Tijdens ons visiecongres gaan we in de werkgroep rond Werk op zoek naar antwoorden voor de uitdagingen op onze arbeidsmarkt. Professor Maarten Goos modereert, onder andere Meryame Kitir en Fons Leroy debatteren mee.

"Stellingen als 'De middenklasse brokkelt af' of 'De neergang van de middengeschoolde jobs in de uitvoerende nijverheid' lijken uit te gaan van een onomkeerbare wetmatigheid."

Onderzoek van Maarten Goos en zijn collega Anna Salomons waarschuwt ons voor een toenemende polarisering op onze arbeidsmarkt. Ze zien een toename van het aantal laagbetaalde dienstenberoepen (verkopers, horecapersoneel, huishoudelijke hulp) en van het aantal hoogbetaalde, hooggespecialiseerde beroepen (managers, ingenieurs), en dit ten koste van de middenbetaalde beroepen. De drijvende krachten daarachter zijn de technologische vooruitgang en, daarmee samenhangend, de internationale uitbesteding (globalisering). Uit het onderzoek lijkt dit een onafwendbare wetmatigheid.

Zonder blind te zijn voor deze tendensen, wil ik toch niet vervallen in pessimisme. De resultaten van het onderzoek mogen niet al te ongenuanceerd worden samengevat. Want volgens mij bestaat er niet zoiets als ‘dé’ industrie, net zo min als ‘dé’ opleiding. ‘De industrie’, en ‘de industriële sectoren’ zijn een veelheid van activiteiten en beroepen. En ‘opleiding’ is het verwerven van een geheel van competenties die naast ‘kennis’ ook vaardigheden en houdingen omvatten. En – hopelijk interpreteer ik de bevindingen uit deze onderzoeken correct – binnen die beroepen en sectoren zien we dat routineuze taken die makkelijk informatiseerbaar zijn of die minder abstracte vaardigheden vergen verdwijnen omdat ze geïnformatiseerd worden (denken we maar aan de routineuze assemblage of informatiseerbare boekhoudplannen) of verhuizen naar het buitenland. In de plaats daarvan zien de onderzoekers een groei van enerzijds (aan de ene kant van het spectrum) vaak laagbetaalde niet-routineuze, gepersonaliseerde activiteiten (horeca, verkoop, zorgverstrekkers,…) en anderzijds (aan de andere kant van het spectrum) beroepen die een hoge opleiding vergen en abstracte inzichten en vaardigheden vereisen (managers, ingenieurs,…).

Stellingen als 'De middenklasse brokkelt af' of 'De neergang van de middengeschoolde jobs in de uitvoerende nijverheid' lijken uit te gaan van een onomkeerbare wetmatigheid. Eigenlijk is dat een gevaarlijke houding, omdat die leidt tot een soort berusting en onmacht. Eerder moeten we ons de vraag stellen: aan welk tempo gaat deze polarisering door? Worden er effectief hele sectoren, of industrieën door geraakt of betreft het enkele beroepen en activiteiten binnen die sectoren? En, nog belangrijker: wat zijn de jobs van de toekomst en hoe kunnen we hierin maximaal investeren en werknemers die anders zouden ingestroomd zijn in beroepen met minder toekomstperspectief, toeleiden naar beroepen met toekomstperspectief ?

Natuurlijk kunnen we er niet naast kijken dat bepaalde beroepen en activiteiten hier aan hoog tempo verdwijnen. Het meest pijnlijke en dramatische voorbeeld hiervan is Ford Genk. Maar gelukkig gebeuren er gelijktijdig nog dagelijks aanwervingen in groeibedrijven die zich toeleggen op innovatie, duurzaamheid en ‘voorsprong’. Denken we maar aan voorbeelden als Septentrio, Mobiya, Novo Polymers,… Dat de middengeschoolde vakman geen vogel voor de kat is, blijkt volgens mij ook uit de goede doorstroomcijfers die de VDAB-Schoolverlaterstudie toont voor de meeste richtingen uit het secundair technisch en beroepsonderwijs. Maar zoals gezegd, ‘de opleiding’ bestaat niet, want bepaalde studierichtingen geven dan weer zeer slechte beroepsperspectieven.

Wat zo boeiend is aan een grondige lezing van het onderzoek van Goos en Salomon is dat ze managers, vakbonden en beleidsmakers uitdagen om pro-actief in te spelen op de veranderingen op onze arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld: brengt ons onderwijs de juiste vaardigheden over die de hedendaagse economie vraagt? Is er voldoende interactie tussen de onderwijs- en ondernemerswereld?

Stof genoeg voor een boeiend debat tijdens het sp.a-visiecongres dit weekend dus. Boeiend omdat er nog een aantal open vragen zijn, maar vooral ook boeiend omdat het hier gaat over de essentie van arbeidsmarktbeleid: hoe waarborgen we voldoende jobs van goede kwaliteit voor iedereen die wil werken.