Het Forum der Joodse Organisaties heeft gisteren zoals elk jaar de volkerenmoord op de joden herdacht aan het Monument voor de Gedeporteerde Medeburgers in Antwerpen. Ook twee jonge politieke kopstukken spraken de menigte toe.

Alexander De Croo, voorzitter van Open Vld, ging dieper in op het gruwelijke mechanisme van de nazistische barbarij. "De holocaust en de Tweede Wereldoorlog kunnen niet worden afgedaan als een detail in de Europese geschiedenis. Deze donkere periode mag nooit worden vergeten. De vergetelheid is immers onze grootste vijand."

sp.a-voorzitster Caroline Gennez wees erop dat we de geschiedenis niet met slogans mogen documenteren. "We leren niet van slogans. We moeten erin slagen de samenhang van dingen te zien." Ze haalde ook de groeiende diversiteit aan in onze steden. "Ik geloof in de toekomst, als we erin slagen onze verschillen te laten bloeien op een democratische sokkel van menselijke waarden en waardigheid."

De integrale speech vind je hier

Beste vrienden,

 

Vorige vrijdag is de Antwerpse stedelijke basisschool Musica op uitstap geweest naar het Fort van Breendonk. Dat fort is een klein, maar griezelig radertje in de machine van de horror die de Nazi’s hadden uitgebouwd in heel Europa. Na het bezoek konden de leerlingen naar een film kijken over de Holocaust. Een van de meisjes[1] zei achteraf dat de film “gelukkig ook nog iets grappigs in zich had.” In de film ontsnapte een jongen aan de gaskamer omdat hij een hekel had aan douchen. In dat laatste herkende het meisje zich wel, want ook zij ging niet graag onder de douche.

 

Het ontwapenend schokkende voorval maakt duidelijk hoe moeilijk de geschiedenis soms te vatten is voor kinderen. Het wijst er ook op hoe belangrijk empathie is, het zich kunnen inleven in de ander. Want het kan ons schokken dat het meisje een Holocaustfilm als grappig omschrijft, het is meteen hoopgevend dat ze zichzelf herkent in de jongen die aan de gasdouche wist te ontsnappen. Er was een aanknopingspunt, een basis van waaruit ze kon nadenken over wat er toen gebeurde met kinderen zoals zij. Er is iets wat haar verbindt met een joodse jongen van een halve eeuw geleden.

 

Wij zijn hier samen met mensen die de vreselijke geschiedenis nog hebben meegemaakt en met mensen die zich de geschiedenis herinneren door de verhalen van hun ouders en familieleden. Maar ook met mensen voor wie de Shoa al echt geschiedenis is geworden en geen deel meer uitmaakt van hun directe beleving. Ik behoor tot die laatste categorie en dat verplicht me tot enige terughoudendheid. Ik ben geboren in 1975 en voel me daarom nog erg jong om uitspraken te doen over een van de zwaarst beladen episodes uit de recente geschiedenis van Europa. Ik heb thuis nog horen vertellen over de oorlog. Ik weet dat van de 70.000 joden die er in ons land leefden er meer dan een derde via de Dossinkazerne in Mechelen, de stad waar ik woon en werk, naar vernietigingskampen werden gevoerd. De onuitsprekelijke gruwel van een halve eeuw geleden zit nog relatief dicht op mijn vel. De Dossinkazerne wordt vanaf 2012 overigens het Documentatiecentrum over de Holocaust en mensenrechten” en zal tegen dan schitterend gerenoveerd zijn door uw stadsgenoot bOb van Reeth.

 

Maar de jongeren die vandaag op de schoolbanken zitten, kennen dikwijls niemand meer die het nog ‘zelf heeft meegemaakt’. Om die reden heeft de voormalige minister van onderwijs, Frank Vandenbroucke, vorig jaar ‘herinneringseducatie’ decretaal ingeschreven in de eindtermen van ons onderwijs. “Wie zich de geschiedenis niet kan herinneren, is veroordeeld ze te herhalen,” is wellicht het bekendste aforisme van de Amerikaans-Spaanse auteur en filosoof George Santanaya. Hij schreef het neer in 1905. Santanaya specificeerde niet of die herinnering enkel betrekking heeft op pijnlijke episodes uit het verleden. Het is verleidelijk om met zijn aforisme enkel te wijzen op de gruwelen van oorlogen. Maar ik denk dat herinneringseducatie meer inhoudt en te maken heeft met een breed en samenhangend netwerk van feiten en gebeurtenissen.

Neem nu de leuze ‘Nooit Meer Oorlog’, die zo belangrijk is geweest in de Vlaamse beweging en ons herinnert aan de Eerste Wereldoorlog. Vanzelfsprekend is het een prachtige oproep. Ze is evident. Ze is ook zo absoluut dat ze een spreekwoordelijke ‘waarheid als een koe’ dreigt te worden. Het is gevaarlijk om fragmenten uit de geschiedenis te selecteren en te presenteren als absolute waarheden. Nooit meer Oorlog! Jazeker! Natuurlijk! Maar hoe is de oorlog ontstaan, wat was de context die ertoe geleid heeft, welk kluwen van dynamieken heeft een hele bevolking kunnen mobiliseren, wie heeft zich verzet…? De herinnering heeft de neiging een eigen leven te gaan leiden, mythes te vormen. Dat is de reden waarom we de geschiedenis goed moeten documenteren, niet met slogans, niet met kreten, niet met absolute waarheden, maar met de kleinste details die ons in staat moeten stellen om een genuanceerd, waarachtig beeld te schetsen van het verleden, zodat we er wijze lessen kunnen uit trekken. En zelfs dan moeten we bescheiden blijven,

want - en ik parafraseer Santanaya opnieuw, “enkel de doden hebben het einde van de oorlog gezien.”

 

Alleen als we er in slagen de samenhang van de dingen te zien en verschillende perspectieven in acht te nemen; samenhang en perspectieven die zich pas ontvouwen als we de details kennen, de nuances van beslissingsmomenten, het ingewikkelde weefsel van de geschiedenis… pas dan kunnen we leren uit het verleden. We leren niet van slogans. We reageren op slogans. Maar we leren er zelden van. Daarom is herinneringseducatie iets wat breder reikt dan de geschiedenis van de Holocaust. Het is de bedoeling dat we aan jongeren de mechanismen tonen, mechanismen die terugkeren in andere conflicten, die verborgen zitten in extremismen en fundamentalismen. Wat zijn de verbanden tussen de Shoa en de etnische zuiveringen in ex-Joegoslavië of Rwanda? En wat maakt de Shoa uniek? Herinneringseducatie probeert ook daarop antwoorden te geven, of liever de instrumenten aan te reiken om te zoeken naar antwoorden.

 

De afgelopen jaren valt in heel Europa, ook bij ons, het begrip ‘identiteit’. Wat is onze Vlaamse identiteit? Ligt die in het heden of moeten we daarvoor teruggrijpen naar het verleden? Herinneringseducatie moet ons leren dat absolute waarheden over identiteit gevaarlijk zijn. We moeten leren uit de gruwel van de absolute identiteit. Op het paspoort van joodse mensen stempelden de Nazi’s in het rood JOOD/JUIF. Absolute identiteit: Jood/Juif! Het toont de paradox aan van het belang van identiteit. Natuurlijk is iemands culturele identiteit belangrijk, maar het is nooit absoluut. Dat besef is vandaag belangrijker dan ooit, nu we in een uitermate diverse wereld leven, waar de identiteiten soms botsen, maar meestal door elkaar heel lopen en een patchwork van culturen vormen, en soms een schitterende diamant vormen met heel verschillende facetten. In het Ford van Breendonk wordt een tekst bewaard van Léon-Ernest Halkin, een verzetsman en hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Luik die in het kamp werd opgesloten. Hij schrijft: Alle maatschappelijke klassen, alle beroepen, alle meningen zijn vertegenwoordigd. De Vlamingen vergeven de Walen geen Vlamingen te zijn, de handarbeiders misprijzen de intellectuelen niet al te zeer, en de gelovigen kunnen bidden zonder de ironie van de communisten uit te lokken. Een zelfde geest brengt al deze mensen nader tot elkaar en verenigt ze, gelijk als ze zijn voor de Duitsers en voor de dood. Ik durf het niet vaderlandsliefde noemen, maar wel vrijheidsdrang.”

 

De diversiteit in onze steden is vandaag veel groter dan het beeld dat Halkin schetst. En opnieuw schermen culturele groepen zich van anderen af, opnieuw wordt er gewezen op exclusieve waarheden die slechts één bepaalde groep toebehoren… Dat is de reden waarom ikzelf en ook mijn partij al jaren een warm pleidooi houden voor de interlevensbeschouwelijke dialoog en het actief pluralisme. Mensen leer elkaar kennen! Dat is ook de reden waarom huidig onderwijsminister Pascal Smet onderzoekt of er in het secundair onderwijs een overschrijdend vak cultuurbeschouwing kan ontwikkeld worden. Nog niet zo lang geleden heeft hij het er met de leraars levensbeschouwelijke vakken over gehad. Deze herdenking, georganiseerd door onze joodse vrienden, maar bijgewoond door vertegenwoordigers van andere levensbeschouwelijke groepen, wijst er op hoe belangrijk het is om over onze verschillen heen te stappen en de mens te zien in elk van ons. Op het einde van deze bijeenkomst wordt het traditionele herdenkingsgebed El Malei Rachamim gebracht, het gebed voor een mens. Hier erkennen we, over de grenzen van onze levensbeschouwingen heen en geholpen door een joods rouwritueel, dat de herinnering ons samenbrengt. Mensen zijn tot ondenkbare wreedheden in staat, maar samen kunnen we ook wonderen verrichten. Deze tijden vragen om een paar wonderen. Maar ik geloof in de toekomst, in de vooruitgang, als we er in slagen onze verschillen te laten bloeien op een gezamenlijke democratische sokkel van menselijke waarden en waardigheid.

 

Caroline Gennez