Lees hier de vraag om uitleg die ik in de commissie Cultuur aan Minister Gatz wil stellen, naar aanleiding van zijn subsidiebeleid voor de jonge kunstenaars. 

In het cultureel landschap is er geschrokken en verontwaardigd gereageerd op de recente verdeling van de subsidies voor jonge kunstenaars door Minister Gatz. Niet alleen zijn er bijzonder weinig subsidies uitgedeeld, ook over het selectieproces zijn er vragen gerezen.

In maart 2015 vroegen 150 organisaties in de tweede subsidieronde samen 5,9 miljoen euro aan beurzen en projectsubsidies aan. Daarvan kreeg de helft, 70 organisaties, een dubbel positief advies van de bevoegde adviesorganen en de administraties, goed voor een geadviseerd bedrag van 2,4 miljoen. De uiteindelijke beslissing van de minister geeft in totaal 1 miljoen euro aan 29 organisaties: dit is amper 41 % van de positief geadviseerde aanvragen. 130 individuele kunstenaars vroegen bijna 2 miljoen aan. Het advies van de commissie: 800,000 euro voor 59 goedgekeurde dossiers. De Minister reduceert dit tot nog geen 300.000 euro voor slechts 21 kunstenaars.

Projecten die dubbel positief werden bevonden krijgen nul euro op rekest. 80 organisaties en kunstenaars met een positief advies, zowel op artistiek als zakelijk vlak, zien hun project niet ondersteund en blijven hierdoor financieel in de kou staan. Zo’n lage toekenningsgraad is nog nooit vertoond. En degene die hun project wél goedgekeurd zien, krijgen een pak minder steun dan de vorige jaren. Het budget voor de jonge kunstenaar is gedaald van ruim 10 miljoen in 2013 naar 4,8 miljoen vandaag: meer dan gehalveerd dus.

Dit is niet alleen een kwestie van geldgebrek, want sommige negatief beoordeelden krijgen wél een steuntje in de rug van de minister. Zeven dubbel afgekeurde projecten zijn door Gatz uit de prullenbak gevist om toch subsidies te krijgen. In 2014 tekende hij de principiële krijtlijnen van zijn subsidiebeleid op: Dat er geen plaats zou zijn voor politiek en cultureel gelobby. Voortaan zouden de weloverwogen adviezen van de commissies gevolgd worden, met zo min mogelijk uitzonderingen . Vandaag negeert hij de adviezen en zet hij de commissies buiten spel.

Wat moet een jonge kunstenaar hiervan denken? Wat moeten de nieuwe beoordeelaars van subsidiedossiers denken van de rol die ze nog te spelen hebben? En wat zegt dit over het toekomstig subsidiebeleid, ook al is er een interessant Kunstendecreet?

Inmiddels is er in de media uitgebreid bericht over de beslissing van Minister van Cultuur aangaande de subsidies voor kunstenaars en organisaties. Er is een open brief geschreven die al door 400 kunstenaars en organisaties is ondertekend. Het is zelfs tot een protestactie gekomen: 250 verontwaardigde kunstliefhebbers zijn in Oostende in zee gestapt om te tonen dat het water hen aan de lippen staat. Samen met nog eens 250 betrokken toeschouwers, vormen zij een groep die niet genegeerd kan worden. De Minister heeft de initiatiefnemers dan ook uitgenodigd voor een gesprek. Wat gaat u hen zeggen?

Minister Gatz, in het parlement sprak u de volgende woorden: “De sociaaleconomische positie van kunstenaars en de positie van kunstenaars in het algemeen versterken is een belangrijke prioriteit. We moeten kunstenaars koesteren, zij zijn de hoeksteen van een kwaliteitsvol kunstenlandschap”, wij stellen ons nu de volgende vragen:

 

• Op welke manier rijmt uw subsidiebeleid met uw visienota, waarin u de jonge kunstenaar centraal zet?

• Waar heeft u uw selectie op gebaseerd?

• Wat voor rol hebben de adviescommissies nog, als u zo te werk gaat?

• Wat voorspelt dit voor de toekomst van het jong talent Vlaamse kunstwereld?