Yamila Idrissi en Bart Caron, het jonge veulen en de oude rot van de Commissie Cultuur, over 'hun' kunstendecreet. 

Artikel verschenen in De Morgen, 05/09/2013. 

Journaliste Sarah Theerlynck. Foto's Ans Brys. 

Zij vindt hem 'oldskool', hij begrijpt niet hoe een socialiste in 'mythes' als crowdfunding kan geloven. Maar over het nieuwe kunstendecreet, waar ze beiden aan mee schreven, zijn Vlaams Parlementsleden Yamila Idrissi (sp.a) en Bart Caron (Groen) het roerend eens. 'Niet revolutionair? Het is al straf dat het er überhaupt is!' Sarah Theerlynck

Tegenpolen. Dat zou je denken als je de cv's van Yamila Idrissi en Bart Caron leest. Zij, een bruisende Brusselse, vier jaar nog maar in de Commissie Cultuur van het Vlaams Parlement voor sp.a. Hij, verknocht aan de West-Vlaamse klei, gepokt en gemazeld in het Vlaamse cultuurbeleid. Als kabinetschef van toenmalig minister van Cultuur Bert Anciaux schreef hij mee aan het eerste kunstendecreet. Als oppositielid voor Groen drukte hij nu zijn stempel op de nieuwe versie, samen met parlementsleden Paul Delva (CD&V), Marius Meremans (N-VA) en minister van Cultuur Joke Schauvliege (CD&V). In Yamila Idrissi echter vond hij zijn grootste medestander. Want: die tegenpolen, dat blijkt in de praktijk wel mee te vallen.

Waarom meeschrijven als oppositielid, meneer Caron?

Caron: "In de politiek moet je intellectueel eerlijk zijn. Ik heb mee een fundament gelegd, dan maak je het werk ook af. Ik heb niet eens veel moeite moeten doen om dat aan mijn fractie en andere partijgenoten verkocht te krijgen. Het belang voor de kunstensector primeerde. Bovendien heeft de minister en iedereen in de werkgroep oprecht geluisterd naar mijn ideeën." 

Idrissi: "Bart is de deken van de cultuurcommissie. Naar zo iemand luister je. Ook al vind ik hem soms oldskool."

Caron: "Vergeet niet dat het moed vergt om na tien jaar kritisch naar je eigen werk te kijken en bij te sturen. Zo oldskool vind ik dat niet. Geef eens een concreet voorbeeld? Van welke stigma's raak ik niet af?"

Idrissi: "Jouw verleden neemt in de commissie soms veel ruimte in. Soms denk ik: 'Ik heb het nu wel gehoord.' Als ik in de commissie twee keer pleit voor slim beregelde crowdfunding of kunstkoop - dat laatste is trouwens verankerd in het kunstendecreet - vindt hij het al te veel."

Door dit voorstel tot decreet in te dienen, legitimeren jullie het beleid van minister Schauvliege. Handig gespeeld van haar, maar wringt het niet bij jullie, die zo vaak kritiek op haar hadden?

Caron: "Ik zeg toch niet dat Joke Schauvliege de beste cultuurminister is die we ooit hebben gehad? Alleen hielden we er over het kunstendecreet voor 80 procent dezelfde denkbeelden op na. Het zou unfair geweest zijn niet mee te werken. Als oppositielid moet je altijd tegen zijn. Daar word je al eens ziek van. Ik wil de vrijheid behouden ervoor te gaan als ik akkoord ga met iets. "Anderzijds: ik ben me bewust van mijn medeplichtigheid. Het zal me niet beletten haar beleid in de toekomst kritisch te bekijken, zoals ik altijd al heb gedaan." 

Idrissi: "Ook ik ben kritisch geweest voor de minister, maar ik heb altijd de bal, nooit de vrouw gespeeld."

Caron: "Soms vond ik het in de commissie toch op een sjakossengevecht lijken, hoor (lacht). Er is een onuitgesproken wet in de politiek: 'als je in de meerderheid zit, altijd ja knikken als de minister iets zegt.' Yamila heeft de moed dat niet te doen. Ze speelt de fundamentele rol van een parlementslid: de minister controleren. Bij de andere meerderheidspartijen mis ik wat kritisch vermogen in de commissie. Met jouw kritisch vermogen heeft de minister het soms moeilijk, hé, Yamila?" 

Idrissi: "Ik hou van debat. Je moet het niet met me eens zijn, maar overtuig me dan."

Caron: "Bij het schrijven van dit decreet kreeg ik voor het eerst het gevoel dat de minister wel openstond voor debat. Een opluchting."

Toch kan je dit decreet bezwaarlijk revolutionair noemen.

Idrissi: "Het is al straf dat het er überhaupt is. Even goed had men 'tabula rasa' kunnen zeggen, zoals nogal wat mensen wilden. Dit decreet is ook revolutionair om wat er niet in staat. Het plan om meer fondsen te creëren, waarin experts los van de politiek beslissen over subsidies, is afgevoerd."

Caron: "De minister heeft serieus moeten inbinden. Gelukkig maar, want kwamen er meer fondsen, dan zou het publieke debat gaandeweg verdwijnen. Waarop op lange termijn de budgetten voor de kunsten zouden dalen. Dat is wat je krijgt als experts in besloten kamers beslissen, zonder pottenkijkers uit politiek en media. Kijk naar Nederland! 

Idrissi: "Helemaal mee eens. Je mag de navelstreng tussen politiek en cultuur niet doorknippen, want dan heeft de politiek geen enkele reden meer om de kunsten te verdedigen."

Caron: "Ook belangrijk in dit nieuwe kunstendecreet: de visienota die de minister bij het begin van een nieuwe legislatuur moet opstellen. De commissies hebben bij de voorbije subsidieronde goed werk geleverd, maar ze hadden wel geen toetssteen. Waar legde de minister haar prioriteiten? Het bleef te vaag." 

Idrissi: "Waar ik vooral blij om ben, is dat het principe diversiteit zwart op wit in het nieuwe decreet staat. Dat is jammer genoeg broodnodig. Ben je op de opening van het Theaterfestival geweest? Ik denk dat ik de enige van vreemde origine was. Op den duur gaan de mensen zeggen: 'Je bent geen echte' (lacht). Ik kan er niet bij dat de witte kunstensector nog steeds de klik niet heeft gemaakt. Hoe komt het dat de raden van bestuur overwegend wit blijven, terwijl je de mensen met een kleurtje bij wijze van spreken maar te rekruteren hebt op de campus van de VUB?" "Onderschat niet wat wij doen. Wij proberen iets in regels te vatten dat in wezen niet te vatten is. De carrière van een kunstenaar, organisatie of gezelschap verloopt organisch en is moeilijk vast te pinnen."

Lonkt de andere kant soms? De komma's van een kunstendecreet kunnen saai zijn, lijkt me.

Idrissi: "Ik zal het maar toegeven: ik ben een gerateerde actrice. Een studie rechten kon ik nog een beetje uitleggen aan mijn ouders. Had ik hen verteld dat ik naar het conservatorium wilde, dan hadden ze me thuis opgesloten. Toch knaagt het nog steeds een beetje."

Caron: "Ik sta aan de andere kant. Ik ben bassist. Maar je moet weten wat je kunt: ik ben een verdienstelijke muzikant, geen solist. Ik ben niet jaloers als ik Robin Verheyen een fantastisch concert zie spelen op Jazz Middelheim. Ik luister met de bewondering van een klein kind en weet: op mijn eigen bescheiden manier heb ik ervoor gezorgd dat die gast subsidies krijgt. Voor mij is dat genoeg."