Onze gemeente doet voor bepaalde taken onder andere binnen de naschoolse kinderopvang en de tuinbouwsector een beroep op medewerkers met een PWA-Statuut. Dit statuut zorgt ervoor dat als u een tijdje zonder werk zit, u toch op een legale manier actief kunt blijven. 

Hiervoor richtte de gemeente een afzonderlijke PWA-VZW op. Echter door nieuwe Vlaamse wetgeving komt deze tewerkstelling op de helling te staan. De vraag is dus wie er in de toekomst nog klaarover mag zijn?

Heel veel inwoners van onze gemeente waarderen het werk van de PWAmedewerkers en de PWA-beambte. Deze PWA-medewerkers leveren buurtdiensten aan particulieren, zijn actief als gemachtigd opzichter, werken in het schooltoezicht en voor het Woonzorgcentrum. En de waarheid mag gezegd worden. Het kost de gemeente eigenlijk niet veel geld. Het huidig arbeidsrecht laat trouwens ook niet toe dat deze taken met een gewone arbeidsovereenkomst worden uitgevoerd. 

Vanaf 2018 houdt het PWA echter in zijn huidige vorm op met te bestaan. Het wordt vervangen door een systeem van buurtdiensten dat echter nog niet op punt staat. We kunnen deze wijzigingen alleen maar toejuichen indien de huidige taken verzekerd blijven, de PWA-medewerkers deze taken verder mogen blijven uitoefenen en hun sociaal statuut verbeterd wordt. Het is duidelijk dat deze garantie vandaag de dag niet kan gegeven worden. De begeleiding van de Vlaamse regering in deze overgangsperiode laat ook te wensen over. De PWA-beambte mag de werking van de raad van bestuur zelfs niet meer ondersteunen. Hij mag ook geen activiteiten buiten de kantooruren meer organiseren enz. Blijkbaar moet de Raad van Bestuur van het PWA – allemaal onbezoldigde vrijwilligers- dit allemaal zelf maar zien te beredderen. Of hoe een professioneel omkaderde gemeentelijke vzw bruusk in de kou komt te staan. 

Onze partij vraagt dan ook dat de gemeente haar verantwoordelijkheid neemt en dat de samenlevingsconsulent of het OCMW de werking van het PWA in dit overgangsjaar verder in goede banen leidt.