Bieke Verlinden reageert op de uitlatingen van Homans in De Morgen gisteren: "Als u mensen doet geloven dat de elite nu eenmaal meer recht heeft op de schaarse plaatsen omdat alleen zij de maatschappij voldoende dienen, dan werk je niet aan een gelijke kansenbeleid. Dan straf je onschuldige kinderen en ontneem je hen de kans op een gelijkwaardig bestaan."

Mevrouw Homans, het is duidelijk: u bent een fervent aanhanger van het meritocratisch ideaal. Uw opiniestuk staat er bol van. In uw visie is het leven een eerlijke competitie waarbij we de plaats die we op de maatschappelijke ladder innemen, verdienen. Waarbij iedereen dezelfde start heeft, met even veel hinderpalen en kansen onderweg, waarin toeval en willekeur geen rol spelen en pech en geluk worden uitgeschakeld. Alleen jijzelf beslist over succes of falen.

Het is ook een visie die enig begrip over hoe discriminatie en racisme precies werken ontbeert. Racisme (net als seksisme) draait namelijk om maatschappelijke structuren van ongelijke machtsverdeling, over complexe processen van uitsluiting en beeldvorming voortkomend uit historisch gegroeide machtsverhoudingen. Racisme als systeem gaatinderdaad in één richting. En dat u racisme en discriminatie ‘populistische termen’ noemt, zegt eigenlijk alles wat we moeten weten over een minister van gelijke kansen.

Winnaars en losers?

Het maatschappijbeeld van onze minister van gelijke kansen is er dus één van winnaars en losers waarin (zelf)respect en solidariteit plaats maken voor individualisme en jaloezie. En de ongelijkheid is, zoals u als minister van armoedebestrijding weet, nog nooit zo groot geweest. We hebben in het verleden, zoals u aanhaalt, hard geijverd voor toegankelijke instellingen en voorzieningen en daar moeten we fier op zijn.

Maar de strijd gaat verder. Meer dan ooit zijn voldoende uitgebouwde voorzieningen noodzakelijk. U zult het niet graag horen, maar meer dan ooit hebben we méér overheidsinvesteringen nodig om ook in de praktijk een samenleving die dag na dag verandert te kunnen dienen. Een samenleving van wisselende noden en met ouders die permanent op zoek zijn naar een precaire balans tussen arbeid- en privétijd, met nieuwe noden en verwachtingen.

Ongelijkheid in gebruik van voorzieningen

U beweert met uw stellingen dat arme mensen niet te klagen hebben over hun toegang tot voorzieningen. De praktijk ziet er enigszins anders uit.

Kijken we bijvoorbeeld alleen al naar kinderopvang. Want daar zijn de cijfers werkelijk – ahem – significant. We weten allemaal dat er tekorten zijn in de kinderopvang. Niet voor ieder kind is er een opvangplaats. Dat betekent (volgens cijfers van Wim Van Lancker van de universiteit van Gent) dat de schaarse middelen verdeeld moeten worden. Als we naar het gebruik van kinderopvang kijken, blijkt dat de kans om een kinderopvangplaats te bemachtigen voor ouders met een laag inkomen 30% is. Heb je een hoog inkomen, dan stijgt je kans naar 58%. Voor wie arm is, is de democratische toegang dus dubbel zo moeilijk. Als we dan weten dat armoede ook nog eens gekleurd is, dan weegt dit dubbel op een kind wier ouders een migratieachtergrond hebben.

Intenties zijn niet voldoende om ongelijkheid weg te zetten

Die ongelijkheid wordt in stand gehouden omdat er een tekort is aan betaalbare kwalitatieve kinderopvang. Dat is een keuze. Eén die onder de volle verantwoordelijkheid van de Vlaamse regering valt. Waarbij intenties voor gelijke kansen niet voldoende zijn om vandaag uw stelling hard te maken dat mensen met een buitenlandse afkomst maar gewoon wat meer verantwoordelijkheidszin moeten hebben. Ik denk dat de rollen net ómgekeerd zijn, waarde minister.

U weet het misschien niet, want voor u gaan er ongetwijfeld doorgaans deuren open, maar een muur is best hard. En als je telkens tegen zo’n muur loopt, dan heb je op de duur het gevoel gevangen te zitten. Dan heb je de ervaring er niet bij te mogen horen en vind je soms de kracht niet meer om de verbinding te blijven maken. Dan zit je in een samenleving van muren die steeds hoger gebouwd worden. Als een gevangenis.

Waar zijn die gelijke kansen dan?

Misschien wordt de toegang tot de sportclubs, verenigingen, arbeidsmarkt of kinderopvang bepaalde individuen niet ontzegd. Maar wat als deelname de facto moeilijk of zelfs onmogelijk wordt gemaakt, of als je bij voorbaat de stempel ‘profiteur’ meekrijgt omdat je werkzoekend bent en dus toch perfect zelf thuis voor je kind kan zorgen? Als je fierheid je wordt ontnomen door telkens opnieuw je onmacht gelijk gesteld te zien worden aan je verantwoordelijkheidszin.

Als u mensen doet geloven dat de elite nu eenmaal meer recht heeft op de schaarse plaatsen omdat alleen zij de maatschappij voldoende dienen, dan werk je niet aan een gelijke kansenbeleid. Dan straf je onschuldige kinderen en ontneem je hen de kans op een gelijkwaardig bestaan. Als democratisch verkozene zou het u sieren om in plaats van een polariserend debat te voeden in te zetten op het fundamenteel durven herdenken van een samenleving.

Trek voluit de kaart van de gewone mens en voer niet enkel beleid voor een kleine groep. Kies er liever voor om er via solidariteit en rechtvaardigheid voor te zorgen dat iedereen, wij allemaal, met rasse schreden vooruit kunnen gaan in een samenleving gebouwd op samenhorigheid.

 

(Deze opinie verscheen eerder op www.dewereldmorgen.be)