De zogenaamde Jeugdgarantie is een aanbeveling van de Raad van de Europese Unie, die hier in 2013 en 2014 drie EU-toppen aan wijdde. De doelstelling is te vermijden dat de 5 miljoen werkloze jongeren in Europa een verloren generatie zouden worden. Daarom moet elk land werk maken van een systeem dat jongeren een kwalitatief aanbod inzake werk, opleiding of stages krijgen, ten laatste vier maanden na de inschrijving bij een bemiddelaar die deze garantie aanbiedt.

In ons land werd de uitvoering daarvan toevertrouwd aan de Gewestelijke Diensten voor Arbeidsbemiddeling, in Vlaanderen dus de VDAB. Vlaanderen heeft ervoor gekozen om geen nieuw plan op te stellen. In zijn halfjaarlijkse arbeidsmarktbalans kondigde de VDAB eind vorig jaar aan dat het bestaande Jeugdwerkplan zou versterkt worden “zodat de VDAB élke jongere (100%) een job, een stage, werkervaring of opleiding kan aanbieden binnen de vier maanden na inschrijving. Op die manier zou elke jongere binnen de 5 maanden na de inschrijving aan het werk moeten zijn of persoonlijke begeleiding krijgen.”

Yasmine Kherbache vroeg minister van Werk Philippe Muyters of dit engagement effectief wordt gerealiseerd. Uit zijn antwoord blijkt dat in het tweede kwartaal van 2015 voor slechts 65% van de jongeren die 4 maanden na hun inschrijving nog werkzoekend zijn, een inschatting is gemaakt of zij nood hebben aan persoonlijke dienstverlening. Van de jongeren die 5 maand na inschrijving nog werkzoekend zijn, zit slechts 65% in een persoonlijke dienstverlening waarvan slechts 21% in een persoonlijke dienstverlening die gericht is op competentieversterking. Vijf maanden na inschrijving is voor maar liefst 35% nog steeds de nood aan dienstverlening niet bepaald.

Kherbache vindt de cijfers zeer verontrustend. "De Minister beweert dat in Vlaanderen iedere werkzoekende op maat van zijn behoeften begeleid wordt via een ‘sluitend maatpak’. Als we zelfs de bindende Europese engagementen in het kader van de Jeugdgarantie niet halen, is er een grote kloof tussen het sluitend maatpak op papier en de realiteit op het terrein."

Er moet, volgens Kherbache, dringend worden uitgeklaard welke jongeren zo lang aan hun lot worden overlaten. "Laaggeschoolde jongeren hebben het bijzonder moeilijk op de arbeidsmarkt. Terwijl er zich het afgelopen jaar een voorzichtige daling van de algemene jeugdwerkloosheid voordeed, is die positieve evolutie niet merkbaar bij laaggeschoolde jongeren." Het tegendeel blijkt, steeds minder laaggeschoolde jongeren vinden een job. "Als VDAB er niet in slaagt om deze jongeren tijdig een gepaste begeleiding aan te bieden, riskeren ze in de langdurige werkloosheid terecht te komen.”