Binnenkort vieren we vijftig jaar migratie naar België. Begin jaren zestig arriveerden immers de eerste Turkse en Maghrebijnse gastarbeiders in ons land. Ze waren ‘te gast’ om hard en gevaarlijk werk te verrichten in de zware industrie. Deze arbeidsmigratie werd later aangevuld door gezins- en asielmigratie. De migratie werd ook steeds diverser door grote migratiestromen uit onder meer Sub-Sahara Afrika, het verre Azië en het voormalige Oostblok. Maar is er wel veel reden tot vieren? De balans na vijftig jaar migratiegeschiedenis is niet bepaald onverdeeld positief te noemen.

"No one left behind. En daar knelt vaak het schoentje."

Laten we met het slechte nieuws beginnen. De meeste migrantengroepen in België kampen met een serieuze achterstelling op vlak van onderwijs, werk, gezondheid, huisvesting en op tal van andere levensdomeinen. Er bestaan tussen de verschillende bevolkingsgroepen hardnekkige vooroordelen, van beide kanten. En het debat over deze zaken is het laatste decennium enorm verhard en gepolariseerd.

Het positieve nieuws is dan weer dat de zaken stilaan ten goede aan het veranderen zijn. Het is niet allemaal kommer en kwel. Er is geleidelijk een multiculturele middenklasse aan het ontstaan in België. De gemengde huwelijken nemen toe. De oorspronkelijke concentratiebuurten worden steeds diverser en zijn vaak ook een biotoop van creativiteit en ondernemerschap. Deze veranderingen verlopen zeer geleidelijk en halen de krantenkoppen niet, maar zijn niettemin hoopgevend.

De zaken veranderen dus, maar één zwaluw maakt de lente niet. Naar mijn aanvoelen staan we op een kruispunt: Gaan we verder op het bekende elan van ‘gemiste kansen’ en ‘wederzijdse clichés’? Of schrijven we aan een nieuw verhaal waarin we bovenstaande prille veranderingen ondersteunen? De kern van dit nieuwe verhaal zou er één moeten zijn van sociale vooruitgang en samenhorigheid. De twee zijn onlosmakelijk verbonden.

De sociaal achtergestelde positie van verschillende migrantengroepen en hun nakomelingen is een hardnekkig probleem dat de samenhang van onze samenleving ondermijnt. Het is toch onaanvaardbaar dat veel van hun kinderen haast voorbestemd zijn om een hobbelig parcours van teleurstelling en mislukking te volgen op school en op de arbeidsmarkt. Wat een verspilling van talent, wat een bron van ellende! Laten we samen van onze sociale welvaartstaat opnieuw die krachtige motor van sociale vooruitgang maken voor elkeen. Een gedeelde ambitie waarbij iedereen wordt aangesproken op zijn verantwoordelijkheid. Sociale vooruitgang veronderstelt echter ook dat iedereen gelijke kansen moet krijgen. No one left behind. En hier knelt het schoentje. Verschillende studies hebben een hardnekkige discriminatie aangetoond op de arbeidsmarkt, de huisvestingsmarkt en in het onderwijs. Deze uitsluitende praktijken moeten we bekampen met een anti-discriminatiebeleid met tanden.

Naast sociale mobiliteit is ook samenhorigheid belangrijk. In de superdiverse samenleving waar we in leven, geraken we niet vooruit met een eng nationalisme dat een samenleving verdeelt in ‘wij’ en ‘zij’. We moeten bouwen aan een gemeenschappelijke basis die mensen insluit in plaats van uitsluit. Enkel met een gedeelde noemer kunnen we immers onze sociale welvaartstaat consolideren. Cruciaal voor deze samenhorigheid zijn de onderlinge sociale relaties. Nog te vaak leven de verschillende gemeenschappen in België immers naast in plaats van mét elkaar. En onbekend maakt onbemind. Sociale relaties tussen de gemeenschappen verminderen de wederzijdse vooroordelen en discriminatie. En dat geldt zowel in de buurt, in het verenigingsleven, op de werkvloer, in de raden van bestuur, in de media…

Drie elementen zijn cruciaal voor deze goeie sociale relaties: taal, respect en wederkerigheid. Een gemeenschappelijke spreektaal is onontbeerlijk. In Vlaanderen is deze spreektaal het Nederlands, zonder evenwel het gebruik van andere talen te willen uitsluiten. Ook wederzijds respect voor elkaars eigenheid is belangrijk. De reportages van ‘Femme/Hommes de la rue’ klagen in dat verband alles aan waar we niet voor staan. En wederkerigheid ten slotte is ook belangrijk: iedereen heeft gelijke rechten, en moet naar eigen vermogen een inspanning doen om bij te dragen aan de samenleving.

Een centrale rol voor het creëren van deze sociale relaties is weggelegd voor het middenveld. Sociale relaties kan je immers als overheid niet opleggen. Deze moeten van onderuit gestimuleerd worden door te investeren in een goede leefomgeving, een buurtwerking en een rijk verenigingsleven. Vlaanderen en Brussel kennen gelukkig een rijke traditie van middenveldorganisaties. Op het Visie-congres nodigen we een aantal van deze organisaties uit. We debatteren met hen over dit nieuwe verhaal van sociale vooruitgang en samenhorigheid, en de emanciperende rol die het middenveld daarin kan spelen.