De commotie rond de vernietiging van het gemeenteraadsbesluit van 24 april 2017 door de Vlaams minister voor Binnenlands Bestuur openbaarde meteen ook allerlei opinies over de vaste benoeming van ambtenaren, zonder echt inhoudelijk dieper op dit thema in te gaan.

Als schepen van Personeelsbeleid voor de Stad Gent, één van de belangrijkste werkgevers in de regio, wil ik daarover het volgende kwijt.

Goede dienstverlening naar de burgers toe is cruciaal en wordt verzekerd wanneer je kan bogen op geëngageerde, gemotiveerde en tevreden medewerkers. Het beeld over vastbenoemde ambtenaren, zoals geschetst in de Vlaamse TV-serie “De Collega’s” van eind de jaren ’70, is allang niet meer van deze tijd. Werken bij de overheid is een intense job, voortdurend onderhevig aan het kritische oog van de burgers, voortdurend in verandering omwille van de snel wijzigende regelgevingen en maatschappelijke noden, en de voortdurende noodzakelijke efficiëntie-oefeningen. Hoewel we een modern personeelsbeleid voeren, wens ik de openbare dienstverlening niet als een privaat bedrijf te leiden. De beschikbare budgetten moeten ingezet worden ten dienste van de burgers en de verdere ontwikkeling van de stad. En daar is uiteraard correct verloond personeel voor nodig.

Ik vind het ook belangrijk om de ongelijkheid tussen contractuele en vastbenoemde medewerkers zo veel als mogelijk weg te werken. Gelijk loon voor gelijk werk en vooral : gelijk pensioen.

Zo zijn de weddeschalen, het aantal vakantiedagen, het aantal maaltijdcheques, de uurroosters,  kortom de arbeidsomstandigheden dezelfde. Het verschil zit in de regeling bij langdurige ziekte, bij ontslag en vooral in de pensioenvorming.

De fundamenteel oneerlijk verschillende pensioenvorming en het voornemen van de Federale Regering om de pensioenen van ambtenaren ‘gemengd’ te berekenen voor al wie vanaf 1 juli 2017 (begin augustus verschoven naar 1 december 2017) statutair zou worden, heeft me reeds 3 jaar geleden bewogen het voorstel te doen om vooralsnog voor de contractuele medewerkers met een lange staat van dienst die ongelijkheid in hun pensioen weg te werken. De Stad Gent heeft weliswaar sinds 2012 een tweede pensioenpijler ingevoerd voor de contractuelen, maar voor wie kort voor zijn of haar pensioen staat, is deze onvoldoende om het verschil tussen een contractueel en een ambtenarenpensioen toe te rijden.

Om de financiering van de huidige en toekomstige pensioenen veilig te stellen, heeft de Stad Gent een pensioenfonds opgebouwd waarin momenteel al meer dan 100 miljoen euro zit en dat tegen 2050 verder zal groeien naar 130 miljoen euro.

Want in tegenstelling tot andere werkgevers, moeten de lokale besturen zelf instaan voor de financiering van de pensioenen van hun vastbenoemde personeelsleden.

Vanuit een evenwicht tussen het aantal statutairen in dienst en de uit te betalen pensioenen, is het verder investeren in statutaire tewerkstelling een goed overwogen beslissing, gebaseerd op berekeningen en simulaties die in 2016 gemaakt zijn.

Martine De Regge