"Why quotas work for gender equality"

Genderongelijkheid is een van de meest primitieve en oudste vormen van ongelijkheid en komt helaas nog bijna overal ter wereld voor. In vele landen hebben vrouwen niet dezelfde toegang tot onderwijs, gezondheid, veiligheid, werk en politieke besluitvorming.

Quota zijn vandaag noodzakelijk om de ondervertegenwoordiging van vrouwen in zichtbare posities weg te werken.

In België wordt de strijd tegen genderongelijkheid onder andere gevoerd door het omstreden instrument van quota, zowel in de politieke wereld als in het bedrijfsleven.

In de politieke wereld zorgen quota ervoor dat het parlement een getrouwe afspiegeling is van de bevolking die het vertegenwoordigt. Met een parlement van alleen of vooral mannen, wordt het erg moeilijk voldoende draagvlak te creëren voor politieke beslissingen, en te tonen dat elke burger het recht en de mogelijkheid heeft om verkozen te worden.

Dat politiek leiderschap globaal genomen nog steeds een voorrecht van mannen is, is onaanvaardbaar. Recent verklaarde Phumzile Mlambo-Ngcuka, uitvoerend directrice van UN Women nog dat aan het huidige tempo het nog 50 jaar zal duren om gendergelijkheid te realiseren in de politieke sfeer. Daar geduldig op wachten is geen optie. Drastische maatregelen zijn nodig. En quota voor vrouwen in parlementen is daar de belangrijkste van.

België heeft de voorbije 15 jaar wetgeving ingevoerd met steeds ambitieuzere quota. De toepassing van de pionierswet Tobback-Smet resulteerde in 1999 in een stijging van het percentage vrouwelijke parlementsleden van 16 naar 25 procent (Kamer). Die wet verplichtte de politieke partijen ertoe om minstens 1/3 van hun kieslijsten te vullen met kandidaten van de ondervertegenwoordigde geslachtsgroep – in casu vrouwen.

In 2007 leidde de toepassing van ambitieuzere quotawetten tot een bijkomende stijging van het percentage vrouwen van 25 naar 38% (Kamer). Die nieuwe wetten bepaalden dat op elke verkiezingslijst die een partij indient, het verschil tussen het aantal kandidaten van elk geslacht niet groter mocht zijn dan één. Bovendien moeten de eerste twee kandidaten op de lijst van een verschillend geslacht zijn. Sindsdien zit het aandeel vrouwelijke vertegenwoordigers in de lift en in 2014 bestond de Kamer voor 41% uit vrouwen, het Vlaams parlement voor 44% en de Senaat voor 50%.

Gelijke kansen voor mannen en vrouwen is niet enkel een kwestie van democratie, gelijkheid of mensenrechten, maar is ook economisch zinvol. Onderzoek bevestigt keer op keer dat bedrijven die meer vrouwen in managementfuncties opnemen betere economische resultaten kunnen voorleggen. De economie heeft er dus alle belang bij dat het talent dat in de samenleving aanwezig is ten volle wordt benut.

Ook in het bedrijfsleven zorgen quota er voor dat capabele vrouwen kansen krijgen die hen anders worden ontzegd door de 'old boys circuits'. Quota zijn per definitie tijdelijke maatregelen die erop gericht zijn een historisch gegroeide ongelijkheid recht te zetten. Zodra de feitelijke ongelijkheid verdwenen is, worden de quota opgeheven. Dat is in overeenstemming met het gelijkheidsbeginsel zoals internationale mensenrechtenhoven het interpreteren.

Sinds 2011 is er in België ook een quotum van kracht voor beursgenoteerde bedrijven. Volgens de wet moeten de bestuursraden van beursgenoteerde bedrijven (afhankelijk van onder meer hun grootte) tegen 2019 voor minstens een derde en voor maximum twee derde bestaan uit personen van een verschillend geslacht. In de aanloop naar het verplichte quotasysteem, maken Belgische bedrijven intussen volop werk van hun een gendergelijkheidsbeleid. De meerderheid doet zijn uiterste best om het talent van vrouwen niet te verspillen en gaan bijvoorbeeld na hoe het komt dat vrouwen minder snel promotie maken. Ondertussen is de overgrote meerderheid van de bestuurders blij met wat de quota nu al teweegbrengen: er komt vers bloed in de raden van bestuur en de kwaliteit blijft gewaarborgd.

In Europa scoort België met 16,7 procent vrouwen in de raden van bestuur van (grote) beursgenoteerde bedrijven nog steeds onder het Europese gemiddelde (17,8 procent). Toch mogen we wat gendergelijkheid betreft niet op onze lauweren rusten, want het aandeel vrouwelijke hoogleraren aan onze Belgische universiteiten bedraagt bijvoorbeeld amper 10%. Zolang talentvolle vrouwen op bepaalde domeinen overduidelijk geen gelijke kansen krijgen, gaat onze strijd verder.

Quota zijn vandaag noodzakelijk om de ondervertegenwoordiging van vrouwen in zichtbare posities weg te werken. Ze moeten ervoor zorgen dat het volkomen volledig normaal wordt dat vrouwen leidinggevende rollen opnemen in het politieke, economische en academische bestel.

Een hoopgevend teken is dat de quota soms ook het omgekeerde effect hebben. In sommige kieskringen moeten politieke partijen bijvoorbeeld actief op zoek gaan naar geschikte mannen om de quota voor kieslijsten te halen. Uiteindelijk zijn vrouwen en mannen gelijk.

Percentage vrouwen in onze parlementen : Belgium - Senate 50% - Flemish Parliament 44.4% - Walloon Parliament 42.7% - Brussels Parliament 41.6% - Federal Chamber 39.3% - Parliament of the German-speaking Community 28.0%

Percentage vrouwen in de parlementen van EU-lidstaten: - Sweden 43.6% - Finland 42.5% - Spain 39.7% - Norway 39.6% - Denmark 39.1% - Netherlands 38.7% - Austria 32.2% - France 26.2% - United Kingdom 22.6%

Lees het volledig stuk in het OESO-jaarboek hier

Deze discussie werd gesloten.