Waar de rechtstaat moet wijken voor de natiestaat, betaalt het volk altijd het gelag.

De escalatie van het Spaans-Catalaans conflict is weerom een trieste illustratie van waar doorgeschoten nationalisme kan toe leiden.  Zowel het Spaanse staatsnationalisme van Rajoy als het Catalaanse volksnationalisme van Puigdemont hebben boter op hun hoofd omdat ze allebei de rechtstaat ondergeschikt maken aan hun eigen nationalistische agenda. En dat is ronduit gevaarlijk.

Dat de Catalanen meer autonomie willen is een legitieme wens. Dat geeft Puigdemont evenwel niet het recht om de Spaanse grondwet eenzijdig naast zich neer te leggen.  Inbreuken tegen de grondwet zijn echter evenmin een vrijgeleide voor Rajoy om de eis om meer autonomie met geweld neer te slaan.

Of de strafklacht en de voorlopige hechtenis tegen Puigdemont en een aantal Catalaanse ministers gegrond is, is een zaak van het gerecht dat in alle onafhankelijkheid moet oordelen en daarbij de fundamentele rechten zoals het recht op verdediging en het recht op een eerlijk proces moet respecteren.  De advocaten van Puigdemont en co zullen daar terecht een punt van maken en dat kunnen ze dankzij het Europees juridisch kader dat deze grondrechten garandeert.

Het Spaans-Catalaans conflict is echter meer dan een louter juridische kwestie.  Het is vooral een politieke kwestie.  In essentie gaat het om de vraag hoe je solidariteit en regionale diversiteit  op een evenwichtige manier organiseert in een land.  Het is een debat dat in menig Europees land tot hoogoplopende spanningen kan leiden,  tussen rijkere en armere regio’s in een land,  zeker in tijden van economische crisis die de solidariteit onder druk zet.  Landen die de interne  verdeeldheid niet op de spits drijven en er in slagen om via dialoog tot een vreedzame politieke consensus te komen, varen daar wel bij. 

Dat is de weg die België heeft gekozen.  Ons land had  daarom in de actuele Spaans-Catalaanse discussie, de stem van de redelijkheid en van de dialoog kunnen vertolken.  België werd immers vreedzaam hervormd van unitaire staat naar federaal land met autonomie voor de verschillende cultuurgemeenschappen en een sterke interpersoonlijke solidariteit .  Helaas verscheen ons land  op het internationale toneel met een beschamend tweet- en terugfluitconcert waarbij de verdeeldheid in Spanje werd geïmporteerd in de federale regering.  Onze sterke internationale reputatie als diplomatische problemsolver kreeg hiermee een stevige knauw.

Ook de Europese Unie heeft weerom de kans gemist om een verbindende politieke rol te spelen.   Door het Spaans-Catalaans conflict te herleiden tot een louter Spaanse interne juridische kwestie, doet de Unie aan struisvogelpolitiek en  toont ze zich weerom politiek onmachtig om de kernwaarden van de Unie centraal te stellen.  Telkens als er in een lidstaat fundamentele mensenrechten onder druk komen te staan, of het nu in Polen, Hongarije of Spanje is, is de reactie vanuit de Europese Unie ontstellend zwak.  Om de lidstaten niet te bruuskeren en uit vrees om zich nog meer kritiek op de hals te halen van populisten en nationalisten, neemt de Europese Unie geen actieve politieke rol op in het verdedigen van de rechtstaat.  Bij inbreuken op de interne marktregels toont de Europese Unie zich zeer stoer, maar als het om de fundamenten van onze rechtstaat gaat, hoor je haar amper.  Daarmee dreigt de Unie alle geloofwaardigheid op het vlak van mensenrechten te verliezen.    Europeanen moeten kunnen rekenen op een Unie die opkomt voor hun fundamentele rechten.

Want de Europese geschiedenis leert ons alvast: waar de rechtstaat moet wijken voor de natiestaat, betaalt het volk altijd het gelag.

Deze discussie werd gesloten.