Nog te veel kinderen komen volgens de ministers Frank Vandenbroucke en Kathleen Van Brempt met de auto naar school. Gemeenten die initiatieven opzetten om kinderen uit het basisonderwijs te voet of met de fiets naar school te laten komen, krijgen daarom extra subsidies.

Mechelen is zo'n beetje een schoolvoorbeeld als het gaat over initiatieven om kinderen te voet of met de fiets naar school te laten gaan. 'We zijn de eerste stad die helemaal klaar is met het inrichten van de zone 30 aan de scholen', zegt schepen van Onderwijs Caroline Gennez. 'Onze schoolbereikbaarheidskaart, die elk jaar wordt geactualiseerd, is een groot succes. De voet- en fietsrouters staan voorop. We werken aan een systeem van fiets- voetpooling waar ouders onderling afspreken om een groepje kinderen van en naar school te begeleiden. Er zijn al heel wat scholen die hebben laten weten dat ze mee in het project willen stappen.' Om de kinderen niet onvoorbereid in het verkeer te gooien, is er ook een behendigheidsparcours. Dat staat de volgende twee weken opgesteld in de Sint-Maartenschool van Hombeek. Ieder kind leert er handige kneepjes in draaien en over smalle plankjes rijden. Het actieplan van de Vlaamse ministers Vandenbroucke (Onderwijs) en Van Brempt (Mobiliteit) 'Duurzaam naar School' is Mechelen dus op het lijf geschreven. Samen met 76 andere gemeenten in Vlaanderen, vangt de stad subsidies om extra initiatieven te nemen. 'Voor volgend schooljaar heeft de Vlaamse regering 2,4 miljoen euro uitgetrokken, voor het schooljaar 2009-2010 wordt er 9,6 miljoen vrijgemaakt', zegt Vandenbroucke. 'Daarmee zullen twee op de drie gemeenten kunnen deelnemen aan het project. Volgend schooljaar bereikt Duurzaam naar School zo 150.000 leerlingen. De gemeenten konden kiezen uit een lijst van initiatieven. Sommige scholen organiseren een fietspool, andere werken op informatie en sensibilisering en nog anderen willen fietshelmen aankopen.' Duurzaam naar School vervangt het project Netoverschrijdend Leerlingenvervoer voor het basisonderwijs. 'In dit project wordt het STOP-principe geïntroduceerd', zegt Vandenbroucke. 'Dat geeft voorrang aan Stappen, dan Trappen, dan Openbaar vervoer en pas op het einde Privévervoer. Bij het voorgaande project lag te sterk de nadruk op investeringen in busvervoer. Daardoor bleef het effect op voetgangers en fietsers beperkt.'