Sinds kort ontsluit de openbare omroep een deel van haar programma’s ook online via het platform VRT Nu. Kijkers die van de online programmatie willen genieten, dienen hiertoe een VRT profiel aan te maken. Dat lukt enkel wanneer de gebruikers akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden en het privacybeleid van de VRT. In het kader van mijn parlementaire werkzaamheden rond online privacy en de verwerking van persoonsgegevens (zie ook onze eerdere actie "U bent meer dan koopwaar" ) nam ik het VRT-privacybeleid onder de loep. Wat blijkt? Er is dringend werk aan de winkel!

 In De Standaard van 7 april verscheen reeds de samenvatting van deze analyse.
Hoewel de VRT redelijk transparant communiceert over de persoonsgegevens die verzameld worden, is het voor de gebruiker allesbehalve evident om zich te verzetten tegen het gebruik van zijn gegevens voor direct-marketing doeleinden. Voor deze zogenaamde “opt-out”  wordt men doorverwezen naar een externe website (Pebble Media) waar geen enkele verwijzing te vinden is naar hoe men zich kan uitschrijven. 

In antwoord op mijn schriftelijke erkent de VRT dat de huidige toepassing niet gebruiksvriendelijk is en stelt men dat er op termijn een “menu” zal komen waarin gebruikers de instellingen voor een bepaald gebruik (bvb. direct marketing en sociale media) kunnen aanpassen. De VRT argumenteert dat een dergelijk menu vandaag nog geen standaard is op de markt, en dat doet de wenkbrauwen fronsen.


“Van een openbare omroep mag je verwachten dat men de lead neemt in het ontwikkelen van een transparant en gebruiksvriendelijk privacybeleid. De VRT heeft hier een voorbeeldfunctie en ik verwacht dat men deze ter harte neemt.

Daarbij wil ik tevens wijzen op de bevindingen van de Privacycommissie in dit verband: de VRT heeft als verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens een eigen plicht die ze niet naar derden (in dit geval Pebble Media) kan overdragen. De Privacycommissie merkt overigens fijntjes op dat bij andere platformen waarbij het kijkgedrag van gebruikers geanalyseerd wordt – denk maar aan commerciële spelers als Proximus en Telenet – gebruikers wel een makkelijke wijziging van hun ‘privacy settings’ kunnen doorvoeren. Men vraagt zich dan ook terecht af waarom de VRT deze optie niet genomen heeft.

De VRT stelt de ambitie te hebben om een voorbeeld te zijn van de manier waarop met gegevens van gebruikers wordt omgegaan. Als de openbare omroep dit voornemen echt ter harte wil nemen, is er dringend werk aan de winkel.

 Onder de huidige wetgeving kan men de VRT weliswaar niet verplichten om expliciet toestemming te vragen aan gebruikers voor de verwerking van hun persoonsgegevens, maar het lijkt me de logica zelve dat de openbare omroep dergelijk ’opt-in’ systeem zo snel mogelijk introduceert, iets wat trouwens verplicht zal worden wanneer de Europese Privacyverordening in werking treedt op 25 mei 2018. 

De huidige gang van zaken (zoals het spaak lopen van de ‘opt-out’ procedure op de externe website) impliceert dat wie het aanbod van de VRT online wil bekijken, hiervoor betaalt met z’n persoonsgegevens. Ik verwacht van de openbare omroep een duidelijk signaal dat de VRT de lat voor het privacybeleid beduidend hoger zal leggen.

Minister van Media Gatz gaf eerder in de commissie Media van het Vlaams Parlement aan dat waakzaamheid geboden was inzake de verwerking van persoonsgegevens met het oog op commerciële communicatie en dat hierbij een duidelijke keuze van de gebruiker vereist is. Het lijkt me dan ook maar logisch dat de Minister actie onderneemt opdat de VRT zijn voorbeeldrol inzake privacy en gegevensbescherming van mediagebruikers ter harte neemt. Wordt vervolgd!