Vandaag is een historische dag, want 122 landen ondertekenen een verdrag dat kernwapens verbiedt. Zo wordt na biolo­gische (1972) en chemische (1993) wapens, na antipersoonsmijnen (1997) en clustermunitie (2008), het meest onmenselijke en destructieve wapen naar internationaal recht eindelijk illegaal. In elk van die eerdere verdragen trok België telkens mee aan de kar. Ons land was zelfs het eerste land met een nationaal verbod op antipersoons­mijnen.

Maar ditmaal missen we de afspraak met de geschiedenis. Ondertekenen zullen we niet. Meer zelfs, onze regering vindt een juridisch verbod op kernwapens 'contraproductief'. Eén, omdat de nucleaire landen zelf niet meedoen en twee, omdat de regering de Navo niet wil omzeilen. Op die manier blijft alles bij het oude. Terwijl het conservatisme overheerst, negeren de N-VA, CD&V en Open VLD ook nog eens de onrustwekkende dynamiek van toenemende nucleaire bewapening.

Nuclear sharing

Die dynamiek een halt toeroepen, is nochtans belangrijk. Elk instrument daartoe moeten we met beide handen grijpen. Zo vraagt het nieuwe verdrag aan de ondertekenaars om kernwapens geleidelijk van hun grondgebied te verwijderen. Onze ­regering wil een loyale Navo-partner zijn, maar ze vergist zich als ze meent dat kernbommen op Kleine-Brogel daarvoor essentieel zijn. Behalve België zijn er vandaag maar vijf landen die nog aan nuclear sharing doen. Vroeger waren dat er zeven, maar Griekenland en prominent Navo-lid Canada hebben kernwapens eerder vrijwillig vaarwel gezegd. Wat houdt ons tegen?

Maar er is meer. In april 2015 keurde het voltallige parlement een resolutie goed die de regering oproept 'actief deel te nemen aan multilaterale onderhandelingen om het grondgebied kernwapenvrij te maken'. Een resolutie waar de regering zich in kon vinden en zich achter schaarde. Door zich vandaag buiten de grote groep landen te plaatsen die werk willen maken van nucleaire ontwapening, kiepert ze dat engagement in de vuilnisbak. N-VA-Kamerlid Peter Luykx was nochtans medeauteur van die resolutie, terwijl zijn partijgenoot Wilfried Vandaele op Vlaams niveau hetzelfde deed.

Er is hoop

De ondertekening van het Nucleair Verbodsverdrag is cruciaal. En nee, het betekent niet dat andere trajecten van nucleaire ontwapening, bijvoorbeeld binnen de ­Navo, daarom minder belangrijk worden. Het betekent evenmin dat westerse landen van de ene dag op de andere moeten ont­wapenen, terwijl kernmachten Rusland of China handenwrijvend toekijken. Het betekent wel dat de wereldgemeenschap er een nieuwe juridische hefboom bij heeft om multilateraal en politiek aan de kar te trekken voor verdere nucleaire ontwapening. Maar zoals het er nu dus naar uitziet, durft België dit keer niet wat het bij eerdere ontwapeningsverdragen wel durfde: moreel leiderschap tonen.

Maar er is hoop. Als enige van de huidige regeringspartijen heeft de N-VA ­altijd een duidelijke en consequente lijn aangehouden over dit onderwerp. Niet onlogisch, gezien de wortels van de Volksunie in de pacifistische Vlaamse Beweging. In 2010 noemde Frieda Brepoels kernwapens een anachronisme en in 2013 was Theo Francken nog een grote pleitbezorger van een kernwapenvrij België. Het is dus voor ministers Jan Jambon en Steven Vandeput en staatssecretaris Francken nog niet te laat om een gênante bocht te vermijden. Ze kunnen tonen dat we dat moreel leiderschap nog altijd in ons hebben. De geschiedenis zal België deze valse start dan wel vergeven.

Wouter De Vriendt en Dirk Van der Maelen ■