1 maart moest een mijlpaal worden voor de kinderen en jongeren in de bijzondere jeugdzorg. Met meer dan 27.000 zijn ze ondertussen, dubbel zoveel als tien jaar geleden.

Ik heb er geleerd dat duizenden hulpverleners zich elke dag driedubbel plooien om kinderen en jongeren te helpen, maar weinig bewegingsruimte hebben omdat ze zelf vastzitten in een administratief keurslijf.

De voorbije vijf jaar zijn er 4.000 jongeren bijgekomen. Ondertussen getuigt een hulpverlener hoe een meisje vier nachten in een cel van de jeugdbrigade moet slapen bij gebrek aan andere opvang. Weer een regeerperiode verloren voor de bijzondere jeugdzorg, weer dramatisch veel kinderen en jongeren met onherstelbare littekens.

Maar op 1 maart zou alles anders worden. Het ‘decreet integrale jeugdhulp’ zou de jongeren centraal zetten, niet het systeem. De vraag, niet het aanbod. Hulpverleners konden eindelijk kijken naar de specifieke noden van de jongeren, niet naar de instellingen waar toevallig plaats is. Dat was de theorie.

In de praktijk raakte die noodzakelijke hervorming in de laatste rechte lijn weer op typisch Vlaamse wijze mismeesterd. In een vlaag van wantrouwen en controledwang moeten alle hulpverleners passeren via de alles-complex-makende administratie. Dat daar een flessenhals dreigt voor jongeren die dringend nood hebben aan hulp, met extra lange wachttijden, is bijzaak geworden. Als de administratieve puzzel maar klopt.

Er belanden niet alleen meer jongeren in de bijzondere jeugdzorg, ze worden ook steeds jonger. Eén op de drie is jonger dan tien. Kinderen. Op die leeftijd maandenlang, soms tot een jaar, moeten wachten op de juiste hulp is een echt drama. Depressies, angstaanvallen of zelfmoordgedachten hebben helaas geen aan- en uitknop. Die agressieve vader of die drugsverslaafde moeder stopt niet op eenvoudig verzoek met slaan of spuiten.

Toen ik in het Vlaams parlement in de Commissie Jeugdzorg zat, kwam ik vaak op het terrein. Ik heb er geleerd dat duizenden hulpverleners zich elke dag driedubbel plooien om kinderen en jongeren te helpen, maar weinig bewegingsruimte hebben omdat ze zelf vastzitten in een administratief keurslijf. Goede jeugdzorg die zich aanpast aan de noden van jonge mensen kan wonderen doen. Jeugdzorg die hen dwingt om zich aan te passen aan een systeem werkt als een vergeetput.

In tijden van belastingverlagingen en besparingen, van plusjes en minnetjes, van Moesen- en andere normen, is het een ondergesneeuwd probleem. In tijden van verkiezingen mag dit bovenaan komen te staan. We moeten af van de haast onwerkbare sturingsdrang van de Vlaamse administratie, die goede bedoelingen telkens weer smoort in een nieuw administratief kluwen. Het gaat hier niet meer over de papiermolen waar gemeenten mee worstelen of over bedrijven die jarenlang moeten wachten op vergunningen, maar over de toekomst van 27.000 kinderen en jongeren. Die allemaal één voor één – liefst netjes in een rij – door die flessenhals van de administratie moeten. Wat hun problemen ook mogen zijn.

Gooi de bureaucratie overboord. Laat het systeem de jongeren en de hulpverleners vertrouwen en volgen, niet andersom.