De stad Leuven, de Leuvense scholen en de onderwijspartners trekken alvast aan de alarmbel. Want het lijstje Vlaamse besparingsmaatregelen op onderwijs is intussen amper bij te houden: werkingsmiddelen van scholen, extra ondersteuning voor leerlingen, Centra voor Leerlingenbegeleiding, scholenbouw, lokale initiatieven die bijdragen tot gelijke kansen,… allen moeten ze inleveren. In Leuven alleen al dreigt zo 1 op de 4 leerlingen getroffen te worden.

Tijdens een debat over armoede op het Festival van de Gelijkheid gisteren stond ons onderwijs centraal. Niet toevallig, want onderwijs is bij uitstek het middel om sociale mobiliteit te promoten, om kinderen uit gezinnen in armoede vooruit te helpen. Waarom maakt deze Vlaamse regering de keuze om precies ons onderwijs zo hard te treffen, terwijl er voldoende alternatieven zijn om dat niet te doen.

We zetten alles op een rij:
1. Minder middelen voor kwetsbare leerlingen?

Tot nu toe kregen scholen naast de reguliere werkingsmiddelen ook extra middelen op basis van de sociaal-economische status van haar leerlingen. Dat betekent dat scholen die meer kinderen hebben van wie de moeder geen diploma heeft, het gezinsinkomen laag ligt, de ouders thuis geen Nederlands spreken of uit een buurt met veel kansarmoede komen, extra geld krijgen om deze kinderen te ondersteunen en te begeleiden. Scholen met meer kwetsbare leerlingen, hebben meer middelen nodig. Zo eenvoudig is het.

Dat budget wordt bijvoorbeeld gebruikt om te investeren in materiaal waarmee kinderen, die daar thuis de kans niet toe krijgen, ICT- vaardigheden kunnen ontwikkelen. Die extra middelen worden ook aangewend voor de aankoop en het onderhoud van materialen die motorische ontwikkeling en taalontwikkeling stimuleren. Er wordt ingezet op ouderbetrokkenheid via laagdrempelige activiteiten, en ook culturele activiteiten die niet passen binnen de maximumfactuur worden ermee mogelijk gemaakt. Scholen met veel kwetsbare leerlingen kiezen vaak voor een gedifferentieerde aanpak in kleine klassen. Dit brengt onder meer extra personeelskosten en kosten voor het inrichten van klaslokalen met zich mee.

Wat doet de Vlaamse regering nu? Het criterium ‘sociaal-economische status’ dreigt de nieuwe Vlaamse regering nu af te schaffen. In het Vlaams regeerakkoord staat dat scholen met kansarme leerlingen hun bijkomende werkingsmiddelen op termijn volledig verliezen. Dit betekent dus minder ondersteuning voor onze zwakste leerlingen. Voor scholen met veel leerlingen met sociale achterstand en nood aan extra begeleiding gaat dit over een behoorlijke hap in het budget. Overbodig dus om te zeggen dat het afschaffen van dit systeem een rechtstreekse impact heeft op de geboden onderwijskwaliteit, op de toekomst van talloze kinderen die onze hulp nodig hebben.

2. 30% minder voor lokale onderwijsprocjecten

Lokale besturen krijgen middelen van de Vlaamse overheid waarmee ze onderwijsprojecten ondersteunen die bijdrage tot meer gelijke kansen. De stad Leuven maakte op die manier bijvoorbeeld mensen en middelen vrij om initiatieven te stimuleren die ouders betrekken bij het schoolgebeuren, die anderstalige leerlingen helpen of studiebegeleiding.

Wat doet de Vlaamse regering nu? Op die zogenaamde ‘flankerende onderwijsmiddelen’ wil minister van Onderwijs Hilde Crevits 30% besparen. Zo krijgt de stad Leuven voor 2015 59.000 euro, in 2014 was dat 83.000. De besparing gaat ook hier dus ten koste van jongeren en gezinnen die dat extra duwtje nodig hebben.

3. Waarom moeten CLB’s inleveren?

De Centra voor Leerlingenbegeleiding leveren cruciaal werk in ons onderwijssysteem. De CLB’s beschikken over teams en mensen die het onderwijsveld door en door kennen, die leerlingen begeleiden en helpen, die bruggen tussen gewoon en buitengewoon onderwijs bouwt, én tussen onderwijs en welzijn. Ze besteden ook bijzondere zorg aan trajecten van leerlingen en gezinnen in kansarmoede.

Wat doet de Vlaamse regering nu? De Vlaamse regering wil 10% besparen op de werkingsmiddelen van de CLB’s en 2% op de loonmassa. Nochtans daalt de werklast niet. De CLB’s werden de laatste jaren al geconfronteerd met een sterk toenemend aantal zorgvragen. Een grotere alertheid voor leer- en ontwikkelingsproblemen én gezondheidsproblemen bij scholen, ouders en leerlingen brengt met zich mee dat ouders steeds vaker hulp zoeken en krijgen bij het CLB. Deze besparing is een flinke streep door hun rekening.

4. Nood aan kwalitatieve schoolgebouwen en extra capaciteit

Veel scholen kampen vandaag met te krappe of gebrekkige infrastructuur die niet beantwoordt aan de wensen of noden van het hedendaagse onderwijs. Daarenboven krijgen we in Vlaanderen te maken met een groeiend capaciteitsprobleem: meer kinderen voor te weinig plaatsen.

Wat doet de Vlaamse regering nu? De beleidssignalen die we ontvangen zijn niet hoopgevend. Ook op de budgetten voor scholenbouw en renovatie zou worden bespaard. Dit is hoogst problematisch op een moment dat er nood is aan voldoende kwaliteitsvolle, aantrekkelijke én duurzame schoolgebouwen.

We zullen de volgende weken en maanden met alle mogelijke middelen die besparingen in ons onderwijs aan de kaak stellen en onze verontwaardiging erover uiten. Andere keuzes zijn mogelijk. Waarom de Vlaamse regering dat weigert in te zien is de vraag die we zullen we blijven stellen. In het belang van alle kinderen.