Ik geloof in socialisme zoals de natuur ons dat leert, wie zei dat ook weer: lucht en zon zijn van iedereen. De gelijkheid van er is voor allemaal evenveel regen, groeien jullie maar, planten. En de prachtige ongelijkheid die dat oplevert.

(Mening, Herman De Coninck)

"Ongelijkheid werkt écht niet"

Dit gedicht is ongetwijfeld al honderden malen gebruikt om een tekst over diversiteit of socialisme in te leiden. En terecht, slechts weinig schrijvers konden beter zo compact het beeld oproepen van eenheid, verscheidenheid en herverdeling die een sociaaldemocratische visie op de maatschappij typeren. Maar stel u de bloemenweide van Herman De Coninck eens voor nadat sommige bloemen jarenlang bijkomend voedsel zouden gekregen hebben en anderen er net verstoken van zouden blijven. De ene soort bloemen zou ongetwijfeld gaan groeien, misschien zelfs woekeren, het licht en het water opslorpen en wellicht nog mooier schitteren. Andere bloemen zouden onherroepelijk wegkwijnen of zelfs verdwijnen. De ene bloem heeft geluk, de andere pech. Dat heft elkaar op, zouden veel mensen denken. Gemiddeld is er aan onze verbeelde bloemenweide niets veranderd. Maar is Herman De Coninck’s tuin er mooier op geworden? Je kan deze beeldspraak doortrekken naar onze samenleving. Gemiddeld behoren we tot één van de meest welwarende regio’s in de wereld. Ondanks de huidige crisis hadden we het gemiddeld nooit beter. En toch lopen we niet allemaal met een brede glimlach te stralen. Onze materiële welvaart is ongelijk verdeeld. En met de jaren neemt de inkomensongelijkheid toe. Voor 15 procent van onze medeburgers heeft dit er ondertussen toe geleid dat ze een structureel risico op armoede lopen. Bovendien blijkt armoede doorgegeven te worden op de volgende generaties. Armoede is ook nefast voor tal van immateriële aspecten van ons leven: gezondheid, psychisch welbehagen, toegang tot onderwijs, cultuur, sociale contacten. We arm is pakt er naast. Het is dus nogal wiedes dat wie in armoede leeft, zich zorgen moet maken. Maar dit verklaart niet waarom grote delen van de 85 procent anderen zich op één of meerdere vlakken niet goed in hun vel voelen. Volgens empirisch onderzoek van professor Wilkinson blijkt dat de toenemende ongelijkheid aan de basis ligt van dit onbehagen. Vanaf een bepaald (noodzakelijk) niveau is de manier waarop welvaart verdeeld wordt meer bepalend voor het geluk in een samenleving dan de grootte van die welvaart zelf. Verschillende generaties hebben door hard werken en met de steun van sociale maatregelen een betere toekomst voor zichzelf en hun kinderen weten af te dwingen. Die vooruitgang vertraagt niet alleen, maar komt zelfs steeds meer onder druk door verschillende maatschappelijke evoluties.

Jacques Delors drukte ooit zijn vrees uit dat we zouden evolueren naar een maatschappij met 15 procent armen, 10 procent rijken en een verarmde middenklasse die voortdurend in angst leeft om niet te verglijden in armoede. Dit zou nefast zijn voor onze samenleving. Er zijn tal van voorbeelden die illustreren dat ongelijkheid echt niet werkt. Als bedrijven vandaag vooral investeren in vorming en opleiding van hoogopgeleiden, betalen we dat met z'n allen cash doordat wie kortgeschoold is veel meer kans heeft op werkloosheid. We weten dat wie arm is ongezonder eet, vaker ziek wordt en sneller sterft. Toenemende armoede vertaalt zich dan ook in een enorme maatschappelijke kost. Heeft iemand al eens uitgerekend wat de kostprijs is van vruchteloze opleidingen en niet ingevulde vacatures, omdat we nog altijd een achterhaald onderscheid maken tussen arbeiders en bedienden? Arbeiders hebben het fysiek zwaarder, kennen meer stress en kunnen makkelijker ontslagen worden. Geen wonder dat mensen liever hebben dat hun kinderen bediende worden. Ook als ze een uitgesproken technisch talent hebben, ook als dit leidt tot frustratie en een verlies aan talent. De gemiddelde tewerkstellingsgraad in Vlaanderen is 71.7 procent. Van de allochtone Vlamingen werkt amper 40 procent, mensen met een handicap komen nog minder aan de bak. We lijken dit zo maar te aanvaarden terwijl bewezen is dat bedrijven die investeren in diversiteit echt wel beter scoren. We verspillen niet alleen talent, maar ook veel geld. Kortom: ongelijkheid werkt echt niet.