Het is een dagelijks zicht geworden op onze straten, in onze parken, en in onze waterplassen: sigarettenpeuken, kauwgom, etensresten, blikjes, verpakkingen, flesjes, zelfs paraplu's. Zwerfvuil dus. U ziet het, ik zie het, heel wat steden en gemeenten zien het. De enige die de handen voor hun ogen houden, zijn Open Vld en N-VA. Zelfs CD&V ziet het, maar daarmee is ook alles gezegd. 

Of minister Schauvliege moet er straks in slagen om haar plan goedgekeurd te krijgen in de Vlaamse Regering. Vandaag wijst weinig in die richting. En zich straks opnieuw verschuilen achter een vage beslissing, uitstel of nog meer onderzoek is lachen met ons milieu, en bij uitbreiding onze gezondheid en het dierenwelzijn. Er moet nu maar eens beslist worden: of het plan van Schauvliege wordt goedgekeurd, of er komt niks. Alles ertussenin is een klucht.

Het plan dat voorligt, focust op blik en plastic, en is goed voor 43 procent van ons zwerfvuil. Ze stelt een totaalaanpak voor van preventie tot bestraffing, wijst ook op de verantwoordelijkheid van producenten en gaat voor de invoer van statiegeld op plastic en blikjes. Het zijn die laatste twee die voor heel wat discussie zorgen. 

Schuldig verzuim

Over campagnes en het bestraffen van vervuilers is iedereen het eens. Hier en daar een affiche ophangen en controles uitvoeren doen we dan ook al jaren, en hebben hun effect. Maar meer van hetzelfde is onvoldoende, de hoeveelheid zwerfvuil in Vlaanderen stijgt jaar na jaar. De oplossing beperken tot meer affiches uithangen of straffen verzwaren is schuldig verzuim. En met andere alternatieven komen Open Vld en N-VA niet.

Statiegeld werkt. Punt. Men zaait graag verwarring door met cijfers te goochelen en door elkaar te gebruiken. Maar die vallen niet tegen te spreken: de invoer van statiegeld vermindert zwerfvuil tot 40 procent. Dat staat staat gelijk aan 56,7 miljoen minder opruimkosten op jaarbasis. Dat gaat over uw en mijn belastinggeld. 

Wie niet vervuilt, betaalt dubbel: een eerste keer door de kost van zijn vuilniszak, een tweede keer door het meefinancieren van de opruimkosten. Daarom zegt sp.a: de vervuiler betaalt. Bij statiegeld is dat zo. Blikjes en plastic flesjes worden 25 cent duurder, maar wie ze binnenbrengt krijgt dat geld meteen terug. Wie ze op straat gooit, verliest die 25 cent. Dat geld gaat naar een fonds waarmee – onder andere – de opruimkosten betaald worden.

Nu betaalt vooral de consumerende Vlaming. Bedrijven die plastic produceren of van plastic gebruik maken in hun productie blijven buiten schot. Het is te zeggen: ze leveren een kleine bijdrage, maar die weegt niet op tegen de inspanningen die de gemiddelde Vlaming levert. Een gelijke bijdrage is de logica zelve. Maar net als bij statiegeld is ook daar zeer duidelijk dat bepaalde bedrijven er alles aan doen om die verantwoordelijkheid te ontlopen. Ze raken zeer makkelijk tot bij gewillige politici om de kost vooral bij de Vlaming te houden die vandaag al zijn of haar verantwoordelijkheid neemt.

De strijd tegen zwerfvuil en plastic moet opgevoerd worden. Elke minuut wordt een volle vuilniswagen plasticafval de zee in gedumpt. Dat men verwacht dat er tegen 2050 meer plastic dan vis in onze oceanen zal zitten, is een meer dan duidelijke waarschuwing. Er zijn nu al oppervlaktes plastic in onze oceanen die vijf keer de oppervlakte van Frankrijk zijn.

Heel wat steden, gemeenten, organisaties en individuele Vlamingen nemen dit serieus en organiseren allerhande opruimacties. Van de elfjarige Jorre die wekelijks met zijn tractor vuil gaat ophalen tot burgemeesters en schepenen die samen met hun inwoners gaan 'ploggen' (een combinatie van joggen en zwerfvuil ophalen). Schitterende initiatieven. De enige vraag die rest: waar blijft deze Vlaamse Regering?