De hoeraberichten van de stad rond de verkoop van de zorg bleken voorbarig. De Vlaamse regering, en meer in het bijzonder Minister Homans (NVA), weigert de nieuwe private werkvormen te erkennen en plaatst ernstige vragen bij de werkwijze van de stad. Wij roepen het bestuur op om, in het belang van de Ronsenaars, deze vragen ernstig te nemen.

 

Van meet af aan stonden sp.a en het verenigd vakbondsfront zeer kritisch tegenover de verkoop van de stedelijke zorgdiensten. Voor ons is het voorzien van een betaalbaar en kwaliteitsvol zorgaanbod een kerntaak van de overheid. Voorbeelden van privatiseringen elders tonen wat de gevolgen zijn van een winstlogica in de zorg: dure dagprijzen, minder personeel en besparingen (bv. op incontinentiemateriaal) die het comfort van de zorgbehoevenden sterk aantast.

Ook hier in Ronse bleek al snel dat de goedkoopste kamer van het woonzorgcentrum 300 euro per maand duurder zou worden. Verder kreeg de stad nauwelijks stemrecht in de nieuwe structuren en bleek uit het financieel plan van de privépartner dat men wel degelijk op personeel zou besparen in de komende jaren.

 

De gehele privatisering komt vandaag op een helling te staan. De Minister weigert immers de erkenning van de nieuwe private organisatievorm die het woonzorgcentrum zou uitbaten. Doordat de procedure voorzag in verkoop van alle zorgdiensten aan één enkele partij, komt de gehele procedure in het gedrang. De motivatie van deze weigering spreekt boekdelen. We geven hierbij een korte bloemlezing uit de motivering van deze beslissing:

  • “Men kan bezwaarlijk besluiten dat er een ernstige inspanning werd geleverd om de mogelijkheden tot samenwerking in het kader van een publiekrechtelijke rechtsvorm met open vizier te onderzoeken"
  • “In geval van uittreding van het OCMW is het OCMW dus al zijn erkenningen verloren. Die worden namelijk niet gerecupereerd en blijven in de vzw. In dat geval is er geen garantie voor de continuïteit van de dienstverlening"
  • “In werkelijkheid brengt het OCMW het leeuwendeel van de inbreng aan, maar vertaalt dit zich niet in de verhoudingen in de bestuursorganen van de vereniging”
  • “De meerwaarde van de gekozen privaatrechtelijke rechtsvorm wordt onvoldoende aangetoond”
  • “De raadsleden hebben een beslissing genomen zonder zicht te hebben op de financiële gevolgen van die beslissing”
  • “Vragen rijzen omtrent het realiteitsgehalte van het financieel plan”

Bovendien stelt men, net zoals oppositie en vakbonden reeds meermaals herhaald hebben, dat de financiële noodzaak tot privatisering niet uit de cijfers blijkt. In 2016 werd geen tekort maar net een overschot gerealiseerd. In haar besluit onderstreept de minister ook dat men via het nieuw infrastructuurforfait ongeveer 9 miljoen euro aan subsidies kan ontvangen voor een dergelijk project. Wat weerhoudt de stad er dan van om dit noodzakelijk project zelf te realiseren? 

 

Het besluit van de Vlaamse regering volgt hiermee de kritische opmerkingen die sp.a en het vakbondsfront reeds van meet af aan hebben opgeworpen. Deze opmerkingen zijn te ernstig om naast zich neer te leggen om (opnieuw) met wat oplapwerk verder te gaan. Dit bestuur heeft vanuit haar ideologische vastberadenheid om de zorgdiensten te verkopen, veel tijd verloren waarmee andere pistes hadden kunnen worden onderzocht en uitgewerkt.

Laat ons nu in het belang van alle Ronsenaars de mogelijkheden van een (regionaal) publiek zorgbedrijf ernstig onderzoeken. Dat is voor ons de enige garantie op een betaalbare en toegankelijke zorg van vandaag en morgen.