De vrieskou slaat hard toe in de Griekse vluchtelingenkampen. Het falen van de EU en van België om door middel van ‘relocatie’ asielzoekers te spreiden over de EU komt zo terecht weer onder de aandacht. Staatssecretaris Theo Francken meent dat beter doen moeilijk is. Maar is dat wel zo?

Filippo Grandi, de Hoge Commissaris voor Vluchtelingen van de VN, nam het eind vorige week nog op voor de tienduizenden asielzoekers die in Griekenland gestrand zijn. Hij verwees naar het EU-engagement uit 2015 om 66.400 asielzoekers uit Griekenland te gaan verdelen over de EU en stelde vast dat er tot zover nog geen 8000 overgebracht werden. “Niet bepaald een goed voorbeeld van het delen van verantwoordelijkheid”, aldus Grandi.

Reden genoeg voor staatssecretaris Francken om in zijn pen te kruipen. “Er zijn geen 66.400 Syriërs en Eritreeërs in Griekenland”, schreef hij. “Wat wil je dat we doen: Marokkanen en Algerijnen overbrengen? Wees a.u.b. eerlijk.”

Ook de woordvoerster van Francken, Katrien Jansseune, stelde eerder in Apache al dat “er simpelweg niet genoeg kandidaten zijn om te relocaliseren.” 

Tussendoor: de Europese regelgeving bepaalt dat enkel nationaliteiten met een erkenningspercentage van boven de 75% in aanmerking komen voor relocatie. Aanvankelijk konden zo Syriërs, Eritreeërs en Irakezen overgebracht worden, maar ondertussen is ook de erkenningsgraad van Irakezen onder de 75% gezakt. En aangezien er in Griekenland bijna geen Eritreeërs zijn kan spreiding vanuit Griekenland vandaag alleen voor Syriërs. Terwijl er nog altijd in totaal zo’n 63.000 mensen vast zitten in Griekenland. 

Maar: nothing is written. Regels kunnen gewijzigd worden. Daarvoor hebben we politici. 

In het Europees parlement keurde daarom op 15 september 2016 het rapport Ska Keller goed. Dat stelde o.a. voor om ook Afghanen in aanmerking te laten komen voor relocatie. Het rapport stemde immers vast dat op dat ogenblik 21% van de asielzoekers in Griekenland Afghanen waren (naast de 45% Syriërs en de 22% Irakezen) en dat de erkenningsgraad tot 66% gestegen was. Het rapport werd met een grote meerderheid goedgekeurd (470-131). Stemden evenwel tegen: de fracties van N-VA en Vlaams Belang. Als er dus “te weinig kandidaten om te relocaliseren” zijn, dixit het kabinet-Francken, dan is dit toch minstens een probleem dat men mee creëert.

Wat geldt voor de Afghanen geldt des te meer voor de Irakezen. Zoals gezegd kwamen zij aanvankelijk wel in aanmerking voor relocatie, maar zakte hun erkenningspercentage. Dat ligt momenteel op 60%. Volgens de Europese Commissie had de 75% erkenningsgraad destijds twee doelstellingen: asielzoekers die een duidelijke nood aan bescherming zo snel als nodig bescherming bieden en voorkomen dat asielzoekers die wellicht geen bescherming zullen krijgen hun verblijf onnodig rekken. Als het gaat om het bescherming bieden aan asielzoekers die daar duidelijk nood aan hebben is het verschil tussen 60% en 75% erkenningskans niet onoverkomelijk. En als het gaat om het voorkomen van een nodeloos lang verblijf, wel, dan heeft men al lang gefaald. Een relocatie van de Irakezen dringt zich dan ook op.

Dat Francken uit de woorden van VN-Commissaris Grandi meteen begrijpt dat België Marokkanen of Algerije zou moeten opnemen is overigens totaal absurd. In 2015 en 2016 (tot en met september) waren er in totaal respectievelijk slechts 525 1° asielaanvragen uit Algerije in Griekenland en 415 uit Marokko. Daarmee ga je de druk op Griekenland dus niet verlichten. Met de spreiding van bvb. Irakezen en Afghanen des te meer. Wees a.u.b. eerlijk.

Maar zelfs voor de huidige ‘kandidaten’ zou de EU een stuk beter kunnen, nee moéten, doen. In een rapport van 9 november over de ‘voortgang inzake de relocatie van asielzoekers’ stelde de Europese Commissie vast dat de EU-lidstaten het ritme waaraan Griekenland relocatieplaatsen verzoekt niet volgt. En dat die kloof zelfs steeds groter wordt. 

De Europese Unie doet het dus slecht op het gebied van relocatie. Maar binnen de EU is België dan nog een slechte leerling ook. Op het einde van 2016 hadden de EU-lidstaten (en ook o.a. Noorwegen en Zwitserland) van de 63.302 beloofde relocaties slechts 7064 personen effectief uit Griekenland gerelocaliseerd. Dat is nog geen 11%. Maar België had op diezelfde datum van de beloofde 2415 plaatsen slechts 177 personen effectief onder de hoede genomen, ofwel 7%. Dat is zowaar nog slechter. 

Sinds begin 2016 is er een enorme toename van het aantal asielaanvragen geregistreerd in Griekenland. En de Europese Commissie constateerde zelfs dat van quasi alle personen die tegenwoordig in Griekenland aankomen tegenwoordig de vingerafdrukken worden afgenomen. Als België nu een lage zgn. ‘asielinstroom’ heeft, dan is dat mede te verklaren door dit verhoogde Griekse aandeel. Toch blijkt Francken veeleer een haantje-de-voorste als het gaat om het overbrengen van asielzoekers náár Griekenland, via de Dublin-transfers dus, dan die uít Griekenland. Om de levensomstandigheden van de asielzoekers in Griekenland te verbeteren, maar ook om Griekenland te belonen voor het geleverde werk, drijft België nochtans best de eigen spreidingsinspanningen op en pleit het best voor een uitbreiding van het relocatie tot ook de Irakezen en de Afghanen.