‘Ik kom mij excuseren’ is zijn openingszin. Ik ken hem niet, maar hij mij wel. Het is mei 2014 en de koorts stijgt. We zijn amper enkele dagen verwijderd van zondag verkiezingsdag en een van de laatste publieke debatten brengt me naar Muntpunt, in hartje Brussel. Het debat zelf ben ik al lang vergeten. De man in kwestie daarentegen vergeet ik nooit meer. Meteen na een debat vertellen mensen mij of ze het met me eens of oneens zijn, maar zich verontschuldigen? Ik ben even te beduusd om gevat te reageren. ‘Waarvoor dan?’ vraag ik hem uiteindelijk, na wat aarzelen, onbegrijpend. Hij: ‘Voor iets wat 15 jaar geleden gebeurde en wat mij tot op de dag van vandaag achtervolgt.’

In de loop der jaren ontwikkelde ik een harnas, dat als schild fungeerde in mijn individuele gevecht tegen vooroordelen, vooringenomenheid en bovenal minder kansen

En dan komt het. Hij: ‘Weet u nog, mevrouw Idrissi, toen u solliciteerde voor de directiefunctie van die grote Vlaamse instelling?’ Ik: ‘Ja, dat weet ik nog goed. Ik werd uiteindelijk niet gekozen, maar ik hield er wel een positief gevoel aan over. Ik nam die ervaring mee. Ze hielp me om mijn eerste stappen te zetten in de politiek.’ Hij: ‘Ik moet u helaas bekennen dat het anders is gelopen dan u altijd heeft gedacht. Ik was toen voorzitter van de jury en wij vonden u unaniem de beste kandidaat. We hebben u ook voorgedragen als beste kandidate, maar de directie besliste er anders over omdat u Yamila Idrissi heet. Voor een gekleurde naam, voor een “gekleurde madam”, daar was Vlaanderen niet klaar voor.’ Ik: ‘Ik begrijp het niet.’ Hij: ‘Ik begrijp het ook nog altijd niet, het spijt mij.’ De man verontschuldigde zich voor zijn lafheid. Ik kan niet meteen afleiden of er ook een vleugje schaamte bij is, maar plots grijpt het moment me naar de keel. Als een bliksem flitst het door mijn hoofd. Wat zich toen had afgespeeld was een staaltje rauwe discriminatie en ik heb het nooit geweten. En toen stonden we daar wezenloos naar elkaar te staren. Bart De Wever zou dit ‘persoonlijk falen’ noemen en bovendien door een Berberse, iemand van ‘een groep die moeilijk sociaal te mobiliseren is en die de overheid wantrouwt’. Het was dus mijn schuld.

Had ik dat toen geweten, was ik wellicht vervallen in cynisme en bitterheid. Want wat baat het nog als je de beste papieren in handen hebt, maar wegens een vreemd klinkende naam geen kansen krijgt? En wat baten diploma’s dan nog? Moedeloosheid is het enige wat dan overblijft. Uiteraard – let op dat woord alstublieft – waren mijn strijd tegen discriminatie en racisme een deel van mij geworden tijdens mijn jeugd en studententijd. In de loop der jaren ontwikkelde ik een harnas, dat als schild fungeerde in mijn individuele gevecht tegen vooroordelen, vooringenomenheid en bovenal minder kansen. Maar wat die getergde man me in alle eerlijkheid toevertrouwde, oversteeg het individu. Hij bekende mij in zijn woorden dat Vlaanderen – de beleidsmakers en decision makers van toen – niet klaar was om zo’n instelling toe te vertrouwen aan een vreemd klinkende voor- en achternaam.

Vandaag zijn we 15 jaar later. Vlaanderen is geëvolueerd, vooruitgegaan, is vooruitstrevend en open minded. Zo verkopen we onszelf toch graag en zo beweert nu ook de burgemeester van de grootste stad van Vlaanderen. Wat me toen overkwam, zou nu niet meer gebeuren. De dagelijkse realiteit is echter pijnlijk anders. De hashtag #DailyRacism werd in een mum van tijd trending. Een veelvoud aan getuigenissen zagen (en zien) het daglicht, de ene tweet of Facebookgetuigenis nog schrijnender dan de andere. Initiatiefnemer en filosoof Bleri Lleshi slaat spijkers met koppen: ‘Dit toont aan dat we racisme niet langer kunnen ontkennen of relativeren.’ Nergens in Europa is racisme een groter probleem dan in België, zowel in het onderwijs als op onze arbeidsmarkt. Uit cijfers blijkt steevast dat we de slechtste van de klas zijn. En dan te weten dat de overgrote meerderheid van zij die gediscrimineerd worden, dit nergens aangeeft.

Hoe komt het dat wij anno 2015 – politici, middenveld, bedrijfsleven, socio-culturele instellingen – er gemakkelijkheidshalve van blijven uitgaan dat Vlaanderen blank en van Vlaamse origine is. Hoe komt het dat we zo blijven morsen met talent met een kleur? Omdat we bang zijn? Omdat we de waarheid willen verdoezelen? Omdat we te veel politiek-strategisch denken? Of omdat we ons er niet van bewust zijn?

Sta mij toe, mijnheer De Wever, om u als uitsmijter deze quote van Dirk Jacobs voor de voeten te werpen, in naam van de Berbers en alle mensen die wél willen verbinden: ‘When a leader condones racism by blaming the victim, he is morally bankrupt.’

Dit opiniestuk verscheen in De Morgen (25/03)