De laatste weken staat het stakingsrecht centraal in het politieke debat, terwijl het daar absoluut niet thuishoort. Daarbij wordt meer dan eens de rol van de vakbonden gedemoniseerd, terwijl zij die dat (negatieve) beeld telkens opnieuw ophangen, niet lijken te beseffen wat diezelfde vakbonden hebben betekend voor hun welvaart, die van hun ouders én hun kinderen. Laat me meteen duidelijk zijn: werknemers leggen het werk niet stil omdat ze er plezier aan beleven. Ze doen dat wanneer ze geen andere uitweg meer zien. Geloof me, ik spreek uit ervaring: wanneer hun toekomst en die van hun kinderen in het gedrang komt, hebben ze lak aan politieke spelletjes. Het gaat om hun leven.

Sociaal overleg tussen werknemers, werkgevers en de minister van Werk betekent een échte, open dialoog, geen kader waar alleen nog maar over komma’s en punten gepraat mag worden.

Op de piketten van afgelopen maandag heb ik niemand ontmoet met een stralende glimlach, neen, ik zag enkel bezorgde blikken. Met hen heeft de diepgewortelde onrechtvaardigheid een gezicht gekregen. Terwijl deze rechtse factuurregeringen aanzienlijke inspanningen vragen van zij die geen andere keuze hebben dan elke dag vroeg op te staan om te gaan werken, maken ze tegelijk een kaste van onaantastbaren. En zij die geen keuze hebben, begrijpen niet waarom alleen zij moeten inleveren door de indexsprong, alleen zij langer moeten werken voor een lager pensioen, alleen zij extra facturen moeten betalen voor minder gemeenschappelijke voorzieningen. Dat staat in schril contrast tot het lijstje onaantastbaren. Degenen die geen faire bijdrage hoeven te leveren, die lijst wordt stilaan indrukwekkend: zij die geld verdienen met geld, zij die hun geld zonder probleem in Luxemburg parkeren. Fraudeurs worden ontzien, de banken - die wij allemaal samen van de ondergang hebben gered - worden nu met rust gelaten en sinds deze week mogen ook CEO’s weer verdienen wat ze willen.

En dan durven deze regeringen te beweren dat het stakingsrecht in de strijd wordt gegooid als politiek instrument en kijken ze vreemd op van de onrust en het verzet. Meer nog, ze voeden zelf de angstpsychose in de dagen vooraf en zetten nu honden in de dag zelf. Wie maakt er dan een politiek spelletje van? Andere keuzes zijn wel mogelijk en dus is er geen excuus om gezinnen of jongeren die snakken naar een job zo hard te laten opdraaien. Ik denk oprecht dat het gros van de mensen nog niet de helft weet wat allemaal op hen dreigt af te komen. Precies daar is een cruciale rol weggelegd voor vakbonden: sensibiliseren, informeren, verenigen en mobiliseren in tijden van onrecht. Sociaal overleg tussen werknemers, werkgevers en de minister van Werk betekent een échte, open dialoog, geen kader waar alleen nog maar over komma’s en punten gepraat mag worden. Laten we die rijke traditie die ons land de nodige welvaart bezorgde, niet overboord gooien. Daar is niemand bij gebaat. Noch werknemers, noch werkgevers. Tot zo lang dat niet gebeurt, is sociale vrede veraf, vrees ik.Vorige maandag had de eerste provinciale actiedag plaats in Limburg, in de aanloop naar de nationale staking van 15 december. De vakbonden liggen onder vuur.

Dit opiniestuk verscheen in Het Belang van Limburg (29/11)