De vluchtelingencrisis die we vandaag kennen is er één zonder voorgaande in de naoorlogse geschiedenis. Vaders, moeders en kinderen zijn op de vlucht voor wrede oorlogen. Hun hele hebben en houden moesten ze achterlaten. Het laatste wat ze wilden, was hun leven op het spel zetten uit vrije wil. Ze deden dat omdat de oorlog en de miserie - in Syrië, Libië of elders - hen daartoe dwongen. Iedereen zou in zo’n situatie proberen te vluchten, wij ook.

Deze mensen zijn op de vlucht voor wrede oorlogen, niet uit vrije wil.

Dan is het voor ons vanzelfsprekend om die mensen op te vangen, wanneer ze voor onze deur staan. Er zijn vele excuses mogelijk, maar we kunnen ons niet verschuilen achter de Europese Unie of het falen van de Griekse grensbewaking. Het zijn de lidstaten die een gecoördineerde Europese aanpak op dit moment tegenhouden. Daar willen wij verandering in brengen: samen en solidair.

Maar intussen moeten we wel helpen waar we kunnen. De meesten die hier aankloppen, zijn werkelijk in nood, en meer dan 60% van hen wordt ook erkend als vluchteling. Dan een apart sociaal statuut voor hen uitdokteren – zoals Bart De Wever voorstelt - wat betekent dat dan eigenlijk? Kinderen die hier belanden arm houden door hen het recht op kinderbijslag te ontzeggen? Een beleid van afschrikking door de levensomstandigheden van kinderen miserabel te houden, is onmenselijk en uitzichtloos.

Medeleven

Vluchtelingen hebben geen voorrang. Dat zegt niemand en het is ook de wet niet. Maar ze hebben recht op een menswaardige behandeling. Dat betekent een dak boven hun hoofd, eten en medische verzorging.

De laatste weken hebben we trouwens gezien hoe de schrijnende beelden in Brussel en elders in Europa de Vlaming geraakt hebben, en dat ze écht willen helpen. Dat gevoel van medeleven moet volgens mij de basis zijn van de aanpak van deze humanitaire crisis.