Steve Vandenberghe is burgemeester van Bredene, Vlaams Parlementslid (sp.a) en voormalig directeur van basisschool De Zandlopertjes (2006-2015).

Voor het eerst in tien jaar kijk ik vanaf de zijlijn toe hoe het nieuwe schooljaar zich aankondigt. De voorbije jaren was dat ook voor mij, als gewezen schooldirecteur, een van de meest hectische periodes van het jaar. Nu verhuis ik naar het Vlaams Parlement, waar ik me vanuit een andere invalshoek voor ons onderwijs zal blijven inzetten. De ideale gelegenheid dus om even stil te staan bij het harde werk dat onze directeurs leveren, misschien zelfs om even aan de alarmbel te trekken.

Schooldirecteur worden is een roeping. Je krijgt alles over je heen: de administratieve taken waar oneindig veel tijd in kruipt, de technische aspecten omtrent aankopen allerhande, het onderhoud van het schoolgebouw. En daarbij komt dan het allerbelangrijkste: de pedagogische begeleiding van je leerlingen - samen met de leerkrachten en de ouders. 

Het zijn net de neventaken die ervoor zorgen dat de essentie van het takenpakket, het pedagogische en sociale aspect, in het gedrang komt. Laat staan dat er dan nog genoeg aandacht kan gaan naar het traceren en aanpakken van verdoken armoede, de optimale begeleiding van kinderen die het moeilijker hebben in onze samenleving, de opvolging van kinderen die hoogbegaafd zijn, de doorstroming van informatie naar ouders... Dat leidt tot stress. Ik spreek uit ervaring.

Te veel directeurs krijgen heel vroeg te kampen met overbelasting en burn-out. Het recentste rapport over het ziekteverzuim bij Vlaams onderwijspersoneel, uit 2013, toont aan dat het percentage van de ziektedagen veroorzaakt door psychosociale aandoeningen bij directiepersoneel veel hoger ligt dan bij de rest van het onderwijspersoneel: 52 procent bij directeurs versus 32 procent gemiddeld in het basisonderwijs, en zelfs 63 procent versus 34 procent in het secundair. Vanaf de leeftijd van 35 jaar is meer dan de helft van de ziektedagen bij directeurs te wijten aan psychosociale aandoeningen. En terwijl de psychosociale aandoeningen bij het onderwijspersoneel de afgelopen jaren lichtjes afnemen, neemt het probleem bij directeurs net toe.

SHARE

Herteken het kluwen van regels en structuren, maak van ons onderwijs een krachtdadige organisatie die ervoor zorgt dat mensen met de roeping van directeur niet opbranden

Er bestaan nochtans oplossingen die geen miljoenen euro's moeten kosten. Elke basisschool of scholengroep functioneert nu als een eiland op zich. Alle kleine en grote taken moeten in elke school telkens opnieuw verricht worden. Mijn oproep aan de minister: zorg voor schaalvergroting, en ja, waarom niet: laat de onderwijsnetten samenwerken. Sloop de Atlantikwall in ons scholenlandschap. Creëer bovendien grotere structuren waar ruimte is om mensen écht gespecialiseerde functies te laten uitvoeren in overeenstemming met hun persoonlijke competenties.

Weg met de kannibaal/directeur die zijn of haar tanden stukbijt op een rijk gevuld buffet aan taken en als toemaatje een burn-out voorgeschoteld krijgt. Ook hier spreek ik uit ervaring. Na tien jaar was mijn bobijntje af, en gelukkig heb ik de symptomen tijdig herkend. Bij minstens acht van mijn directe collega's heb ik het anders zien aflopen. Gevolg: langdurig afwezig, sommigen hebben zelfs definitief afgehaakt als directeur.

Laten we daar iets aan doen. Herteken het kluwen van regels en structuren, maak van ons onderwijs een krachtdadige organisatie die klaar is voor de uitdagingen van de 21ste eeuw en die ervoor zorgt dat mensen met de roeping van directeur niet opbranden. We hebben ze immers hard nodig.