'Dreigt in uw straat het licht uit te gaan?’ ‘Geen enkele trein door afschakelplan.’ ‘Zo’n hoge belastingdruk en dan nog kunnen we geen energiezekerheid bieden’. Kranten en opiniemakers kopten in het najaar van 2014 weinig geruststellende berichten over onze energiebevoorrading. Afwijkende stemmen die een black-out niet als een noodlot beschouwden, werden als onverantwoordelijk weggezet in een debat waar emotie de boventoon voerde. Nu de blaadjes bomen krijgen en het pas weer gaat vriezen op het einde van 2015, is het tijd om de balans op te maken. Werd ons energiesysteem  echt zo sterk uitgedaagd als gevreesd en hoe importafhankelijk was ons land deze winter?

In de buurt van een black-out kwamen we nooit

Eerste belangrijke vaststelling: afgelopen winter produceerde - zelfs op momenten van absolute piekvraag -  één vierde van onze beschikbare energiecapaciteit niet. Nooit werd meer dan 76% van het vermogen aangewend om onze totale vraag te dekken.

Bron: Eigen berekeningen op basis van data Elia (MW) 

*Dit percentage stijgt tot maximaal 83% indien we, zoals Europese veiligheidsvoorschriften voorschrijven, anticiperen op een plotse uitval van de grootste productiecentrale, zijnde 1.000 MW.

 

Bron: CREG

De piekprijzen (aankoopprijzen die leveranciers betalen op dagen met veel vraag en weinig aanbod) die we afgelopen winter optekenden, bevestigen die vaststelling. De piekprijzen waren slechts een fractie van het evenwichtstarief van 4.500 €/MWh dat hoogspanningsnetbeheerder Elia installeerde. Dit hoge tarief moesten leveranciers ophoesten als ze de vraag niet konden beantwoorden met voldoende aanbod. Elia ging ervan uit dat zo’n tarief de markt zou dwingen om tot een evenwicht te komen tussen vraag en aanbod.

De elektriciteitsmarkt in tijden van piekvraag

Om te verklaren waarom precies we nooit in de buurt van een black-out kwamen, bekijken we onze elektriciteitsmarkt. Meer specifiek: het gedrag van de markt op momenten van piekvraag.
Per maand gaan we dieper in op de dag waarop over het algemeen het grootste vermogen aangewend werd, om 18u. Op dat moment is de vraag immers het grootste omdat gezinnen, kantoren en bedrijven nog volop actief zijn. Bovendien is het dan al donker waardoor het aanbod afneemt. Daggemiddelden inzake vraag en aanbod van elektriciteit zijn weinig relevant omdat ze niks zeggen over die momenten (soms spreken we over een uur per dag) waarop de uitdaging voor het electriciteitsnet het grootste is.

A. Een productiepark in beweging

België zet verschillend brandstoffen in om elektriciteit te produceren. Bij de start van deze winter (1/11/2014) was er 14.925 megawatt (MW) vermogen aangesloten op het hoogspanningsnet, waarvan:

Maar bovenstaand beeld van ons productiepark is onvolledig. De decentrale energieproductie (zoals zonnepanelen op de daken van huizen) noch de import worden meegeteld. Nochtans zijn dat net twee belangrijke Europese ontwikkelingen die onze Belgische productiemarkt grondig veranderen.
1) Klimaat staat hoger op de (Europese) beleidsagenda
Het aanwenden van hernieuwbare energiebronnen zijn een noodzakelijke evolutie. Zo wordt In Vlaanderen vandaag zo’n 3.400 MW decentraal - daar waar mensen dus wonen en werken - geproduceerd, waarvan zo’n 64% PV (zonne-energie). Maar daar houden we in deze analyse geen rekening mee, omdat de zon niet schijnt tijdens die winterpiek en de kans op wind onvoldoende betrouwbaar is. Dat kan zonder onze conclusie onderuit te halen, omdat tegenover deze geproduceerde elektriciteit een even grote vraag staat.
2) Liberalisering elektriciteitsmarkt impliceert markt op Europees niveau
De marktintegratie is niet enkel fysiek, maar evengoed financieel. België vormt samen met Frankrijk, Duitsland, Nederland en Luxenburg de Centraal West-Europese markt (CWE). Zo lossen overschotten in één lidstaat tekorten in een andere lidstaat op, terwijl de elektriciteitsprijs op de groothandelsmarkt op geïntegreerde beurzen tot stand komt.
Toch stellen we vast dat deze marktintegratie zicht niet volledig voltrekt. De fysieke barrières tussen lidstaten belemmeren tot op vandaag de uitwisseling van elektriciteit waardoor de groothandelsprijzen van de CWE-lidstaten niet volledig overeenstemmen.

Bron: CREG

B. Het aanbod

Onderstaande productiecapaciteit moest afgelopen winter de binnenlandse vraag dekken.

Bron: Eigen berekeningen op basis van data Elia (MW)

 
1. Beschikbare productiecapaciteit

Overmacht kan optreden (onderhoud, ongeluk, slijtage,…) waardoor productiecentrales tijdelijk niet produceren. Het olielek in Doel 4, de scheurtjes in de reactorkuipen van Doel 3 en Tihange 2, of de sociale onrust in de steenkoolcentrale van Langerloo zijn zulke voorbeelden van de voorbije winter. Deze uitval rekenen we  niet mee om de effectief beschikbare productiecapaciteit te kennen.

2. Invoercapaciteit

De voorbije winter bedroeg de theoretische invoercapaciteit 3.500 MW. Hoogspanningsbeheerder Elia stelt deze transmissiecapaciteit ter beschikking van marktspelers (leveranciers) voor import. Dit cijfer is afhankelijk van de technische vervoerscapaciteit, de beschikbare productiecapaciteit in de buurlanden, de weersomstandigheden en Europese veiligheidsregels.

3. Strategische reserve

De productiecapaciteit wordt in ruil voor een vergoeding aangehouden om een antwoord te bieden op mogelijke tekorten (door onevenwicht tussen vraag en aanbod). Dit vermogen is altijd het gevolg van een formele regeringsbeslissing en bedroeg deze winter 750 MW productievermogen en 100 MW vraagrespons. Wat zien we? Deze reserve werd deze winter nooit aangewend.

C. De vraag

Onderstaand vermogen werd op piekmomenten effectief aangewend om de binnenlandse vraag te dekken.

Bron: Eigen berekeningen op basis van data ELIA (MW)

 
4. Effectief gegenereerd vermogen

Zelf in tijden van piekvraag plaatsen niet al onze productie-eenheden effectief stroom op het net. Dat heeft deels te maken met specifieke weersomstandigheden, bv. de afwezigheid van wind. Maar er is meer aan de hand. Het bestaan van een Europese energiemarkt impliceert dat Belgische centrales, voor zover voldoende interconnectiecapaciteit, concurreren met buitenlandse eenheden. Het is het prijssignaal, dat door Europese vraag en aanbod tot stand komt, dat beslist of en hoeveel er binnen de landsgrenzen wordt geproduceerd en of er al dan niet geïmporteerd of geëxporteerd wordt.

5. Saldo import/export

Onze importafhankelijkheid wordt niet enkel door ons importcijfer, maar ook door ons exportcijfer bepaald. Dat wordt vaak vergeten. Zo stellen we vast dat onze grootste importpiek aan de Nederlandse grens plaatsvond op 3 februari (3.489 MW), maar op hetzelfde moment exporteerden we ook 1.490 MW aan de Franse grens. Deze vaststelling relativeert onze importafhankelijkheid op dat moment. 
Niet onbelangrijk om eveneens te vermelden: de voorbije winter wordt thermisch als ‘normaal’ beschouwd. Ze was niet extreem koud, maar ook niet - zoals wel eens wordt beweerd - extreem zacht. In december lag de minimumtemperatuur zelfs onder de normale waarde voor de tijd van het jaar.

Bron: meteobelgië.be

 

De markt werkt, laat de markt dus werken

Conclusie: de markt heeft deze winter gewerkt. De vrijmaking van nationale energiemarkten is een onvoltooid werkstuk en schept uitdagingen. Voor de bevoorradingszekerheid creëert ze echter  gigantische opportuniteiten om elke Europeaan op kostenefficiënte wijze  een brandende lamp te verzekeren. Elke regeringsbeslissing die daarentegen ingaat tegen de verdere integratie van de nationale energienetwerken is een beslissing tegen deze marktwerking en hypothekeert bijgevolg de bevoorradingszekerheid op korte en lange termijn. Alleen al vanuit dit oogpunt is de levensduurverlenging van onze nucleaire centrales Doel1 en Doel 2 laakbaar. Ze belemmert immers een verhoogde importcapaciteit uit Nederland.
Uiteraard kan een uitzonderlijke koudegolf in combinatie met een onverwachte uitval van een aanzienlijk aandeel nucleaire productie, de afwezigheid van zon en wind én een even grote schaarste in onze buurlanden onze bevoorradingszekerheid ondermijnen. Maar evengoed komt het een verantwoordelijke regering toe aan te geven dat deze omstandigheden hoogst uitzonderlijk zijn – zelfs niet realistisch - en dat ons binnenlands energiesysteem aanpassen aan die enkele uren per jaar een onverantwoord hoog kostenplaatje met zich meebrengt. De bakker die het hele jaar zoveel broodjes bakt om één keer per jaar aan de vraag van dat ene grote familiefeest te voldoen, gaat failliet.