De eerste is deze: ondanks het feit dat de Vlaamse Regering nog altijd beweert te streven naar een gevoelige uitbreiding van de bosoppervlakte in Vlaanderen, blijkt dat in de voorbije twee jaar ongeveer negentig procent van alle aanvragen tot ontbossing worden goedgekeurd.

Op de vraag of dat te verzoenen is met de ambities van het beleid, geeft minister Schauvliege hetzelfde antwoord dat zij ook geeft op klachten van de natuurbeweging of van geëngageerde burgers als Wouter Deprez: die cijfers op tafel leggen die wijzen op het immer krimpende bosareaal. De minister verwijst naar de bosbarometer die door haar administratie werd uitgewerkt en waaruit moet blijken dat er bos zou bijkomen in Vlaanderen.

Jammer genoeg blijkt uit die bosbarometer alleen maar dat de Vlaamse overheid veel creatiever is in rekenen dan in aanplanten. De 'barometer' omschrijft verkeerswisselaars met groen, stroken groenscherm langs industriegebieden en zelfs de Zoo van Antwerpen als volwaardige bosoppervlakte. Nu zijn er natuurlijk weinig plekken in Vlaanderen met meer biodiversiteit dan de Zoo met zijn tijgers, olifanten, okapi's, pinguïns, slangen, arenden en ezels... maar in het licht van de globale evolutie van het bosbestand in Vlaanderen is dit natuurlijk een bijzonder wrange grap.

Terwijl de barometer van de minister is vastgeschroefd op 'mooi weer', is de bittere realiteit immers dat er door ontbossing van grote en vooral heel veel kleine percelenjaarlijks 200-300 ha bos blijft verdwijnen. Zoals Bos+ het onlangs omschreef: 'een sluipmoord op de Vlaamse bossen'.

Alsof dat niet genoeg is blijkt uit het antwoord op een tweede vraag dat de minister de jongste jaren ook een pak nieuwe vergunningen afleverde aan particulieren om in bossen en andere domeinen in eigendom van de Vlaams overheid te jagen. In het verleden was het de gewoonte dat boswachters in dienst van de Vlaamse overheid in gevallen van schade door overpopulatie zelf optraden en instonden voor de noodzakelijke bestrijding. De inzet van jagers in overheidsbossen was zeer zeldzaam.

Nu blijkt echter dat er recent jachtvergunningen werden uitgereikt in minstens 36 Vlaamse domeinen. Daaronder ondermeer het Zoerselbos, Het Pijnven, het Houtembos, de Dijlevallei, de Demerbroeken en bossen rond Brugge. De Zoo ontbreekt (vooralsnog) op het lijstje...

Daarmee is ook het gebruik van de steeds maar krimpende oppervlakte bos in Vlaanderen onderhevig aan een sluipende evolutie. Waar het voordien eerder een uitzondering was om de jacht uit te geven aan private jagers is jacht nu blijkbaar in alle stilte een vorm van recreatief medegebruik geworden.

In haar antwoord op de vraag motiveert de minister dat gulle vergunningenbeleid met het argument dat jacht op reeën noodzakelijk is voor de daling van het bestand en voor de bosverjonging en het herstel van habitats. Dat argument klinkt echter bijzonder hol als blijkt dat een aantal vergunningen direct voor 18 en zelfs voor 30 jaar zijn uitgereikt. De minister is blijkbaar zo vooruitziend dat ze nu al weet dat binnen pakweg 20 jaar het reeënbestand in een bepaalde regio zal moeten uitgedund worden. Al zouden we het natuurlijk ook als een geruststelling kunnen beschouwen dat ze ervan uitgaat dat het betrokken bos er dan nog zal zijn...

Voor West-Vlaanderen worden in zo goed als alle bosgebieden afschotplannen opgemaakt en goedgekeurd voor reeën. Zelfs in pakweg het kasteelpark van Merkem is een vergunning afgeleverd om... 3 stuks af te schieten. Daarmee is uiteraard de grote dreiging van ree en ander onheil bestreden. Waar is de tijd dat West-Vlaanderen droomde dat er ooit weer een ree in bos en polders zou leven?

Uit enige navraag blijkt in ieder geval dat heel wat biologen sowieso de bedenkingen hebben bij het afschieten van reewild als vorm van bosbeheer. In het al zo bosarme Vlaanderen hebben bosdieren immers een zodanig tekort aan echte rustplekken, dat het toelaten van jacht in overheidsbossen maar hoogst uitzonderlijk te verantwoorden is. Dieren zoals reeën horen nu eenmaal thuis in een bos. Wetenschappelijke argumenten voor particuliere jacht in deze bossen zijn er dan ook op het eerste gezicht zeer weinig.

Ook maatschappelijk is de keuze voor jacht als recreatief medegebruik niet te verdedigen. In bosdomeinen die aangekocht werden met publieke middelen om een functie van publiek belang te vervullen als rustgebieden voor mens én dier, laat de minister een activiteit toe die daarmee volkomen onverenigbaar is. In deze gebieden systematisch (recreatieve) jacht toelaten is even zonevreemd als motorcross organiseren op een golfterrein.

Het valt trouwens op dat de minister deze nieuwe beleidskeuze maakt zonder publiek debat of wetenschappelijke ondersteuning. Zo wordt er onder haar beleid minder en minder om wetenschappelijk advies gevraagd aan het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Bij al haar recente en controversiële beleidskeuzes (de vrije bejaging van spreeuwen, eksters en Vlaamse gaaien, het dossier Essers of de jacht in openbare domeinen) wordt het met Vlaamse middelen gefinancierde eigen wetenschappelijk instituut gepasseerd en gaan lobbygroepen voor op wetenschappelijke argumenten en publiek debat.

Dit opiniestuk van Peter Bossu verscheen op Knack West-Vlaanderen