"In 2040 bereikt de vergrijzing haar piek, daarna gaan de uitgaven in dalende lijn", zegt @maximveys

14 miljard. Dat is de extra kostprijs van de vergrijzing wanneer die in 2040 haar hoogtepunt bereikt. In verschillende media werd dat bericht neergezet als een kloof die haast niet te overbruggen valt. Het is de tand des tijds. Vandaag is het bon ton om te roepen dat het allemaal niet meer houdbaar is, dat niets nog haalbaar is. Alsof het een natuurwet is en niet langer een keuze.

De herhaling van die boodschap leidt tot een pessimistisch toekomstbeeld. Niet toevallig denken vandaag maar liefst 66 op de 100 jongeren dat ze het in de toekomst niet beter zullen hebben dan hun ouders. Zo onthouden ze uit de discussie over de financiële impact van de vergrijzing vooral dat er voor hen geen deftig pensioen meer zal zijn.

In 2040 bereikt de vergrijzing haar piek, daarna gaan de uitgaven in dalende lijn. Waarom wordt daar nooit met een woord over gerept?En dat de uitgaven voor 2040 een tiental jaar geleden nog véél hoger - tot 17 miljard meer - werden ingeschat, ook daar wordt over gezwegen. Opnieuw is de hamvraag waarom? Omdat besparen in de sociale zekerheid moet en zal? Seriously?

Wij achten de tijd gekomen om andere - cruciale - vragen centraal te stellen in plaats van ons sociaal stelsel steen per steen af te breken met het excuus dat het anders niet meer betaalbaar zal zijn.

Welke samenleving willen we straks, over enkele decennia, zijn? Hoeveel is ons dat waard, de sociale bescherming van de toekomst? Hoeveel willen we nog uitgeven aan onze gezondheidszorg en onze pensioenen? Hoe solidair willen we nog zijn wie pech heeft, ziek is, of hulp nodig heeft?

Dat verdient een écht en eerlijk debat dat niet vertrekt vanuit het doembeeld dat besparen op mensen een samenleving op termijn beter maakt, maar dat vertrekt vanuit een positief verhaal dat gangbare denkpatronen reset in plaats van de bestaande beschermingsregels stelselmatig af te bouwen.

Vergis u niet: wij - en vele jongeren met ons - zijn wel degelijk bereid een inspanning te leveren. Wij willen vandaag graag veel en hard werken om de pensioenen van de generaties voor ons te verzekeren. Maar dan wel op voorwaarde dat beleidsmakers vandaag onze vleugels niet afknippen met shitcontractjes zonder zekerheid of een huurwaarborg van drie maanden. Anders komt die solidariteitsgedachte op de helling te staan.

Wij zijn niet de rekenwonders met de rekenmodellen met 1.000 parameters. Wij zijn ook geen aandeelhouders van mediakanalen. Wij zijn jongeren met elk een aparte geschiedenis, maar mét een gedeelde bezorgdheid. Daarom willen wij beleidsmakers die verder kijken dan de volgende verkiezingen en dat debat aangaan en antwoorden op de vraag hoe we een zo breed mogelijke sociale zekerheid voor iedereen ook in de toekomst kunnen garanderen. En een eerlijk antwoord op de vraag hoeveel van onze gemeenschappelijke welvaart we daar als samenleving willen aan besteden. Wat ons betreft mag dat een flinke hap uit de begroting zijn, het is een kwestie van nieuwe afspraken.

En nog belangrijker is hoe we onze sociale zekerheid aanpassen aan de 21ste eeuw, zodat het niet langer uitmaakt of je nu bediende, zelfstandige of ambtenaar bent. Een onderscheid waar wij, jongeren, lak aan hebben.

De geschiedenis leert dat we al meer dan 70 jaar een voorbeeldland zijn in sociale bescherming. Wij zijn jongeren die dat graag zo willen houden. Wij passen ervoor om de eerste generatie te zijn die het niet beter zal hebben dan haar ouders.

MAXIM VEYS
beleidsmedewerker OCMW Kortrijk. 

Alle ondertekenaars van deze bijdrage schrijven onder eigen naam.
Aurélie Vion (Gent), Julien Denys (Gent), Tine Jans (Hasselt), Tom Moreels (Kortrijk), Robbe Wulgaert (Brugge), Kaoutar Oulichki (Sint-Truiden), Oona Wyns (Bredene), Peter Foulon (Kortrijk), Kasper Vanpoucke (Brasschaat), Tom Willems (Brugge), Billy Buyse (Kortrijk)