De huidige Vlaamse Regering werkt aan een nieuw beleidskader voor het Sociaal Cultureel Werk. Als SP.A willen we ervoor waken dat het SCW niet uitgehold wordt, maar versterkt. Daarom stelt SP.A vijf krachtlijnen voor om het SCW vleugels te geven, zodat ze de mijlpalen van de toekomst vorm kan geven en antwoord kan bieden op de grote maatschappelijk uitdagingen van vandaag en morgen.

   

 

 “Je moet gewoon waakzaam zijn, zodat je de knisperende zijde van de gevleugelde droom te pakken kunt krijgen"

                                           Fatima Mernissi

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een uitdagende toekomst waar het Sociaal Cultureel Werk nieuwe mijlpalen kan zetten


De huidige Vlaamse Regering werkt aan een nieuw beleidskader voor het Sociaal Cultureel Werk[1] in Vlaanderen en Brussel. Als SP.A willen we het debat mee voeden, niet met technische details, wel met de grote strijdpunten of krachtlijnen die er echt toe doen. We willen ervoor waken dat het SCW niet uitgehold wordt, maar versterkt. Daarom stelt SP.A vijf krachtlijnen voor om het SCW vleugels te geven, zodat ze de mijlpalen van de toekomst vorm kan geven en antwoord kan bieden op de grote maatschappelijk uitdagingen van vandaag en morgen.

 

Een uitdagende toekomst: megatrends in Vlaanderen en de wereld 


De komende jaren wordt de Vlaamse samenleving geconfronteerd met een aantal diepgaande veranderingen. Wereldwijde megatrends zullen zich ook over Vlaanderen uitrollen en onze samenleving uitdagen tot sociaal-innovatieve en creatieve antwoorden. Het onderzoek van Idae Consult zette vier trends op een rijtje[2]:

  • De demografische samenstelling van Vlaanderen ziet er binnen vijftig jaar heel anders uit. Migratie en vergrijzing zullen het aangezicht van onze samenleving grondig veranderen. De actuele en prangende vluchtelingenstroom illustreert dat deze trend vandaag al bezig is. Voorspeld wordt dat de Vlaamse bevolking in 2060 voor 28% zal bestaan uit 65-plussers, in 2005 was dit 18%. Proactief omgaan met deze trends is een vereiste, zeker binnen het SCW. Participatie is hierin een belangrijk kernwoord.
  • Ook ecologie en verduurzaming zullen, nog meer dan nu, maatschappelijke prioriteiten worden: bewust omgaan met het milieu is een eerste stap. Creatieve, duurzame en constructieve oplossingen zoeken, een tweede.
  • De digitale omwenteling zal alleen maar versnellen in de toekomst: digitale geletterdheid is een absolute noodzaak in een moderne samenleving. Constant inspelen op deze evolutie is een grote uitdaging: Vorming en bijscholing spelen hier een belangrijke rol.
  • Bovenstaande ontwikkelingen kunnen ons welvaartsysteem in toenemende mate onder druk zetten. De sociale zorg, de arbeidsomstandigheden zoals we die nu kennen, maatschappelijke voorzieningen, de publieke en private ruimte,.. We moeten op zoek gaan naar werkbare manieren om deze zaken te kunnen handhaven. Dit is een uitdaging voor heel de samenleving. Het SCW krijgt hier, als maatschappelijke voorloper, nog sneller mee te maken, en is nu al bezig met het zoeken naar antwoorden. De 30-uren werkweek, sterk verdedigd door Femma, is hier een voorbeeld van.

Maatschappelijke innovatie zit in het DNA van de sociaal-culturele organisaties. Ze zijn altijd koploper geweest om maatschappelijke tendensen vorm te geven.  Zonder SCW zouden Vlaanderen en Brussel er heel anders uitzien. Het SCW heeft een aantal bakens in de geschiedenis geplaatst, die de samenleving tot op de dag van vandaag bepalen. Het stemrecht, de sociale zorg, elke gemeente een bibliotheek, autodelen,.. zijn hier maar enkele voorbeelden van.

De uitdagingen van de toekomst zijn enorm. De hamvraag:  Zal het nieuwe, aangepaste Decreet SCW de context kunnen creëren waarin voor nieuwe mijlpalen gezorgd kan worden?

 

 SP.A geeft vleugels aan innovatie, participatie en verbinding


“Het sociaal-cultureel werk is een bindende factor in onze diverse samenleving. Ze zorgt ervoor dat mensen elkaar ontmoeten. Daarom is het belangrijk dat deze sector een duidelijke plaats krijgt toegewezen tussen vrije markt en overheid” (John Crombez, voorzitter SP.A uit Ctrl, alt, del)


Een kleine 200.000 mensen engageren zich actief in het sociaal cultureel werk. Ze vervullen in het verenigingsleven een sleutelrol. Vrijwilligers in de sport- en cultuursector verzetten samen meer uren dan professionals.  Net zoals ‘de’ sector niet bestaat, bestaat ook ‘de’ vrijwilliger niet. Bij de socio-culturele verenigingen komen relatief meer vrijwilligers zonder diploma voor. Dit komt wellicht door het laagdrempelige karakter en de informele setting in deze werking. Dat 40% van de sociaal-culturele organisaties zich richt op kansengroepen zal ook voor iets meespelen.

Het verenigingsleven klopt in het hart van de samenleving, geeft vaak vorm en betekenis aan mens én samenleving.  Als SP.A geloven we in een positief maatschappij en mensbeeld. We vinden het belangrijk dat er een solidaire en dus eerlijkere omgeving gecreëerd wordt. Een omgeving waar er contact is tussen de mensen, waar er tijd is om naar elkaar te luisteren en waar zorgen kunnen worden gedeeld. Het verbindt de vorige, huidige en toekomstige generaties met elkaar en stimuleert in grote mate de slagkracht en uitbouw van sociale netwerken. Deze verbindingen zijn vandaag meer dan ooit nodig. Het draagt tegelijk bij tot de kritische zin en autonomie van mensen. Het is met andere woorden de proeftuin of de voorportaal van de democratie.

 

Die proeftuinfunctie zien we terug in het innovatieve karakter van het sociaal cultureel werk. Sociale innovatie zit diep in het kern DNA van de organisaties. Ze stellen zichzelf en onze samenleving constant in vraag, en zorgen zo voor permanente vernieuwing. Ruimte voor experiment is hier cruciaal: proberen, falen, bijstellen en opnieuw proberen. “Vandaag is de ruimte hiervoor te beperkt. Bovendien stopt de interesse van de overheid vaak op het moment waarop een project in een eerste fase is verkend. Dat is niet duurzaam en effectief.”[3]

Cultuur, emancipatie, sociale gemeenschapsvorming, maatschappelijke activering (mensen activeren en beleid sensibiliseren door actie en campagnes,…) en ontmoetingen zijn onlosmakelijk verbonden zijn met het sociaal cultureel werk. Het is voor ons een zeer krachtig instrument mensen te verbinden en verenigen. Het maakt het onbekende bekend en maakt onbekenden bekend. Het maakt mensen sterker.  Het maakt mensen meer mens. Dat is –bijvoorbeeld- waar de Vooruit bijna honderd jaar geleden mee begon.

In crisistijden –zeker in crisistijden – moet er niet minder maar net méér geïnvesteerd worden in het verenigingsleven. Daarom is investeren in het Decreet Sociaal Cultureel Werk van fundamenteel belang, om een vruchtbare humus voor een dynamisch en maatschappijkrachtig SCW te maken.

 

 

Daarom stelt SP.A vijf krachtlijnen voor:

 

 1. Behouden wat goed is, verbeteren en vereenvoudigen waar nodig

2. Autonome werking en duurzame innovatie

 3. Sociaal Cultureel Werk in vele maten en vormen

4. Een superdiverse samenleving met echte kansen voor iedereen

 5. Investeren in de samenleving, ook financieel

 

 

Vijf krachtlijnen voor een nieuw Decreet Sociaal-Cultureel Werk

 

Krachtlijn 1: Behouden wat goed is, verbeteren en vereenvoudigen waar nodig

 

Sinds 1976 is er een kader voor het SCW. Ondertussen veranderde er beleidsmatig heel wat. Praktijk en beleid evolueren en moeten naar elkaar toegroeien. Het decreet Sociaal Cultureel Werk kent een  aantal pijnpunten, die aangepakt moeten worden. Waaronder de forse groei en diverse rollen van etnisch-culturele federaties, deze worden vandaag onvoldoende gehonoreerd. De subsidies worden voor heel wat organisaties opgebouwd vanuit een meting in 2000: dit verdient actualisatie. De sector kampt met een gigantische optelsom aan rapporten en verantwoordingsstukken, deze administratieve last vergt heel wat kostbare inspanning. Verder  zien we dat het internationaal werken nog te veel miskend wordt. Dit zijn maar enkele voorbeelden van waar het decreet aangepast kan worden.

 Als SP.A pleiten we ervoor om in het Decreet te behouden wat goed is en te verbeteren en vereenvoudigen, daar waar nodig. Een toekomstig beleid kenmerkt zich als dynamisch, stimulerend en duurzaam. Duurzaam: sociaal-cultureel werk is lange termijnwerk: dit vereist een volgehouden beleid. Dynamisch: de maatschappelijke realiteit verandert snel. Het beleid moet flexibel zijn om kort op de bal te kunnen spelen. Stimulerend in de zin dat de overheid kan uitnodigen, appelleren, inspireren. Goede contacten en een permanente dialoog met het terrein zijn hierbij essentieel.

 

Behouden wat goed is

 

We willen geen decreet dat elke vijf jaar tabula rasa kan maken en vanuit een wit blad vertrekken. Dit ontneemt organisaties de kans om langetermijnstrategieën op te zetten. Ze kunnen enkel nog inzetten op quick wins. Deze methode dreigt doorgedreven maatschappelijke verandering te belemmeren. Duizenden plekken waar honderdduizenden mensen zich gewoon goed voelen, worden zo in gevaar gebracht. Starten van een wit blad, tabula rasa, lijkt ons het kind met het badwater weggooien.

 

Maatschappelijke verandering, grote groepen mensen meekrijgen in een verhaal, mensen een stem geven… het vraagt doorgedreven inspanning, vertrouwen, veel samenwerking, vinden van opportuniteiten en dus vooral… tijd. Dit vraagt om een continue relatie tussen de overheid en de organisaties en om kansen op duurzame erkenning en subsidiëring.

Verbeteren waar nodig: ruimte voor vernieuwing

Sociaal Cultureel Werk laaft zich aan vernieuwing: nieuwe tendensen, nieuwe praktijken, nieuwe thema’s, nieuwe groepen mensen,… Samenwerking met allerlei andere organisaties, sectoren, overheden, vrijwilligers wordt alleen maar belangrijker. Dit geeft zuurstof aan een sector die telkens weer bouwt aan morgen. Daarom zijn nieuwe organisaties belangrijk in deze sector. Dat kunnen stevige verbanden zijn, maar evengoed prikkelende sociaal-culturele start-ups.

We willen geen decreet dat de instroom van nieuwe en andere praktijken bemoeilijkt.  Organisaties moeten dus alle kansen krijgen om samen te werken, over sectoren en landsgrenzen heen. Sociaal-culturele organisaties kunnen als vrijplaats immers zeer wendbaar zijn en fungeren in die samenwerkingen dikwijls als sleepboten voor zwaardere maatschappelijke sectoren, zoals onderwijs, welzijn, bedrijfssectoren,…

 

v  Een nieuw decreet moet ook opstapjes kunnen bieden aan organisaties die de ambitie hebben om mee in heel Vlaanderen en Brussel het sociaal-cultureel verschil te maken. Dit kan bijvoorbeeld door in startsubsidies te voorzien, en (met de overheveling van de provinciale middelen) in te zetten op grens overstijgende sociaal-culturele initiatieven (over de gemeentegrens heen, samenwerking tussen middenveldorganisaties, samenwerking tussen middenveld en gemeenten (cfr New Deal).

 

Vereenvoudigen waar nodig

 

 

v  Vrijwilligers spelen een cruciale rol. SP.A heeft in het verleden al veel gerealiseerd voor de bescherming van vrijwilligers. We pleiten voor een goede omkadering van het vrijwilligerswerk op Vlaams niveau zodat organisaties ondersteund worden in hun vrijwilligerswerking.

 

v  Het SCW leeft van vrijwillige engagement en professionele omkadering. Dat maakt deze sector tegelijk kwetsbaar en uniek: de focus ligt op maatschappelijk rendement, niet op economisch rendement. Daarom is rechtszekerheid met lange termijn perspectief belangrijk.

 

 

v  Daarbij is het van groot belang om misbruik tegen te gaan, zonder dat de goedmenende vrijwilliger daar het eerste slachtoffer van is. sp.a onderschrijft de klacht van vele verenigingen over de stijgende administratieve lasten. Een keuze voor een impactgedreven verantwoording eerder dan een resultaatgerichte verbintenis verdient daarom de voorkeur.

 

v  Subsidiegeld is belastinggeld en dus gemeenschapsgeld. Het is evident dat het gebruik hiervan gecontroleerd wordt. Maar via uiteenlopende regelgeving wordt het voor vrijwilligers en verenigingen steeds moeilijker, niet alleen om zich juist te informeren maar ook om de risico's van hun engagementen beheersbaar in te schatten. SP.A pleit voor een voorafgaande toets om deze toenemende 'regulitis' te begrenzen.

 

v   We pleiten voor een aangepaste regelgeving op maat van kleine sociaal-culturele vzw’s waardoor zij niet aan de huidige stringente administratieve lasten onderworpen zijn en toch bescherming kunnen bieden aan diegenen een engagement willen opnemen. Een voorbeeld is het recente optrekken van de BTW-vrijstellingsdrempel voor (onder meer) verenigingen die minder dan 25.000 euro belastbare omzet draaien. Door grenzen te voorzien (omzet, aantal personeelsleden,…) kan je de verplichtingen ook differentiëren.

 

 

Concreet:

  • SP.A wil geen decreet dat elke vijf jaar tabula rasa kan maken en vanuit een wit blad vertrekken.

  • Het SCW heeft tijd nodig om diepgaande maatschappelijke innovatie te creëren.

  • Een continue relatie tussen de overheid en de organisaties en kansen op duurzame erkenning en subsidiëring zijn hier cruciaal.

  • Een vlotte instroom van nieuwe en andere praktijken is nodig voor een samenwerking, over sectoren en landsgrenzen heen.

  • SP.A pleit voor een voorafgaande toets om de toenemende administratieve planlast, de  'regulitis',  te begrenzen.

  • Een betere omkadering en het offensief terugdringen van administratieve en financiële lasten kunnen organisaties ondersteunen in hun vrijwilligerswerking.

  • SP.A pleit voor een aangepaste regelgeving op maat van kleine sociaal-culturele vzw’s waardoor zij niet aan de huidige stringente administratieve lasten onderworpen zijn.

 

Krachtlijn 2: Autonome werking en duurzame innovatie

Het SCW moet autonoom kunnen werken om innovatief te kunnen zijn, er is “een vrijplaats nodig, waar regels niet gelden” (Fried Roggen, Wascabi 2013)[4].

 

De Vlaamse regering heeft de mond vol van innovatie : In het middenveld zitten de ware pioniers. SP.A pleit voor een beleid dat uitgaat van de intrinsieke waarde van sociaal-culturele praktijken.

 

v  Sociaal-cultureel werk is bij uitstek dynamisch en heeft een  uitgesproken laboratoriumfunctie. Sociaal-culturele organisaties willen expliciet wegen op de maatschappelijke agenda. Ze dagen bestaande systemen en spelregels uit en geven vorm aan mogelijke alternatieven.  ‘Empoweren, participeren en maatschappelijk innoveren’ zijn basiselementen van sociaal-cultureel werk.

 

v  Deze labofunctie kan bijvoorbeeld uitgebouwd worden in een innovatie-hub, waar vanuit een samenwerking tussen de overheid, de academische en de sociaal-culturele sector nagedacht en geëxperimenteerd wordt over de toekomst van Vlaanderen.

 

v  Het SCW heeft altijd een vinger aan de maatschappelijke pols gehad: maatschappelijke uitdagingen worden vaak eerst gedetecteerd in het middenveld. Daarom is een sterk middenveld onontbeerlijk. Dit is de ruimte waar kan gedroomd worden over de toekomst, over hoe onze samenleving eruit kan zien. Om deze dromen te toetsen zijn tijd en vrijheid nodig: vertrouwen en ruimte om te experimenteren.[5]

 

v  Sociaal-culturele organisaties worden gedreven door waarden, door een missie. Zo vinden ze al decennia niet alleen zichzelf, maar (vooral) ook (een deel van) de samenleving opnieuw uit. Dat kunnen ze alleen maar als ze hun ding kunnen doen: autonoom, zonder overheden of bedrijven die in hun plaats zeggen wat ze belangrijk vinden. Vandaag bemoeit het decreet  zich maar heel beperkt in waar organisaties voor kiezen, maar kijkt eerder naar “hoe” de organisatie dit in de praktijk omzetten: doen ze het goed, voldoende professioneel, doordacht, met aandacht voor vrijwilligers, voor de omgeving,..

 

v  Het SCW is de vrijplaats van de civil society. Daarom is een maatschappelijke investering nodig, die het mogelijk maakt om de samenleving te blijven proeven, mee vorm te geven en waar nodig te herdenken. Zoals het hoort in een volwassen samenleving.

 

 

v  Innovatie moet gedreven zijn door maatschappelijke noden, niet alleen door wat technologisch mogelijk is. We gaan verder dan de klassieke samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheid. Sp.a rekent sterk op het vakmanschap, de creativiteit de waardevolle ideeën van de sociaal-culturele organisaties. Dit menselijk kapitaal willen we in het beleidskader gewaardeerd zien.

 

v  Deze evaluatie gebeurt op basis van de reële werking, en dat is goed. We willen geen decreet dat de deur opent voor een willekeurige selectie van waar de organisaties op dat moment volgens de overheid voor moeten kiezen. Dit bedreigt de waarde(n)volle keuzes van organisaties, maar dit vertraagt ook duurzame innovatie. Want een overheid capteert pas écht de signalen op het moment waarop sociaal-culturele organisaties al jaren hebben geploeterd om ze boven water te krijgen.

 

Concreet:

  • Waardering van het menselijk kapitaal in het Decreet.
  • Het vrijwaren van de vrijplaatsen en dus het waarborgen van autonomie.
  • Voor maatschappelijk verandering en vernieuwing is tijd en vrijheid nodig.
  • Het scheppen van vertrouwen en ruimte voor experiment, onderzoek & ontwikkeling.
  • Inzetten op de proeftuinfunctie van het SCW.
  • Een  sociaal-culturele innovatie-hub creëren.

 

Krachtlijn 3: Sociaal Cultureel Werk in vele maten en vormen.

Het SCW bestaat uit een kleine 130 sociaal culturele organisaties. Elk heeft haar eigen verhaal. Allen met de blik op de wereld en missie en waardengedreven. Een bonte bende. Moeilijk om in een keurslijf te steken. Het sociaal-cultureel veld is breed en bestaat uit een variëteit aan actoren en praktijken, gaande van (meer informele) grassroots initiatieven en projecten: zoals deelinitiatieven en burgerbewegingen, over stedelijke netwerken tot (meer geformaliseerde) sociaal-culturele organisaties: verenigingen, centra,…[6].  Deze variëteit aan actoren en initiatieven opereert op verschillende schalen: van buurt- en wijkniveau tot gewestelijk niveau, neemt verschillende vormen aan: feitelijke vereniging, vzw, actie of beweging, centrum,… en kan categoriaal, thematisch of territoriaal actief zijn.

Sociaal-cultureel werk is er niet voor enkelingen, maar voor zoveel mogelijk mensen, die er écht zelf voor kiezen, tien miljoen keer per jaar doen ze dat in Vlaanderen en Brussel. Twee miljoen leden kiezen voor hun verbondenheid. Deze mensen zijn er in vele maten en vormen. En dus moet ook sociaal-cultureel werk er zijn in vele maten en vormen.  

De uitdaging bestaat erin om het eerder klassieke verenigingsleven te behouden en te koesteren en anderzijds ook voldoende open te staan voor de nieuwe vormen van verenigingen en organisaties.

 

v  SP.A wil deze verscheidenheid bewaken. Sociaal culturele organisaties zijn divers en flexibel omdat ze zich niet beperken tot het inspelen op bestaande behoeften bij de bevolking, maar ze vervullen ook een ‘verkennersopdracht’: ze signaleren opkomend noden in een samenleving die in verandering is. Verenigingen zijn een uitstekende barometer voor de vitaliteit en de gezondheid van onze democratie.

 

v  Het is belangrijk dat de overheid de variëteit aan praktijken en actoren herkent en  zicht heeft op het landschap en uitmaakt welke ze ook wil erkennen, honoreren en  ondersteunen.  Een beleid kan zich niet exclusief enten op de meer geformaliseerde sociaal-culturele organisaties maar moet zelf ook actief nieuwe, alternatieve praktijken opsporen en ondersteunen. De overheid kan wel een kader scheppen waarbinnen dergelijke initiatieven kunnen bloeien en eventueel, maar zeker niet noodzakelijk, structureel verankerd worden.

v  Vandaag erkent het decreet deze verschillen ook, door te voorzien in een mix van werksoorten en functies. Deze mogen zeker worden geëvalueerd en geactualiseerd worden, maar: We willen geen decreet dat de diverse vormen van sociaal-cultureel werk op één hoop gooit. Want dan dreigt er uiteindelijk maar één bril over te blijven over wat de minister op dat moment (toevallig) als goed sociaal-cultureel werk ziet: de ene minister leest de sector door de bril van het ondersteunen van lokaal burgerinitiatief, de andere minister door de bril van participatie, een andere dan weer… Met als resultaat: wisselende eenheidsworst en minder mensen die zich herkennen in sociaal-cultureel werk.

 

 

Concreet:

  • Koesteren en behouden van het klassieke verenigingsleven, dit kan ook zeer vernieuwend zijn.
  • Openstaan voor de nieuwe vormen van verenigingen en organisaties.
  • Erkennen en herkennen van de verscheidenheid, de verschillende praktijken en actoren.
  • Evalueren en actualiseren van de werksoorten en functies.
    Het ecosysteem van de werksoorten en functies mag niet verschralen.
  • Actief opsporen en ondersteunen van nieuwe, alternatieve praktijken door de overheid.
  • Scheppen van een kader waarbinnen dergelijke initiatieven kunnen bloeien.

 

Krachtlijn 4: Een superdiverse samenleving met echte kansen voor iedereen  

“De Vlaamse regering moet een coherente visie ontwikkelen op de diverse samenleving als een plek waar verschillen en verschillende culturen erkend en gewaardeerd worden, en waar niet gedacht wordt in functie van integratie en inburgering alleen. De verenigingen zijn daarin een zeer geschikte partner, maar een partner die de overheid moet versterken en professionaliseren, zodat ze legitimiteit kunnen opbouwen. Zoals het nu loopt, krijgen ze een verantwoordelijkheid toegewezen die ze niet kunnen dragen en worden ze met de vinger gewezen als het niet lukt.” (Ann Demeulemeester. smalle schouders, zware lasten”)[7]

SP.A gaat voor een sociaal-cultureel beleid dat superdiversiteit hoog in het vaandel draagt. De belangrijke uitdaging: hoe samenleven in een superdiverse samenleving die elke dag tegen de grenzen van haar kunnen schurkt.

Verenigingen brengen mensen bij elkaar op basis van wat hen verbindt: gender, een hobby, de nestwarmte van traditie of net de prikken van iets nieuws, het spreken van de eigen taal of het oefenen van een nieuwe taal, een gedeeld belang, soms tijdelijk, over culturele en leeftijdsgrenzen heen.  De mate waarin je deel uitmaakt van of deelneemt aan die Vlaamse samenleving, vertaalt zich ook in het verenigingsleven. Verenigingen zijn een barometer voor insluiting of uitsluiting. Vandaag is er nog te veel uitsluiting.

Interculturaliseren, als het zoeken naar nieuwe vormen van ontmoeting, zelfontplooiing en empowerment, blijft een rode draad in de beleidsdoelstellingen voor het verenigingsleven in de breedste zin van het woord. Het doel van diversiteit in het verenigingsleven is ervoor zorgen dat mensen sterk genoeg zijn en drempels laag genoeg om iedereen te laten meebouwen aan een samenleving. Samen-leven veronderstelt contacten tussen verschillende gemeenschappen. Het is een actief en wederkerig proces: stappen zetten naar elkaar, bruggen oversteken, andere invalshoeken durven te hanteren.

 

v  SP.A wilt een decreet waar superdiversiteit een rode draad is doorheen alle organisaties en waarin zij het voortouw kunnen nemen in het verbindend samenleven.

 

v  Daarom moedigt sp.a het verenigingsleven verder aan om via samenwerking (tijdelijk of structureel) met andere (culturele) verenigingen stappen te zetten in dit proces.

 

v  SP.a respecteert de expertise van sociaal-culturele organisaties die werken met kansengroepen. We erkennen hen hier meer voor en betrekken hen meer bij het participatiebeleid en roepen ook op om de expertise die bij deze organisaties ontwikkeld is meer te valoriseren in de werking van meer gevestigde culturele – en kunstenorganisaties.

 

v  SP.A gelooft ook in zelforganisaties, verenigingen waar mensen zichzelf organiseren en dus ook emanciperen, ook op basis van een gemeenschappelijke etnisch-culturele identiteit.  

 

 

Meer dan andere verenigingen zijn de etnisch-culturele verenigingen afhankelijk van subsidies: 91% van hun inkomsten bestaat uit een vorm van overheidstussenkomst, vooral van de Vlaamse overheid. Dat maakt ze kwetsbaar, zeker wanneer deze publieke middelen onder druk komen te staan. De etnisch-culturele verenigingen zijn ook kleine organisaties met soms een groot personeelsverloop. Het is voor hen niet gemakkelijk om andere bronnen aan te boren.(Caroline Copers in Smalle Schouders,..)[8]

 

 

Concreet:

  • Superdiversiteit moet een rode draad doorheen alle organisaties zijn. De Raden van Bestuur meoten een afspiegeling zijn van de samenleving.
  • Samenwerking tussen verenigingen om rol van bruggenbouwers optimaal te spelen.
  • Valoriseren van de knowhow van sociaal-culturele organisaties die werken met kansengroepen en deze expertise implementeren in de werking van meer gevestigde culturele – en kunstenorganisaties.
  • Ondersteunen van zelforganisaties, hun emanciperende rol is zeer waardevol.
  • Een billijke financiële honorering van de etnisch-culturele verenigingen.

 

Krachtlijn 5 investeren in de samenleving, ook financieel

 

“Ze doen heel veel inspanningen met de middelen die ze hebben, maar ze hebben helaas te weinig duurzame middelen. Er is veel projectsubsidiëring, waardoor ze weinig competenties duurzaam kunnen opbouwen. Ze kunnen wel mensen aantrekken, maar meestal slechts tijdelijk. Ze hebben nood aan meer structurele subsidiëring.”

         Ann Demeulemeester, smalle schouders,..[9]

 

In de barometer van verenigingen uitgevoerd door de Koning Boudewijnstichting lezen we dat overheidssubsidies de belangrijkste financieringsbron is voor bijna twee op de drie verenigingen. Voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk komt circa 50 % van de inkomsten van de overheid (decreet, maar evengoed ook tewerkstellingsmiddelen, projectsubsidies,…) 

 Sinds 2011 stijgt het aantal verenigingen dat van oordeel is dat hun eigen economische situatie er in het afgelopen jaar op achteruitging.  Tussen 2009 en 2013 kreeg het SCW 15,5 miljoen euro minder dan waar de sector bij normale uitvoering van het decreet recht op had.[10]

Sociaal-culturele organisaties hebben een groeiend belang in onze veranderende samenleving: ze bouwen aan sociaal kapitaal en verrijken mensen. Daarenboven hebben deze organisaties een sterke sensibiliserende kracht. Ze beogen een samenleving die kansen biedt aan mensen om zich te ontwikkelen, om samen plezier te beleven, om ze een stem te geven. Dat is één van de belangrijkste redenen waarom SCW zijn plaats en middelen verdient.

 

Als overheden met open vizier bezig zijn met ontwikkeling van het leefklimaat in steden, met vluchtelingen, met eenzaamheid op het platteland, met verbinding in buurten en wijken, met mobiliteit, met tientallen andere belangrijke kwesties, dan zou ook investeren in sociaal-cultureel werk wel eens een –niet eens zo dure- prioriteit kunnen worden.

 

 

Vandaag wordt het  groeiend maatschappelijk belang financieel niet gehonoreerd door de overheid. Al  zes jaar op rij wordt er gekaasschaafd en gekortwiekt in de sector: tussen 12 en 40 % van de middelen van organisaties zijn intussen verdwenen. 

 “De overheid moet kijken of de financiering overeenstemt met de verwachtingen die vanuit de verschillende beleidsdomeinen voor die groepen worden geformuleerd, zien of de kosten en de baten in evenwicht zijn. Je kunt deze verenigingen niet verwijten dat ze amateuristisch werken als je hen niet ondersteunt om dat professioneel aan te pakken door hen mee te vormen.”

Fons Leroy (Smalle schouders, zware lasten)[11]

 

v  Een herwaardering van het sociaal-cultureel volwassenenwerk uit zich in een stabiele financiering en ruimte voor het verbreden en verdiepen van experiment binnen het sociaal-cultureel werk. 

 

We willen geen decreet dat vooral de schaarste wil herverdelen. Maar een decreet dat kansen biedt aan organisaties om hun ding te doen. Niet om allerlei beleidsprioriteiten (wat enkel de overheid belangrijk vindt) uit te voeren, maar ook wel om ook in dialoog te gaan voor samenlevingsprioriteiten (wat overheid én sector belangrijk vinden voor de samenleving). En zo tot een gelijkwaardig partnerschap te komen.

v  We moeten er ons voor hoeden dat concurrentie tussen organisaties effectieve samenwerking kan tegenwerken.

 

v  De grote vrees bestaat erin dat deze regering het verenigingsleven wil verstikken door veel extra's op te nemen zonder nieuwe bijkomende middelen. Ook het klassieke verenigingsleven blijft enorm belangrijk en verdient een correcte ondersteuning. Het SCW mag niet vervallen in het scenario: uit wiens hand men eet, diens woord men spreekt. Dit zou een uitholling betekenen van de  civil society.

 

Concreet:

  • Een billijke financiële ondersteuning voor het SCW, geen decreet dat vooral de schaarste herverdeelt.
  •  Een duurzaam subsidiekader voor de sociaal-culturele organisaties.
  •  Overheidsbepalingen die onzekerheid bij de organisaties organiseren en een nefaste impact op werking en personeel hebben, moeten geschrapt worden.[12]
  • Stabiele sectorfinanciering zonder a priori gesloten enveloppe: pleidooi voor open enveloppe (geen verkleuring ten koste van verwitting en omgekeerd) en rechtszekerheid (ook in evaluatieprocedure).
  • Duidelijke communicatie door en tussen overheid en sector.
  • Een overheid die een groot draagvlak creëert rond het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk.

 

 

“We have to continually be jumping off cliffs and developing our wings on the way down.”

Kurt Vonnegut

 

 

 



[1] Vanaf nu wordt de afkorting SCW gebruikt.

[2] MIRA, Shift-N, IDEA Consult (2014), Achtergronddocument Megatrends, Vlaamse Milieumaatschappij, MIRA/2014/03. Te raadplegen op http://www.milieurapport.be.

[3] Veerkracht, ambitie voor een sterk sociaal-cultureel beleid. Op weg naar de Europese, federale en regionale verkiezingen. FOV, 2013,  p 12.

[4] Wascabi, jaarmagazine over tendensen in het sociaal-cultureel werk. FOV,  Brussel, 2013, p. 9.

[5]Idem, p. 5.

[6] Sociaal-culturele praktijken ontwikkelen zich in het doelgericht handelen of interageren van mensen met hun omgeving, ingebed in een maatschappelijke, culturele en sociaal-ruimtelijke context. Het zijn processen van vormgeving en vernieuwing van individu en maatschappij die leiden tot betekenisgeving, integratie, participatie, inrichting en richtinggeving aan het samenleven en aan een democratische en duurzame samenleving met respect voor het anders-zijn. Sociaal-cultureel werk wordt gedefinieerd als sociaal-culturele praktijken die een mate van formalisering, professionalisering en overheidsregulering vertonen (uit: DE BLENDE H. & DHONT F. Sociaal-culturele praktijken. In LAROCK Y., VANWING T. e.a. Spoor zoeken. Handboek sociaal-cultureel werk met volwassenen, 2005.)

 

[7] Smalle schouders, zware lasten. Verwachten we te veel van het interculturele middenveld? FOV, 2012, p. 32.

[8] Smalle schouders, zware lasten. Verwachten we te veel van het interculturele middenveld? FOV, 2012, p. 36.

[9] Smalle schouders, zware lasten. Verwachten we te veel van het interculturele middenveld? FOV, 2012, p. 32.

[10] Veerkracht, ambitie voor een sterk sociaal-cultureel beleid. Op weg naar de Europese, federale en regionale verkiezingen. FOV, 2013,  p 22.

[11] Smalle schouders, zware lasten. Verwachten we te veel van het interculturele middenveld? FOV, 2012, p. 31.

 

[12]De subsidies moeten stipt en correct worden uitbetaald. De indexeringsregels vragen een correcte en transparante toepassing. De overheden moeten hun eigen procedures en deadlines respecteren.  We pleiten ervoor dat de regelgeving werkt volgens scenario’s die het overschrijden van de besluitvormings- en uitbetalingstermijnen telkens in het voordeel van de organisatie laten uitdraaien (interestlasten bij een laattijdige subsidie, automatische goedkeuring van de aanvraag bij laattijdige beslissing,… (Veerkracht, ambitie voor een sterk sociaal-cultureel beleid. Op weg naar de Europese, federale en regionale verkiezingen. FOV, 2013,  p 22.).