"Hoe armer, hoe ongezonder. Zelfs voor wie nog in de baarmoeder zit." Deze woorden komen van professor Sara Willems. Nochtans spenderen Belgen volgens de OESO niet minder dan 10,5 procent van hun BNP aan gezondheidszorg. Wanneer we als samenleving één tiende van onze middelen spenderen aan gezondheidszorg, maar er zelfs niet in slagen om baby’s en kinderen een gelijke start te geven, dan schieten we te kort.

“Een goeie herverdeling van de rijkdom zorgt voor een betere gezondheid van de bevolking. Dat is geen politiek, dat is pure wetenschap”

De conclusies van professor Willems verbazen mij geen minuut. Als OCMW-voorzitter word ik dagelijks geconfronteerd met mensen met schulden. Niet zelden vergroten onvoorziene, noodzakelijke, of uit de hand gelopen medische kosten de berg. Volgens onderzoek van vzw Verbruikersateljee in 2008 had 43 procent van de mensen in schuldbemiddeling openstaande zorgfacturen. Mijn ervaring in het OCMW stemt mij weinig optimistisch dat dit vandaag beter is. Arm maakt ziek en ziek maakt arm. Dat is meer dan waar.

Vandaag geeft 14 procent van de Belgische bevolking aan verzorging uit te stellen om financiële redenen. In Brussel is dit zelfs 26 procent, zoals blijkt uit de Gezondheidsenquête. Deze mensen bevolken helaas later vaak de wachtkamer op de spoeddiensten. Ook bij ons in het AZ Jan Portaals is dat niet anders. Door het uitstellen van zorg zijn de problemen vaak alleen maar groter geworden. Maar in het ziekenhuis moeten ze de factuur ten minste niet onmiddellijk betalen. Dat dit uitstel de gezondheid schaadt nemen ze er bij.

De ongelijkheid die men als ongeborenen meekrijgt, loopt gaandeweg verder op. De Koning Boudewijnstichting komt tot de vaststelling dat een hooggeschoolde (hoger onderwijs) vrouw van 25 nog 47 gezonde levensjaren te goed heeft. Onthutsend is het feit dat een lager opgeleide vrouw (middelbaar onderwijs) het met 5 tot 6 jaar minder moet stellen. Naarmate de sociale status stijgt, wordt ook de gezondheid trapsgewijs beter. De toenemende socio-economische ongelijkheid in onze maatschappij – en de groter wordende kloof tussen wie het goed heeft en wie het moeilijker heeft – zorgt er onvermijdelijk voor dat de ongelijkheid in de gezondheid ook toeneemt.

Nochtans investeren we massaal in gezondheid. In 2010 bedroegen de kosten ongeveer 10,5 procent van ons BNP. 8,5 procent hiervan dragen we collectief via sociale bijdragen en algemene middelen. Deze kosten zullen, onder meer door de vergrijzing en de specialisatie, alleen maar toenemen. Het debat van de toekomst inzake sociale zekerheid gaat dan ook over de manier we de oplopende kosten zullen financieren. Het is tevens dé basisvraag voor sociaaldemocraten. Schuiven we de hete aardappel door naar de burger, met ongetwijfeld een nog grotere gezondheidskloof tot gevolg? Of zoeken we een oplossing die de financierbaarheid waarborgt maar terzelfder tijd de gezondheidskloof dicht?

Op dat vlak maken een aantal tendenzen mij zeer ongerust. De hierboven omschreven gezondheidskloof is daar één van. Dat we behoren tot de kampioenen van de private bijdragen (uit eigen zak of via een private verzekering) is een tweede. Tot slot is het feit dat de private verzekeringen (de zogenaamde hospitalisatieverzekeringen) door steeds meer mensen als een evidentie of noodzaak worden beschouwd ronduit beangstigend. Of eigenlijk is beschamend een beter woord. Temeer omdat we weten net de zwaksten zijn zich niet aanvullend kunnen verzekeren. De politieke vraag moet daarom in de juiste termen gesteld worden. Laten we de huidige evolutie van een gezondheidszorg met twee snelheden zich verder ontwikkelen of slagen we erin om de tendens te stoppen of om te keren?

We staan dus voor een dubbele uitdaging. Niet alleen moeten we daadwerkelijk een antwoord vinden op de vraag hoe we de gezondheidszorg organiseren op een manier die we kunnen blijven financieren. Terzelfdertijd moeten we garanderen dat deze gezondheidszorg voor iedereen dezelfde bescherming biedt. Feit is dat het debat zich niet mag of kan beperken tot de gezondheidszorg zelf, maar een ruimere inzet vergt. Ik wil in dit verband nogmaals refereren aan professor Willems. Wat dat laatste betreft hebben we de wetenschap aan onze zijde.

“Een goeie herverdeling van de rijkdom zorgt voor een betere gezondheid van de bevolking. Dat is geen politiek, dat is pure wetenschap.”