De tax shift van de regering De Wever-Michel verdiept de kloof tussen arm en rijk - een kloof die deze regering in haar eerste werkingsjaar bovendien al flink uitgediept had. Nochtans was de tax shift een unieke kans om die kloof te verkleinen. Bijvoorbeeld door de meerwaarde op aandelen te belasten, in plaats van de btw en accijnzen te verhogen die alle gezinnen - zonder onderscheid in inkomen - treffen. Maar neen, opnieuw werd het een njet. Zo is de ongelijkheid vergroten intussen een handelsmerk van het huidige beleid.

 

 

 

TWEET DIT
“Ongelijkheid verhogen is een handelsmerk van het huidige beleid. #taxshift”

 Om een totaalbeeld van de situatie te hebben, schetsen we in deze blogpost de impact van federale en Vlaamse maatregelen op de ongelijkheid in ons land. Wat is de invloed op de inkomens van de mensen en wat is het effect op hun uitgaven? Snel wordt duidelijk dat bijna iedereen erop achteruit gaat, maar dat de armste gezinnen een groter deel van hun inkomen verliezen.

1/ De armste 10% van de bevolking gaat er liefst 5 keer meer op achteruit dan de rijkste 10%. Die achteruitgang is bijna volledig toe te schrijven aan twee zaken: aan de extra uitgaven die mensen moeten doen door de verhoogde facturen van de Vlaamse regering en aan de verhoging van BTW en accijnzen door de ‘tax shift’ van de federale regering.

2/ De 30% laagste gezinsinkomens, vooral pensioenen en andere uitkeringen, gaan er eveneens op achteruit.

3/ De gezinsinkomens van de werkende middenklasse tot slot gaan erop vooruit op papier, maar de verhoogde facturen maken dat gunstige effect méér dan ongedaan. De factuurverhogingen zijn immers dubbel zo hoog als de verhoging van de inkomens.
Kort samengevat: de werknemers betalen voor hun eigen belastingverlaging, de gepensioneerden en werkzoekenden betalen voor de sanering van de overheidsfinanciën en de hoogste inkomens gaan deze taks shift niet voelen.
Voor deze impactanalyse gebruiken we het model MEFISTO van prof. dr. André Decoster (KUL) (zie methodologische bijlage) en gaan we uit van ongewijzigd beleid. We maken de best mogelijke inschatting van de verdeling van de maatregelen over de verschillende inkomensdecielen. We gaan daarbij uit van gunstige hypotheses voor de regeringen. Daarna testen we een alternatief scenario.

1. De laagste inkomens verliezen
Verschillende regeringsmaatregelen beïnvloeden de inkomens van gezinnen. Zo zorgt de indexsprong bijvoorbeeld voor minder stijging van lonen en uitkeringen, maar belooft de federale regering anderzijds ook een hoger netto-inkomen voor wie werkt. Ook fiscale maatregelen hebben uiteraard hun impact: de verhoging van de aftrek van forfaitaire beroepskosten, de werkbonus, de afschaffing van de ‘30%-schijf’ (of een gelijkaardige maatregel) verhogen hun netto-inkomen, terwijl de roerende voorheffing en de hervorming van de woonbonus datzelfde inkomen opnieuw doen dalen.

 

 
 

Al deze maatregelen samen zorgen ervoor dat de inkomens van de 30% armste gezinnen dalen, maar de inkomens van de andere gezinnen stijgen. De twee laagste decielen zijn vooral lage pensioenen en andere uitkeringen. Zij verliezen ongeveer twintig euro per maand.
Voor de werkenden maken de verhoging van de forfaitaire beroepskosten, de werkbonus en de schrapping van de ‘30% belastingschijf’ de indexsprong volledig goed. Zij winnen tot bijna 40 euro per maand.
De inkomensmaatregelen hebben de grootste impact voor de inkomens in het achtste deciel. Daar situeren zich de betere lonen, maar niet de hoogste. Die laatste groep ziet haar inkomen procentueel met minder stijgen. Deels is dat te verklaren omdat we geen rekening houden met de stijging van inkomsten uit vermogen. Wel tellen we de impact van de verhoogde roerende voorheffing die volledig door de hoogste decielen wordt betaald.

 

2. Vlaamse facturen en federale BTW verhoging op elektriciteit zijn zeer regressief
De gezinnen in alle decielen worden geconfronteerd met stijgende uitgaven, maar de uiteindelijke impact hangt natuurlijk van het verbruik af. Zo treffen de verhoging van de btw op elektriciteit en de afschaffing van de gratis-maatregelen op vlak van elektriciteit en water elk gezin. De verhoging van de accijns op diesel treft dan weer de meerderheid van de gezinnen. Andere btw en accijnsmaatregelen hebben een grote maar gerichte impact. Wie niet rookt, niet drinkt, suiker- en vetarm eet en met een benzinewagen rijdt zal nauwelijks iets voelen. Duidelijk is wel dat de federale overheid deze burger niet als model stelt. Want als iedereen nu zijn gedrag aanpast, is de federale belastingcheque ongedekt. Andere facturen van de Vlaamse regering zijn dan weer afhankelijk van (het aantal) kinderen. Denken we maar aan de niet indexering van de kinderbijslag en de verhoging van het inschrijvingsgeld in het hoger onderwijs.

 

 
 

Rekening houdende met de huidige gezinssamenstelling en gezinsuitgaven hebben de maatregelen een sterk regressief effect. Ze kosten ze de 10% armste gezinnen rond de 45 euro en de 10% rijkste gezinnen rond de 80 euro per maand. Dat terwijl het gemiddeld inkomen van de 10% rijkste gezinnen bijna 5 keer zo groot is als het inkomen van de 10% armste. Hoe lager het inkomen, hoe groter de extra uitgaven in verhouding tot het inkomen. Voor de 10% armste gezinnen is de gestegen levenskost goed voor bijna 5% van hun inkomen; voor de 10% rijkste is dat 1,5%. Vooral de btw op elektriciteit, de Vlaamse elektriciteits- en watermaatregelen én de verhoogde zorgbijdrage zijn sterk regressief.

3. Wat de federale regering geeft in inkomen, nemen de Vlaamse en de federale dubbel terug

Als we nu naar de inkomens en de uitgaven samen kijken, zien we dat voor de gezinnen in elk van de decielen de extra uitgaven zwaarder wegen dan de inkomensstijgingen. De extra uitgaven zijn gemiddeld het dubbele van het extra inkomen van het 8ste deciel; voor alle inkomens van werkende gezinnen in datzelfde deciel zijn die uitgaven gemiddeld 3 tot 8 keer groter dan de inkomensstijging.
Op vlak  van inkomstenbeleid doet de federale regering wat ze aangekondigd had: ze ondersteunt de inkomens uit werk, maar ze neemt die inkomensstijging samen met de Vlaamse regering dubbel terug in verhoogde facturen. In plaats van progressief is de som van het inkomens- en uitgavenbeleid regressief. Het gewicht op de schouders van de 10% armste gezinnen is op die manier 5 keer zo groot als die op de 10% rijkste gezinnen.

 

 

4. Het alternatief: meerwaarde op aandelen
De regering wist nochtans dat de Vlaamse facturen en de eerste federale tax shift al een regressieve impact op de gezinsbudgetten hadden. Waarom koos ze dan om het nog erger maken met verhoogde btw en accijnzen?
Nochtans waren er alternatieven zoals het CD&V-voorstel om een vermogenswinstbijdrage in te voeren. Of het sp.a-voorstel voor een belasting op meerwaarde op aandelen, het enige echt onbelaste onderdeel van het vermogen. Met zo'n belasting wordt de belastingbasis uitgebreid zodat het volledige financiële vermogen gedekt is, meteen de basis voor een dual income tax of een vermogenswinstbelasting1. Pas dan kunnen we spreken van een tax shift die naam waardig.
De impact van een  belasting op meerwaarde op aandelen is heel ongelijk verdeeld en situeert zich bijna alleen bij de top 10% van de inkomens en daarbinnen zelfs vooral bij de top 1%. We deden de oefening door de btw- en accijnsmaatregelen van de tax shift van juli uit te gommen en een meerwaardebelasting op aandelen met een zelfde opbrengst van 2,2 miljard in de plaats te zetten. In dat scenario blijft de impact beperkt regressief tot en met het 8ste deciel, en dragen het 9de en vooral het 10de deciel spectaculair meer - en dus progressief - bij.

 

 

De slotsom van onze tax shift? De rijkste 10% leveren dan twee keer zo’n zware inspanning als de armste 10%. Helemaal anders dan de huidige verdeling dus. Zo’n tax shift maakt de eerdere indexsprong van lonen, pensioenen en uitkeringen en de hogere facturen niet goed, maar ze zou wel voor een wenselijke correctie hebben gezorgd. Een veralgemeende en vereenvoudigde vermogenswinstbelasting zou dat effect zelfs nog kunnen versterkt hebben.
Conclusie

Als deze regeringen van de strijd tegen ongelijkheid en armoede ernstig werk willen maken, weten ze wat hen te doen staat om de kloof te dichten: de belastingverlagingen op de laagste en de belastingverhogingen op de hoogste inkomens richten. Nu doet de regering net het omgekeerde.

 

>> Download de Methodologische bijlage