Zaterdag sprak ik op het ACOD-congres. Begrijpelijk week mijn speech enigszins af van bijgevoegde tekst. Maar zij die er niet bij waren, vinden hier wel de belangrijkste ideeën terug.U kent allemaal wel het refreintje van Louis Neefs: “Ik heb zorgen en dat verveelt me zo” Dat zit nu al in een tijdje in mijn hoofd. We hebben allemaal zorgen. Over de gestegen prijzen aan de kassa en aan de pomp. Over de energiefactuur, ons pensioen en onze job.

Ik ben zeker dat onze interimregering zich ook zorgen maakt. En dat ze dat vervelend vindt.  Zeker als je tussendoor ook nog begaan bent met machtsverhoudingen en profileringsdrang. Als je elkaar wantrouwt.

Ze proberen wel. Met nieuwe beloftes en halfslachtige maatregelen.  Door te kiezen voor de bedrijven in plaats van de koopkracht van de gezinnen te verhogen. Door 580 miljoen te beloven voor de sociale zekerheid, en tegelijk te beslissen het zilverfonds niet langer te spijzen. Maar het blijven lapmiddeltjes, zonder visie.

sp.a, ABVV en de socialistische mutaliteit maken zich ook zorgen. En we hebben de handen in elkaar geslagen. Samen hebben we een visie. Eén die verder kijkt dan vandaag. En samen stellen we acties voor die een oplossing bieden. Kameraden, dit is een primeur. Voor het eerst in jaren vormen we één gemeenschappelijk platform, in de aanloop naar 1 mei.

Voelt dat goed? Zeker, het voelt als thuiskomen. Het is vertrouwd. Samen staan we sterker, samen klinkt onze stem luider. Is het nodig? Ja, er moeten nu ingrepen gebeuren.  Zijn we het dan over alles eens? Neen, dat hoeft ook niet. Want over een ding zijn we het roerend eens:  het is tijd voor actie. Het is tijd om keuzes te maken.

Wat willen we? De kans op een goed en gelukkig leven voor iedereen. Nu en later, voor onze kinderen en kleinkinderen. Hoe kunnen we dat doen? Door de realiteit te zien, zoals ze is. De problemen te onderkennen en oplossingen uit te tekenen.

Hoe is gesteld met ons vandaag? Hoe staan we ervoor?
1. We weten allemaal dat we langer leven. Dat is fantastisch. Tenminste als het een leuke oude dag wordt, zonder zorgen.  Dat betekent dus mét een goed pensioen en mét betaalbare, kwalitatieve en toegankelijke gezondheidszorgen. De oplossing ligt voor de hand: we moeten onze sociale zekerheid betaalbaar en leefbaar houden. Door reserves aan te leggen. En door meer kwaliteitsvolle jobs te creëren, met een goed loon voor de werknemers.

Vandaag is ons wettelijk pensioen te laag. Het moet met minstens 15% omhoog in de komende 4 jaar.
Maar is ook een groot verschil tussen pensioenen onderling. De ingezette inhaalbeweging voor de laagste en oudste pensioen moet dus versterkt worden. Daarnaast moet het aanvullend pensioen een recht worden van iedereen.

Wie langer leeft, heeft meer kans om ziek te worden en in het ziekenhuis terecht te komen.
De voorbije jaren is er goed werk geleverd. We hebben de financiële toestand kunnen stabiliseren en zelfs reserves aanleggen. Maar het werk is niet af.

Wat zijn de zorgen van mensen die ziek zijn? Beter worden. Inderdaad. Maar ook of ze de rekening zullen kunnen betalen. Sowieso moet komaf gemaakt worden met al te dure hospitalisatieverzekeringen. Daarnaast moeten we blijven de supplementen aanpakken en op tafel kloppen zodat meer medicijnen worden terugbetaald. En ook andere broodnodige zaken, zoals pacemakers, stents, brillen en bijvoorbeeld heupprothesen moeten meer terugbetaald worden.

2. We werken. We weten allemaal dat we moeten werken om te kunnen leven. Maar werken moet ook lonen. Voor iedereen. Daarom zullen we blijven hameren op het recht op een goede job, vorming en opleiding voor iedereen. Werkzekerheid is een recht van iedereen. Ook voor interimarbeiders.

En ook voor jullie. Zeker voor jullie. De liberalisering roept vragen op, wekt onzekerheid. Wat kunnen jullie verwachten? Wat met de arbeidsvoorwaarden, sociale rechten, de verloning?

Ik heb geen glazen bol, maar twee dingen zijn zeker:  
> de Belgische Post mag keiharde concurrentie verwachten. Ze zal dus ongetwijfeld klanten verliezen en dus ook inkomsten.
> de regering en dan vooral Minister van Overheidsbedrijven heeft een pak huiswerk gekregen van Europa: een financieringssysteem voor de universele dienstverlening uitwerken en één CAO voor alle postoperatoren tot stand brengen.

Voor sp.a zijn twee zaken cruciaal: goede arbeidsvoorwaarden voor de werknemers en de garantie van de universele dienstverlening.

Eerst en vooral wil ik bekennen dat ik nog steeds een wat romantische voorstelling heb van een postbode.
De man die de brieven bracht, een babbeltje. Vooraleer u begint te protesteren: ik weet dat de tijden veranderd zijn, dat de werkdruk enorm is gestegen en dat er weinig tijd is om gezellig te kletsen.

De werkdruk moet omlaag. Het is noodzakelijk dat  ze gemeten wordt en dat de aanpassing van de werkorganisatie niet vrijblijvend is. En we ons ervoor hoeden dat de liberalisering knabbelt aan jullie arbeidsvoorwaarden. Dat kan en mag niet gebeuren. Daarom hebben onze socialistische vrienden in Europa hard op tafel geklopt om een sociaal luik aan de wet toe te voegen. Dat is gelukt.

Om sociale dumping te vermijden, kan België via een vergunningensysteem alle postbedrijven verplichten te voldoen aan alle mogelijke arbeidsvoorwaarden die bij wet zijn vastgelegd of overeengekomen zijn tussen de sociale partners in een CAO voor de hele postsector. De bal ligt dus in het kamp van de regering. Zal zij erin slagen om vakbonden en werkgevers rond de tafel te krijgen om een goede CAO uit te werken?

Ze heeft geen keuze. Tenminste als ze beseft dat een bedrijf pas gezond kan zijn en goed kan draaien als de werknemers ervan gezond, gelukkig en gemotiveerd zijn. Postbedrijven zijn bij uitstek “mensenbedrijven”.  
Ze draaien op de inzet, het werk van mensen. Dat  betekent natuurlijk ook dat het personeel de grootste hap uit het budget nemen. En hoe modern sorteercentra ook worden, er zal steeds een leger postbodes nodig zijn om de post te bedelen. Je hoeft dan ook geen diploma economie te hebben om te weten dat de concurrentie tussen de spelers op de markt vooral op de loonkost gespeeld worden.

Dat scenario en de gevolgen ervan zien we nu al in sommige Europese landen. Het aantal deeltijds werkenden, schijnzelfstandigen en andere precaire contacten neemt er toe. De voltijdse en volwaardige banen nemen er af.
In Duitsland bijvoorbeeld heeft de regering een minimumloon van 8 of 8,9 euro per uur voor de sector moeten opleggen nadat nieuwe spelers hadden aangekondigd slechts een schamele 6 euro per uur te willen betalen.

Dergelijke scenario’s moeten vermeden worden. Personeel moet gekoesterd worden, niet mee gesold worden.

De tweede voorwaarde dan: de vrije markt moet ten dienste staan van de consument. Niet omgekeerd. Mensen hebben recht om, zoals het nu is, vijf dagen pers week post te krijgen en te versturen aan betaalbare prijzen, waar hij ook woont.

sp.a is ervan overtuigd dat de marktopening enkel de grote klanten zal ten goede komen. De nieuwkomers op de markt zullen zich ongetwijfeld richten op de grote, lucratieve klanten.  Het bestellen van postkaartjes in het Pajottenland of de Ardennen zal meer dan waarschijnlijk niet hun core business zijn.  

Toch moet de universele dienstverlening gegarandeerd blijven en gefinancieerd worden.  We zullen erover waken dat het niet de belastingbetaler zal zijn die het verschil moet bijpassen. Dat zou betekenen dat  hij tweemaal betaalt: een keer voor duurdere postzegels en een keer om de dienstverlening in stand te houden.  Het is aan de regering om een sluitend financieringssysteem uit te dokteren.

De tijd dringt, want liberalisering  is geen toverwoord. De liberalisering van de elektriciteitssector bijvoorbeeld heeft aangetoond dat de vrije markt niet alles oplost. De markt corrigeert zichzelf niet, zoals sommigen wel eens denken.
Integendeel. Bijsturing waar nodig en een strikte reglementering zijn essentieel. En vooral, en ik hoop dat de regering hiervan ter dege bewust is: liberalisering is een proces dat grondig en degelijk moet voorbereid worden.  

 
Het leven is meer dan werken alleen. We willen ook tijd voor ons gezin.

Een gezonde combinatie van werk en gezin is geen luxediscussie. Het is een basisrecht voor elk gezin, hoe dat ook is samengesteld.

Het is niet meer dan logisch dat ouders recht hebben op tijd met hun kinderen. En kinderen recht op tijd met hun ouders. Daarom willen we dat het  ouderschapsverlof en het zorgverlof een vanzelfsprekend recht is voor iedereen. En dat de vergoeding voldoende is dat iedereen het kan opnemen. Het ouderschapsverlof moet op 1 jaar per kind worden gebracht, te verdelen tussen de ouders. En natuurlijk moeten we blijven investeren in de organisatie van kinderopvang.

We hebben het al gezegd en we zullen het blijven zeggen: het kindergeld voor het eerste en het tweede kind evenveel bedragen.  De interimregering heeft de leeftijdstoeslag in het leven geroepen, ter vervanging van de schoolpremie, en die bij het kindergeld wordt gevoegd.  Een leuke geste, maar onvoldoende.

Ook dienstencheques geven zuurstof aan gezinnen. En nu horen we dat de dienstencheques duurder worden.  Dat is een vreemde beslissing, net op het moment dat het leven steeds duurder wordt én mensen vragen om maatregelen die hun koopkracht aanzwengelt.

En dan is er meer nodig dan 40 miljoen euro van de interimregering om de energiefactuur van 500.000 mensen te verlichten of de uitbreiding van het stookoliefonds.  Zeker als je weet dat die factuur zal stijgen. Met zo’n 300 euro.  

En het is niet alleen de energieprijs die stijgt.  Ook de prijs van voeding stijgt.  Vandaag hebben we een brede index, waarin prijsstijgingen van noodzakelijke producten gecompenseerd worden door dalingen in minder noodzakelijke producten, zoals elektro. Het staat buiten kijf dat het indexsysteem moet blijven bestaan. Maar als de levensnoodzakelijke producten op korte tijd veel duurder worden, moet er een snellere indexaanpassing volgen.  Op het federale niveau moet een automatisme worden ingevoerd dat op basis van de beschikbare enquête gegevens abnormale prijsstijgingen vaststelt en kan bijsturen.

Ik heb het al gehad over energie. En dan vooral over de prijs ervan. Maar energie is ook schaars. Besparen en isoleren moet een mogelijkheid zijn voor iedereen. Niet alleen voor zij die het zich kunnen permitteren. Dat kan door energiebesparende maatregelen te stimuleren via premies in plaats van via fiscale aftrekken. Wie investeert in energiebesparing, moet beloond worden. Niet gestraft. Het mag geen kost zijn, het moet een besparing zijn door de daling van het verbruik.


Dit zijn onze gemeenschappelijke acties. Dat willen verdedigen. Samen. Daarvoor willen we op tafel kloppen.
Samen, want vergeet niet: wat we samen doen, doen we beter.