Uit een onderzoek van Katia Segers naar 6.500 aanvragen voor doctoraatsbeurzen van de laatste 10 jaar blijkt dat vrouwelijke onderzoekers minder kans hebben op toekenning van een doctoraatsbeurs dan mannelijke onderzoekers.

“Er zijn vandaag meer vrouwelijke masterstudenten dan mannelijke. Hun studieresultaten zijn ook beter en toch hebben de vrouwelijke studenten minder kans op toekenning van een doctoraatsbeurs door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek”, zegt Katia Segers. “Een man heeft 30,8 procent kans op een beurs als hij een aanvraag indient, terwijl dat percentage bij vrouwen op 27,7 procent ligt. Dat is niet eerlijk. De beurzen moeten toegekend worden op basis van de prestaties, niet op basis van geslacht.”

Volgens Segers heeft een en ander te maken met het aantal vrouwen dat in de commissie zetelt. “Amper één derde zijn vrouwen, terwijl dat de helft zou moeten zijn. Zo komen we in een vicieuze cirkel terecht. Om in zo'n commissie te zetelen, moet je verschillende publicaties en onderzoeken op je naam hebben. Dat is nu net zo moeilijk voor vrouwen”, besluit Katia Segers.