Beursstudenten die werken om hun studies te kunnen betalen, zien volgend jaar het inschrijvingsgeld met gemiddeld 10 euro stijgen. Minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) wil hen er zo toe aanzetten om sneller af te studeren.

Van de 259.000 studenten in het Vlaamse hoger onderwijs zijn er 6.587 aan het werk. Niet als bijverdienste om meer pinten te kunnen drinken, maar om hun eigen studies, kost en inwoon te betalen. Vorig academiejaar kregen 575 van hen een beurs. Dat betekent dat hun inkomen zo laag is dat ze recht hebben op een verlaagd inschrijvingstarief en een studietoelage. Door de vele werkuren is het voor hen moeilijk om het volledige pakket van 60 studiepunten per jaar op te nemen. Gemiddeld halen zij 46 studiepunten.Voor die punten betaalden zij 94,1 euro inschrijvingsgeld. Vanaf volgend jaar wordt dat 105 euro, ongeacht het aantal studiepunten. Bij de aankondiging van de hervorming van de inschrijvingsgelden stelde Crevits dat het inschrijvingsgeld voor beursstudenten niet verhoogd maar enkel geïndexeerd werd. Maar voor de gemiddelde werkende beursstudent betekent dit een prijsstijging van 10 procent. "Het gaat om een heel kleine groep, 0,22 procent van alle studenten, die gemiddeld 10 euro extra betaalt op jaarbasis", zegt Crevits' woordvoerder Bert De Brabander. "Wij willen hen stimuleren om meer studiepunten op te nemen en sneller af te studeren." Extra ondersteuning is niet voorzien. "Zij krijgen een beurs. Dat is een ondersteuning." Vlaams Parlementslid Tine Soens (sp.a) vindt dat studenten die het al moeilijk hebben gestraft worden. "De minister heeft beweerd dat het inschrijvingsgeld voor beursstudenten niet zou worden verhoogd. Dat klopt dus niet. Bovendien is het voor deze studenten, net omdat ze werken, niet mogelijk om een volledig pakket studiepunten in één jaar op te nemen."

Bron: De Morgen

 

 Vergelijkende tabel:


Huidig model

Model decreet



Opgenomen studiepunten

vast bedrag

bedrag per stp.

totaal

vast bedrag

bedrag per stp.

totaal

Verschil €

Verschil %

Voltijds (60 stp)

61,9

0,7

103,9

105

0

105

1,1

1%

Gemiddeld (51 stp)

61,9

0,7

97,6

105

0

105

7,4

8%

Halftijds (30 stp)

61,9

0,7

82,9

105

0

105

22,1

27%

Thesis (18 stp)

61,9

0,7

74,5

105

0

105

30,5

41%

1-vak (4 stp)

61,9

0,7

64,7

105

0

105

40,3

62%