Het Vlaams Parlement wil vandaag het CETA-handelsakkoord  snel-snel goedkeuren om, zoals ze zelf zegt, ‘geopolitieke redenen’. Vergeet dat. Dit is plat communautair opbod voor binnenlands gebruik, waarbij de rechtsstaat en het respect voor de verdragen worden uitgehold. Vooral multinationale ondernemingen varen hier wel bij. En dan nog. Ik denk niet dat de Vlaamse Regering goed bezig is in dit dossier, en dat is voorzichtig uitgedrukt.

De arrogantie waarmee de Vlaamse Regering, met Minister-President Geert Bourgeois (N-VA)  op kop, de goedkeuring van CETA wil doordrukken, ondanks het hangend antwoord van het Europees Hof, ondanks 16.000 handtekeningen tégen, en ondanks de voorlopige toepassing van 95% van het akkoord, is ronduit stuitend. ‘Ik denk niet dat ge goed bezig zijt, Mevrouw Turan,’ zei Open VLD schamper tijdens eerdere besprekingen in het parlement. Welnu, de waarheid is omgekeerd: Vlaanderen dreigt zelf met de juridische billen bloot te staan, om loutere, en onnodige symboolpolitiek.

Door de ‘triomfantelijke’ anti-vrijhandel-berichten uit Trumpland Amerika, is er – terecht , wellicht - weer meer sympathie voor degelijke vrijhandelsakkoorden. Maar het is belangrijk om enerzijds onderscheid  te maken tussen de krantenkoppen die gaan over Trump en de straftarieven op Europees staal of Amerikaans fruitsap, en anderzijds de (structurele) gebreken van de huidige generatie handelsakkoorden. Het waren die gebreken die het verzet tegen TTIP en CETA voedden. Eén van die structurele gebreken is de gebrekkige consultatie en participatie van het middenveld, zoals vakbonden, milieuorganisaties of consumentenverenigingen bij de voorbereiding, onderhandeling en monitoring van handelsakkoorden. Wat overigens mee het onevenwichtige karakter van de huidige akkoorden verklaart. 

Een ander, en eigenlijk het grootste gebrek, is dat bepaalde systemen in het verdrag de werking van het parlement en onze eigen rechtbanken uithollen. Dat doet men door het aparte rechtssysteem dat men met CETA wil installeren (ICS- Investment Court System) en door de oprichting van een orgaan (regulatory body) waar landen eerst bepaalde regels en wetten gaan moeten aftoetsen voor ze kunnen ingevoerd worden. België zal milieu- of voedselnormen niet zomaar meer kunnen verstrengen, en die nieuwe ‘rechtbanken’ geven multinationals een extra instrument om overheden aan te klagen. Beide systemen dienen dus voornamelijk als extra bescherming voor multinationals, niet voor burgers of onze kmo’s. Dit soort aparte systemen zijn dan ook onnodig, ongewenst en discriminerend. Dat een parlement nu ook al rekening moet houden met handelsverdragen en de regels in andere landen om te kunnen voorzien in meer voedselveiligheid is waanzinnig. En waarom zouden multinationals zich niet aan onze regels moeten houden? Dat zouden KMO’s of ‘gewone’ Vlamingen eens moeten proberen. 

Het is ook zeker geen uitgemaakte zaak dat deze ‘pseudo-rechtbanken’ de toets met de EU-verdragen kunnen doorstaan. Een eerdere uitspraak van het Hof, het Achmea-arrest,  doet vermoeden dat het zeer goed mogelijk is dat dat aparte rechtssysteem als onverenigbaar met de EU-verdragen wordt beoordeeld. We zien nu dat de Federale en de Vlaamse Regering toch snel-snel willen overgaan tot symboolpolitiek en nog voor het antwoord van het Hof van Justitie willen overgaan tot goedkeuring. Wil de federale en de Vlaamse regering vanwege diezelfde symboolpolitiek een Europese juridische en politieke afgang riskeren? Het is aan het Hof om te interpreteren, en niet aan Reynders of aan Bourgeois om de rol van het Hof van Justitie over te nemen. Ten eerste gaat dit in tegen de rol van goede huisvader en bovendien kan dit ons land een afgang bezorgen moest het Hof alsnog beslissen dat de ICS in CETA verdragsrechtelijk niet kan.

Bovendien is het redelijk absurd dat België als indiener van de vraag aan het Hof, nu niet zelf zou wachten op het antwoord. Waarom de vraag stellen als het antwoord jou toch niet interesseert? Men kan er alleen politieke en communautaire manoeuvres in zien. Zelfs de Nederlandse regering wacht op de uitspraak van het Hof van Justitie voor ze verdere stappen zet.

 Dus, heren Bourgeois, Daems, Reynders & tutti quanti, enige terughoudendheid zou u sieren. In dit dossier, maar ook tegenover een Parlementslid dat haar oprechte bezorgdheid heeft geuit en haar respect voor de instellingen en voor de rechtsstaat heeft uitgesproken. Soms zijn arrogantie en partijpolitieke afwegingen ongewenste gidsen en ja, zelfs gevaarlijke drijfveren.  Denkt u daar eens over na? Dan bent u weer een beetje goed bezig.