, John