Het onderwijszakboekje is een synthese van rechten en plichten van leraren. Het is meer dan 550 bladzijden dik. Een synthese van 550 bladzijden. Meer heb je niet nodig om jongeren die voor een studiekeuze staan en twijfelen of ze niet voor een job als leraar zouden kiezen, te doen afhaken.

"Onderwijs moet voor de toekomstige generatie een GPS zijn doorheen de crisis. Onderwijs moet vooruit denken ook op momenten dat we schijnbaar stilstaan."

Wie pas afgestudeerd is en in dat zakboekje op zoek gaat naar maatregelen voor werkzekerheid voor starters, zal die niet vinden. Wie al vijftien jaar een job heeft in het bedrijfsleven, en die les wil gaan geven om die ervaring door te geven aan jongeren, zal er ook geen handleiding in vinden voor die overstap.

De titel zoektocht naar de leraar van de 21ste eeuw is misleidend. De 160.000 leraren van vandaag zijn leraren van de 21ste eeuw, ook al komen een groot aantal ervan uit de 20ste eeuw. Als we dan toch 'zoekend' zijn, is dat om drie redenen:

  1. We kennen een city-boom, een vergroening én verkleuring van onze steden, waardoor we niet alleen méér leraren nodig hebben, maar ook gedwongen worden na te denken over de referentiekaders waarop onze onderwijsmethodes gebouwd zijn.

  2. We bieden toponderwijs voor 70 procent van de kinderen, maar verliezen volgens onder andere de OESO stilaan voeling met de internationale top van het onderwijs, omdat we het niet zo goed doen met de 15 procent sterkste en 15 procent zwakste leerlingen.

  3. Ook al is onderwijs geen fabriek van werknemers, toch slagen we er te weinig in om jongeren op te leiden die de arbeidsmarkt nodig heeft. Een opdracht die steeds complexer wordt, omdat we geacht worden kinderen op te leiden tot werkgevers en werknemers van een arbeidsmarkt waarvan we niet weten hoe die er over 18 jaar zal uitzien.

Leraren zijn de belangrijkste grondstof om onderwijs te vernieuwen, belangrijker dan de structuren, op voorwaarde dat die structuren ruimte laten voor vernieuwing.

Een loopbaandebat in onderwijs gaat uiteraard over de verwachtingen van leraren en kandidaat-leraren, maar niet alleen, misschien zelfs niet in de eerste plaats. Een loopbaandebat gaat over de toekomst van de kinderen waar politici en leraren samen verantwoordelijk zijn. Het draagvlak voor verandering zijn onze kinderen, onze toekomst, niet ons verleden.

Natuurlijk wil de leraar van de 21ste eeuw jobzekerheid en een goede verloning en dat moeten we, vooral voor jonge leraren, ook geven. Natuurlijk hebben leraren prikkels nodig om te vermijden dat ervaring routine wordt en die moeten we, samen met het bedrijfsleven, ook geven. Natuurlijk zijn er mensen die, na jaren ervaring in een job buiten het onderwijs, die ervaring willen doorgeven aan kinderen, maar de stap niet willen zetten naar het onderwijs omdat we er nog altijd niet in slagen die ervaring correct te verlonen. Ook daar moeten we dringend een mouw aan passen. Natuurlijk heeft het plezier van lesgeven én van les krijgen ook te maken met het gebruik van nieuwe technologieën én vooral van een uitdagende content.

Maar leraar zijn is toch vooral gestoeld op het geloof dat in elk kind talent schuilt, en dat we uit elk kind het beste van dat talent kunnen en moeten halen. Dat kan het beste met leraren die goesting hebben en die goesting geven aan kinderen om te leren.

Hoe kunnen we jonge mensen motiveren om leraar te worden ? Hoe bereiden we hen best voor op een opdracht die steeds complexer wordt? Hoe kunnen we leraren motiveren om met goesting les te blijven geven? Hoe kunnen we mensen met ervaring in andere beroepen de kans geven die ervaring door te geven als leraar? Hoe kunnen we de beste leraren motiveren om les te geven in de moeilijkste scholen ?
Het beroep van leraar krijgt van jongeren nog altijd het vertrouwen dat die jongeren niet meer hebben in de politiek of de media. Jongeren in Londen zijn het noorden kwijt, jongeren in Madrid het zuiden, in Brussel het centrum. We moeten dat vertrouwen in onderwijs au sérieux nemen. We moeten vermijden dat een sociaal-economische crisis een crisis wordt van het geloof in de toekomst, een crisis van de creativiteit, van het vermogen om oplossingen te bedenken voor problemen.

Onderwijs moet voor de toekomstige generatie een GPS zijn doorheen de crisis. Onderwijs moet vooruit denken ook op momenten dat we schijnbaar stilstaan.